Geschiedenis

Prehistorie

Voor zover bekend waren boeren die rond 5200 v. Chr. vanuit Sicilië naar Malta afzakten en in grotten woonden de eerste bewoners van de eilandengroep. De Ggantijatempel is het oudste stenen tempelgebouw ter wereld. Het Hypogeum; een netwerk van tunnels, grotten en kamers; is al 4400 jaar oud. Het diende voor erediensten en om de doden  toe te vertrouwen aan de schoot van moeder aarde en is nu een toeristenattrac­tie. Na 4100 v. Chr. ontstonden de eerste dorpjes en 500 jaar later werd de eilanden be­volkt door megalithische tempelbouwers. Op Gozo staan tempelruïnes uit deze periode die aan het Engelse Stonehenge doen denken. Ook zijn er karrensporen uit deze tijd ge­vonden. Rond 800 v. Chr. stichtten de Phoeniciërs, die de huidige bewoners beschouwen als hun voorouders, handelsposten op Malat (hun naam voor Malta). In 218 v. Chr. wer­den ze opgevolgd door de Romeinen. Laatstgenoemden bedachten de naam Melitta voor de eilanden en “Malta” zou daar een afgeleide van zijn. Volgens de overlevering is de eerste christelijke gemeente op Malta gesticht door de apostel Paulus nadat die er in 60 na Chr. schipbreuk leed (sindsdien zouden de slangen op de eilanden niet meer giftig zijn). In 397 werden de eilanden onderdeel van het in Constantinopel gevestigde Oost-Romeinse rijk.

Van Arabieren tot Napoleon

In 870 namen Arabieren uit Tunesië de macht over en Malta viel tot 1090 onder het gezag van de toenmalige Moslimgouverneur van Sicilië. In bouwstijlen, plaatsnamen, taal en cultuur van de eilanden zitten nu nog veel Arabische invloeden. Tussen 1090 en 1194 werd Malta bestuurd door Normandische edelen. Daarna brak tot 1530 een roerige en chaotische periode aan waarin allerlei Mediterrane volkeren vanwege de strategische ligging grip op de eilanden probeerden te krijgen. De Spanjaarden kregen na 1282 echter de overhand en in 1530 bracht de Spaanse koning Karel V meer politieke stabiliteit door Malta over te doen aan de ridderorde van de Jo­hannieters. Die waren enkele jaren daarvoor door de Ottomanen uit Rhodos verdreven en ze bouwden de Maltese eilanden om tot een christelijk bolwerk tegen Turkse expan­siedrift. In 1565 doorstonden 700 ridders van de Johannieter orde met behulp van 8000 Maltezen een 4 maanden durend beleg door 30.000 Turken. Jean Parisot de la Valletta stichtte in dat jaar de hoofdstad. De orde bleef tot aan de tijd van Napoleon. Wel vervreemdde ze zich op den duur van de bevol­king door een steeds exorbitantere levensstijl (die culmineerde in de bouw van het deca­dente grootmeesterpaleis in Valletta) en door de konijnenjacht door gewone Maltezen te verbieden. Daardoor werd het jagen steeds meer een uiting van eigen Maltese identiteit. Nadat Napoleon na de Franse revolutie van 1789 de bezittingen van de Johannieters in Frankrijk had geconfisqueerd kon hij in 1797 de eilanden op doortocht naar Egypte zon­der slag of stoot innemen. Hij maakte zich echter impopulair bij de Maltezen door pogingen om de roomse kerk van wereldlijke macht te ontdoen.

Malta Brits

Met hulp van de Engelse admiraal Nelson zagen de in opstand gekomen eilanders in 1800 kans om de Fransen uit Malta te verdrijven. Daarna vroegen ze de Engelsen om te blijven om hen te beschermen tegen vreemde indringers en zo kon het gebeuren dat Malta na 1814 een Britse kroonkolonie en vlootbasis werd. De opening van het Suezkanaal in 1864 vergrootte het strategische belang van Malta. Sir Walter Congreve (1924-1927) was ondanks zijn kort ambtstermijn de meest geliefde Britse gouverneur op Malta. De eilanders hielden een stem in het bestuur, maar de beperkte auto­nomie en de bevoegdheden van het Maltese parlement werden in 1933 door de Engel­sen teruggeschroefd omdat de toenmalige regering toenadering zocht tot de Italiaanse fascistenleider Mussoloni. Naar aanleiding van de rol van de bevolking in de heroïsche verdediging tegen de Asmogendheden gedurende de 2e wereldoorlog kreeg Malta als beloning het Georgekruis van de Britten en dit symbool staat sindsdien afgebeeld op het nationale dundoek. Malta kreeg al snel na de 2e wereldoorlog zelfbestuur. In 1956 stemde de bevolking in grote meerderheid voor aansluiting bij Engeland. Doordat onder­handelingen over de wijze waarop deze gestalte moest krijgen misliepen, werden de beide politieke partijen van Malta (de MLP of Maltese arbeiderspartij en de PN of natio­nalistische partij) het er over eens dat de eilandengroep toch maar zelfstandig moest worden. In 1964 werd Malta onafhankelijk en het kreeg een eigen grondwet. Pas nadat in 1974 de republiek was uit­geroepen kwamen de eilanden echter helemaal los van Engeland.

Malta onafhankelijk

De toenmalige MLP regering van Dom Mintoff streefde een politiek na van neutraliteit en sloot verdragen met onder meer Libië, Italië en de Sovjet-Unie. In 1979 ging de Britse militaire basis dicht en tussen 1980 en 1987 liepen pogingen van de MLP om het roomse onderwijs openbaar te maken stuk op onwil van de bevolking. Daardoor kwam er in mei 1987 met het presidentschap van NP leider Fenech-Adami een einde aan 16 jaar MLP regering. Doordat zijn beleid van economische liberalisering vruchten afwierp werd Fenech-Adami in 1992 herkozen met winst voor zijn partij. Bij verkiezingen in 1996 was de toetreding tot de Eu inzet en de MLP, die hier fel op tegen was, won. Hierdoor werd het EU lidmaatschap afgeblazen door de nieuwe premier Alfred Sant. Diens regering schrapte eveneens plannen voor aansluiting van Malta bij de NAVO en wilde het oorspronkelijke EU verdrag omzetten in een vrijhandelszone tussen Malta en de EU. In september 1998 werd PN leider Fenech-Adami na een kabinetscrises en nieuwe verkiezingen echter opnieuw premier en de MLP plannen werden teruggedraaid.

Op 8 maart 2003 stemde bij het referendum over EU toetreding 54% van de bevolking voor bij een opkomst van 91%. In het voorjaar van 2004 werd Lawrence Gonzi na gewonnen verkiezingen premier namens de christen-democratische Nationalistische Partij PN, Adami werd gekozen tot president en het EU lidmaatschap van Malta werd een feit. In juli 2004 won de socialistische MLP echter de Europese verkiezingen en in maart 2005 de gemeenteraadsverkiezingen (mede door de slecht lopende economie). De parlementsverkiezingen van 8 maart 2008 werden desondanks nipt gewonnen door de PN (met 49,3% van de stemmen 35 van de 69 parlementszetels) en Lawrence Gonzi werd wederom premier.