Toerisme

Economisch belang en verwachting

Op http://www.wttc.org/eng/Tourism_Research/ economic research/ country reports brengt het WTTC verwachtingen uit over de economische betekenis van het toerisme. Volgens de in februari 2011 uitgekomen verwachting voor 2011 zou het Estische toerisme op de wereldranglijst van 181 landen naar economische waarde 95e, naar BBP bijdrage 54e en naar groeiverwachting over 10 jaar 138e staan. De verwachte groei voor Estland voor 2011 lag, zakentoerisme en kapitaalsinvesteringen uitgezonderd, boven het Europees gemiddelde. Op de lange termijn (verwachting t/m 2021) verwachtte men een bovengemiddelde groei in BBP bijdrage; inkomsten uit buitenlandse bezoekers, vrijetijdsbesteding en kapitaalsinvesteringen. De verwachte groei in banen en in inkomsten uit toerisme in eigen land of uit zakentoerisme bleef achter bij het Europees gemiddelde. In directe zin zou in 2011 toerisme 3,5% van het BBP (€0,6 miljard, +5,3% t.o.v. 2010; Europa 2,8%, +2,7%) en 3,6% van de banen moeten opleveren (21.000, -+3,1%; Europa 2,6%, +1,3%) en met de uitstraling over de rest van de economie meegerekend 13,6% van het BBP (€2,1 miljard; +3,1%; Europa 7,7% BBP, +1,8%) en 13,3% van de banen (77.000; +2%; Europa 7,7%, +0,3%). Men verwachtte dat 6,6% van de kapitaalsinvesteringen erin terecht zou komen (€0,2 miljard; +2,7%; Europa 3,8%, +4,8%). De inkomsten uit toeristen uit het buitenland (privé, zakelijk) werden begroot op 9,9% van de exportwaarde (€1,2 miljard; +6,4%; EU 6%, +5,9%) en de dito inkomsten uit toeristen in eigen land op 2% van hun uitgaven (€0,3 miljard, +1,6%: Europa 3,3%, +0,7%). De bestedingen voor vrijetijdstoerisme door Esten en buitenlanders in Estland werden geschat op 7,5% van alle private uitgaven (€1,2m, +5,8%, Europa 4,6%, +2,6%) en de dito uitgaven voor zakelijk toerisme op 2,3% van de zakelijke bestedingen (€0,4m, +3,6%;Europa 1,2%, +3,8%).   

Volgens http://www.stat.ee/tourism-and-accommodation (het Estische CBS) leed het accommodatie en restaurantwezen in de horeca in 2008 een netto verlies van €30,4 miljoen en in 2009 van €30,7 miljoen. De tabel hieronder toont hoe bij uitgaven (in € pp per tocht met overnachtingen) het effect van de kredietcrisis bij Esten merkbaar was (een tocht naar het buitenland duurde gemiddeld langer dan die in eigen land).  

Soort tocht van een Est

In eigen land

Naar het buitenland

2008

2009

2010

2008

2009

2010

Totaal gemiddelde

56

48

49

466

398

417

Zaken

68

46

40

341

468

489

Vakantie

74

63

58

607

477

446

Bezoek familie etc.

43

38

44

242

241

290

Overig

71

Op http://www.visitestonia.com/en is onderaan de pagina (for travel trade) te achterhalen dat ook het aantal betaalde overnachtingen van buitenlandse toeristen in 2009 een duidelijk dalletje vertoonde, maar dat in 2010 sprake was van een record aantal buitenlandse betaalde overnachtingen. In 2010 kwam uit toerisme €1,08 miljard binnen. Buitenlandse toeristen gaven €815 miljoen uit, 4,5% meer dan in 09 en 0,5% meer dan in recordjaar 2006. Daarvan kwam 51,5% van Finnen (+6%), gevolgd door Russen (11%.+15%), Zweden (8%, +15%), Letten (5%.-9%) en Duitsers (4%, +16%). Aan Estisch openbaar vervoer besteedden buitenlanders €262 miljoen (+3,4%). Daarbij steeg de bijdrage van veerboten (+4,1%), maar bij het luchtvervoer zette een dalende tendens door (-4,8%). Ook het eerste kwartaal van 2011 zag er qua toeristische inkomsten veelbelovend uit. Esten gaven in 2010 in het buitenland €460 miljoen uit (+6,2%), waarvan 30% (+66%) in Finland, 9,3% in Zweden (+110%), 9% in Rusland (-17%), 8% in Letland (-11%) en 5% in het VK (+27%, bron: Bank of Estonia).

Trekpleisters, beleid en capaciteit

In en via http://wikitravel.org/en/Estonia is van alles te vinden aan reistips, attracties en evenementen. Veruit de meeste grote trekpleisters zijn in Tallinn. Te denken valt aan de historische binnenstad met de Toompea heuvel, het gelijknamige kasteel en de regeringsgebouwen; het winkelcentrum, de Russisch orthodoxe Alexander Nevsky kathedraal, de St. Olafskerk, het Estonia theater en het Kadriorch paleis. Buiten de hoofdstad worden het strand van Pärnu, het eiland Saaremaa (meteorietkraters, het kasteel van Karusaare) en een aantal monumenten veel genoemd in toplijsten (bijv. het Hermann fort in Narva, het kasteel en stadhuis van Tartu, de ruines in Rakvere in noord-Estland en het Haapsalu kasteel in het westen). Verder zijn er grote festivals met massale zang als hoofdmoot. Folkloristisch etnografische toppers zijn de Oostzee eilandjes Kihnu en Manija en Setomaa in zuidoost Estland en landschappelijke de Geodetische boog van Struve en een aantal nationale parken (details op de link). Estland is een Walhalla voor kanoërs, hengelaars, vogelaars en andere natuurliefhebbers en rustzoekers. De Esten kennen net als de Zweden en Finnen (en in NL tot op zekere hoogte Friezen) het allemansrecht dat vrije toegang tot privé-terreinen inhoudt. Men mag vrij kamperen, een kampvuur aanleggen, zwemmen en bessen, paddenstoelen en bloemen meenemen mits men geen schade aanricht of rommel achterlaat. Op omheind privéterrein moet toestemming worden gevraagd. Het verdient aanbeveling zich even bij de landeigenaar te melden en te vragen waar men mag parkeren. Voor vissen in binnenwater is een vergunning nodig, maar die is goedkoop en makkelijk te krijgen.  

Op http://www.hotelmule.com/management/html/00/n-3900-2.html is info te vinden over het toerisme beleid van o.m. Estland. Voor het Estische ministerie van economische zaken en communicatie voert het ETB (Estonian Tourist board) van Enterprise Estonia het toerisme beleid uit. Daartoe heeft men de website Visit Estonia in het leven geroepen (link onder het vorige kopje). Voor de periode 2007-2013 heeft het ministerie voor ontwikkeling van het toerisme €206 miljoen uitgetrokken, voornamelijk uit Europese structuurfondsen en belastingen. In het beleid ligt nadruk op Estland bekender maken (toegankelijke en toegespitste info met folklore, duurzaamheid en ecotoerisme er uitdrukkelijk bij), betere kwaliteit diensten en producten, ondersteunen van de private sector en afstemming van betrokkenen/ samenwerking (nationaal, internationaal). Men wil tussen 2007 en 2013 het aantal betaalde overnachtingen verhogen (buitenlands van 2,8 naar 4,7 miljoen, Esten in eigen land van 1 naar 1,5 miljoen). Verder wil men het aandeel van het hoogseizoen in de overnachtingen verlagen van 39 naar 35% en de arbeidsproductiviteit in de horeca met 25% verhogen naar €10 miljoen per 1000 werknemers. In 2009 telde Eurostat aan capaciteit 1091 betaalde collectieve onderkomens met 10 of meer plekken; 387 hotels, 127 campings, 241 terreinen met vakantiehuisjes en 336 andere. Van de 49.500 plaatsen (+5% t.o.v. 2008) bevonden er zich 30.800 in hotels (62%, Eurolanden 43%), 6250 op campings (12,5%, EL 38%), 4200 in vakantiehuizen (8,5%) en 8200 in andere onderkomens (16,5%). Het Estische CBS kwam voor 2010 op 1141 onderkomens, 21.230 kamers en 50.000 bedplaatsen. Daarvan namen Tallinn en West Estland ieder 30% en zuid Estland 10% voor rekening.

Verblijfsaccommodaties: gebruik  en trends

De bezettingsgraad naar bedden is tamelijk hoog naar EU maatstaf. Ze liep in 2010 uiteen van rond 30% in januari t/m maart naar 60% in juli en 50% augustus. M.n. bij buitenlanders is het aandeel hotelovernachtingen in Estland met 93% erg groot naar EU maatstaf. In Estland was het effect van de kredietcrisis m.n. merkbaar aan minder betaalde overnachtingen van Esten (elders vaak van buitenlanders). De tabel hierna geeft info over de verdeling van de overnachtingen over de diverse typen betaalde accommodatie onder buitenlanders en Esten in 2008 en 2009 (bron Eurostat).

Type onderkomen

Overnachtingen x miljoen

Buitenlanders

Esten

2009

+/- 08

2009

+/- 08

Hotels

2,55m

-6%

0,94m

-16%

Vakantiehuisjes

0,03m

+8%

0,09m

-24%

Campings

0,02m

+5%

0,15m

-12%

Overige

0,13m

-14%

0,20m

-26%

Totalen

2,74m

-6,5%

1,38m

-17%

In 2010 ging het aantal betaalde overnachtingen weer omhoog; volgens statistics Estonia naar 4,7 miljoen; 14% meer dan in 2009 (Esten 1,5 miljoen, +8%; buitenlanders  3,2 miljoen, +17%). De doorsnee verblijfsduur in betaalde onderkomens lag in 2010 bij buitenlanders op ruim 2 nachten en bij Esten op bijna 2 nachten.

Inkomend toerisme

Het Estische CBS kwam voor 2010 op 1,56 miljoen buitenlandse verblijfsgasten, 13% meer dan in 2009. Veruit de meeste buitenlandse toeristen komen uit Finland en Rusland en onder hen zijn veel dagjesmensen, in 2009 ruim helft van de 4,1 miljoen toeristen van toen. Het aandeel 1e bezoeken aan Estland is erg klein; 30% in 2008 (bij bezoek uit verder weg gelegen landen hoger). Zo was 65% van de Finnen en bijna de helft van de Russen al vaker dan 6 keer in Estland geweest. Naar land van herkomst stonden in 2010 ook onder de 1,56 miljoen toeristen met verblijf de Finnen ver bovenaan (833.000, +11%), op eerbiedige afstand gevolgd door Russen (142.000, +51%), Duitsers (84.500, +11%), Zweden (82.000, +5%), Letten (73.000, +6%), Noren (40.000), Britten (36.000) en Litouwers (34.000). Naar motieven scoorde in 2009 onder alle toeristen (incl. dagjesmensen) vakantie 58,5% (neer naarmate van verder weg), met daarna overige (17,5%; bijv. bezoek aan familie/ vrienden), zaken/ werk (13,5%) en winkelen (9,5%;’s winters hoger dan ’s zomers; 5% in 2008, maar Finnen toen 12%). Zaken/ werk was het duidelijkst gezakt en winkelen en overige stegen. In 2008 gaf van alle bezoekers 10% familiebezoek etc. op (in 2006 nog 14%), maar onder de Russen 48%. Naar activiteiten vinkte de grootste groep winkelen aan (70%), gevolgd door op eigen gelegenheid rondkijken (61%), bezoek musea/ exposities 23%, natuur 20%, cultuurevenement 17%, rondleiding 13% (verre landen meer) en hobby/ sport 7%.

Als plaats van verblijf scoren hotels naar Eu maatstaf erg hoog en de doorsnee duur is met 2 dagen kort (zie boven). Dat hangt samen met doel en bestemming. Bij buitenlanders staat Tallinn stijf bovenaan als hoofddoel (79% in 08, ’s winters 83%). M.n. veel Finnen gaan er een dag of een weekendje heen om te winkelen en/ of de bloemetjes buiten te zetten. De badplaats Pärnu volgt op afstand als 2e hoofddoel (zomer 6%, winter 4%) met daarna Narva op de Russische grens en intellectueel centrum Tartu (beide 3%) en vakantie-eiland Saaremaa (z 2%, w 1%). Van de 3,2 miljoen overnachtingen in betaalde onderkomens in 2010 van buitenlanders kwam 52% op conto van Finnen (1.66m, +18%), gevolgd door Russen (10%, +49%), Zweden (5,5%, +6%), Duitsers (5,5%, +9%), Letten (4%, +9%), Noren (3,5%, -6%) en Britten (2,5%, +4%). Nederlanders stonden met 25.000 nachten (0,8%) 15e op de ranglijst.

Reisgedrag van Esten

Volgens de gegevens van het Estische CBS maakten in 2009 Esten in eigen land 882.000 reizen met verblijf (10% meer dan in 2008) en verdubbelde dat in 2010 ruim naar 1,93 miljoen reizen. Naar bestemmingsregio scoorde de badplaats Pärnu en omstreken het hoogst (18%, 346.000 reizen, 175% meer dan in 09), gevolgd door Tallinn e.o. (14%, 270.000, +118%) en universiteitstad Tartu e.o. (1,5%, +177%).  Naar motief lag het aantal zakenreizen (113.000) 22% hoger. De stijging zat hem vooral in vakantiereizen (726.000; +129%) en bezoeken aan familie en vrienden (1,07 miljoen; +133%). Naar duur steeg het aantal korte reizen (1 tot 3 overnachtingen) met 129% naar 1,7 miljoen en het aantal langere reizen met 50% naar 202.000. Het aantal overnachtingen ging dan ook minder spectaculair omhoog. In 2010 telde men er 3,9 miljoen; 70% meer dan in 2009. Naar verblijfplaats was het aandeel gratis overnachtingen bij bekenden het grootst (66%) en in aantal kwam het op 2,6 miljoen (+70%). De bijdrage van gratis overnachtingen in overige onderkomens (camper, tent, hooiberg etc.; 4,5% van het totaal) verdubbelde bijna naar 177.000. Bij de betaalde overnachtingen gingen hotelachtige onderkomens aan kop (790.000, 20% van het totaal; +95%). Overige collectieve onderkomens (camping, vakantiehuisje, jeugdherberg) haalden ruim 5% (in aantal 207.000, +73%). Gespecialiseerde collectieve onderkomens (kuuroord, B&B, openbaar vervoer, congrescentra) en gehuurde private onderkomens zakten naar ruim 3% en bleven in aantal vrijwel gelijk (139.000). Het segment van deze reizen met organisatie vooraf via een reisbureau ging van 2 naar 3.

In Estland nemen vrouwen een groter deel van de binnenlandse reizen voor rekening dan mannen (56 om 44% in 2008).  

Het aantal reizen met verblijf naar het buitenland steeg in 2010 minder spectaculair t.o.v. 2009. Het kwam op 955.000 (+27%). Finland stond met 220.000 reizen bovenaan als bestemming, 23% van alle reizen en 52% meer dan in 09. Op plek 2 kwam Rusland (145.000, 15%, +57%) en op plek 3 Zweden (114.00, 12%, +25%). De EU15 landen buiten Finland en Zweden kwamen op 234.000 (24,5%, +73%) en de 11 nieuwe EU lidstaten zakten naar 88.000 (9%; m.n. Letland en Litouwen; -33%). Naar motief ging het aantal vakantiereizen flink omhoog naar 599.000 (62,5%, +62%). Het aantal privé-bezoeken steeg licht naar 219.000 (22,5%; +4%) en zaken/ werkreizen zakten iets (137.000, 14%, -9%). Qua duur steeg het aantal korte reizen (1 tot 3 overnachtingen) met 32% naar 418.000 (43,4% van alle reizen), middellange reizen (4-7n) gingen naar 274.000 (28,5%, +13%) en lange reizen (7 of meer n) naar 258.000 (26%, +35%). Esten deden dus m.n. een weekendje of een lange vakantie in het buitenland vaker. In 2010 was qua organisatie vooraf het aantal pakketreizen flink gestegen (260.000, 27%, +80%). Naar vervoer neemt bij deze reizen vervoer over water een relatief belangrijke plaats in (23% in 2008, m.n. naar Finland en Zweden). In 2008 scoorde het vliegtuig 38% en de weg 36%. Het aantal overnachtingen in het buitenland steeg van 5,4 miljoen in 2009 naar 7 miljoen in 2010 (+30%). Naar verblijfplaats was het aantal overnachtingen in hotelachtige onderkomens flink gestegen (2,96m; +40%) en het was in aandeel het grootst geworden (43%). Gespecialiseerde collectieve onderkomens (kuuroord, B&B, congrescentrum, veerboot, vliegtuig etc.) zakten naar 304.000 (3,5%; -20%). Gratis overnachtingen bij bekenden wonnen ook terrein (2,7m; 39%, +16%). maar de rest van de opties (camper, tent, hooiberg etc.; camping, vakantiehuisje, jeugdherberg; gehuurd privaat) verdubbelde bijna (1.03m; 15%, +94%).