Religie en geestelijk leven

Godsdienstige samenstelling

Godsdienstige samenstelling 2004: rooms 95%, protestant (veelal evangelisch of anglicaans) 1%, moslim 1%, anders­zins of niet godsdienstig 3%. Het deel van de bevolking dat minstens eens per maand een eredienst bezoekt (87% in 2004) is het hoogste binnen de EU25. Tot de geraadpleegde bronnen behoren Eurobarometer 225 wave 63.1 en de religious freedom reports over 2007 (http://www.state. gov/g/drl/rls/irf/2007/).

De grootste christelijke geloofsgemeenschappen na de roomsen zijn de Jehova’s (zo’n 700 zielen rond 2005) en Anglicanen (voornamelijk Britse gepensioneerden die op de eilanden leven). Verdere leven er op de eilanden enkel honderden joden en zo’n 3000 Moslims (2250 vreemdeling; 600 genaturaliseerd tot Maltees, bijv via een huwelijk met een Maltese). De eilanden herbergen een moskee en een Moslimschool en in 2005 is begonnen met de aanleg van een Islamitische begraafplaats.

Godsdienst vroeger

Omdat volgens de overlevering de apostel Paulus al rond 60 na Chr. op de eilanden de eerste christelijke gemeente stichtte, wordt hij beschouwd als de patroonheilige van heel Malta. Daarnaast kennen veel Maltese dorpen een eigen patroonheilige. De toenmalige gouverneur Publius, die door Paulus werd bekeerd, wordt wel gezien als de eerste bis­schop. Zeker is dat het eilandenrijkje in 553 officieel een bisdom werd. Tijdens de (vroege) middeleeuwen was een deel van de Maltese bevolking moslim en de eilanden speelden in de periode van de kruistochten een belangrijke rol in de strijd om de macht tussen pausen en koningen. De roomse kerk is al eeuwenlang een machtsfactor van betekenis en pogingen om kerk en staat te scheiden stuitten in het verleden vaak op ver­zet van de bevolking. In 1943 werd Malta een zelfstandige kerkprovincie met een aarts­bisschop.

Godsdienstvrijheid en godsdienst nu

Grondwettelijk is het rooms-katholicisme staatsgodsdienst en daardoor heeft de kerk veel invloed op het politieke beleid. Sinds 1991 onderhouden kerk en staat sa­men scholen en één op de drie scholen voor leerplichtige kinderen is in handen van de kerk. Godsdienstles is verplicht, maar voor bezwaarden is ontheffing mogelijk. In het onderwijs wordt verdraagzaamheid actief bevorderd via lessen in mensenrechten, etnische verhoudingen en culturele diversiteit als onderdeel van waardeneducatie. De grondwet schrijft godsdienstvrij­heid voor en deze wordt door de overheid gerespecteerd. De weinige niet roomse ge­loofsgemeenschappen die het eiland telt wordt weinig in de weg gelegd en zieltjeswin­ners mogen hun gang gaan. Dat dit weinig zoden aan de dijk zet bewijst het feit dat ook in 2004 nog 95% van de bevolking rooms was en dit is goed te merken aan de omgeving. Op Malta en Gozo staan meer dan 360 kathedralen en kerken, overal op straathoeken zijn altaartjes met heiligenbeelden, buschauffeurs hebben op hun dash­board soms bid­prentjes met een door knipperlichtjes omgeven Mariabeeldje en een bordje met de tekst “Jesus loves me” of een Latijnse spreuk en vooral s’zomers zijn er met de regelmaat van de klok verkeersopstoppingen en omleidingen in verband met proces­sies voor lokale patroonheiligen. Velen doen vrijwilligerswerk voor kerkelijke liefdadigheidsorganisaties en de kerk geeft standaard voorlichting aan trouwlustigen (hetgeen, gezien vanuit de celi­bataire staat van de informanten, wellicht zijn beperkingen zal kennen).

Het aandeel Maltezen dat vaak over de zin van het leven nadacht was in 2005 groot (52%, op 3 na grootste met Letland, EU 36%) en het deel dat in het bestaan van god geloofde was veruit het grootst naar EU maatstaven (95 om 52%). Van de rest (5%) geloofde 3% in een onpersoonlijke hogere macht en 2% was atheïst. Bijna alle Maltezen (98%) vonden rond de millenniumwisseling een kerkelijk ritueel bij doop, huwe­lijk en begrafenis passend, voor 70% was godsdienst erg belangrijk in het eigen leven en in 2004 ging 63% wekelijks naar mis of biecht (het EU gemiddelde voor wekelijkse kerk­gang ligt rond 20%). De huidige kerk op Malta waarschuwt voor mogelijke uitwassen (in­dividua­lisme en materialistisch hedonisme) van een “dolcevita levensstijl” die gericht is op op­pervlakkige pleziertjes. Bij een Europees onderzoek uit 2006 vonden opmerkelijke veel Maltezen (70%, hoogste EU na Cyprus) de plaats van religie in de samenleving te belangrijk.