Algemeen

Gebruikte bronnen

De België pagina van het EJC (centrum Europese journalistiek; http://www.ejc.net/) biedt info over mediabronnen en organisaties. Informatie over mediageschiedenis en achtergronden van de meeste landen van de wereld staat op www.pressreference.com. Op de website van het centrum voor informatie over de media http://www.cim.be/ zijn recente gegevens te vonden over oplagen en kijk en luistercijfers. Op http://mediaresearch.orf.at/ international staat info over de uitzendmedia in de Eu landen (incl. een link naar IP international met gegevens over ontvangstvormen en kijkgedrag in de EU). “Media power in Europe”, een internetuitgave uit 2007 van de Europese federatie van Journalisten IFJ, geeft een overzicht van het media-eigendom in de EU landen rond 2005. Eurostat beschikt over een tijdsbestedingonderzoek uit 2006, het internetgebruik van huishoudens (science and technology) en huishoudelijke uitgaven (population and social conditions/ living conditions). E communications household Survey uit april 2007 van Eurobarometer geeft info over vormen van TV ontvangst en communicatiediensten. Eurobarometer 225 wave 63.1 behandelt het informatieniveau en de mate van politieke emancipatie in de EU. M.b.t persvrijheid wordt verwezen naar verslaggevers zonder grenzen (www.rsf.org: persvrijheidindex onder “regular reports”) en de internationale persinstellingen IPI (http://www.freemedia.at/) en Freedom House. Up-to-date gedetailleerde info over marketing en media is, behalve op of via deze website, ook (maar dan tegen betaling) verkrijgbaar via EAO (European Audiovisual Observatory), WAN (world association of newspapers, WARC (reclameresearch) en FIPP (Internationale federatie periodiekenpers).

Achtergronden en persvrijheid

Bepalende factoren in het Belgische medialandschap zijn de taalzones (Nederlandstalige, Franstalige en Duitstalige media) en qua geworteldheid de zuilen. Oorspronkelijk waren de media producten van de roomse, liberale of socialistische zuil. Via abonneeverlies en daaropvolgende fusies boette de verzuiling aan belangrijkheid in. Een paar grote socialistische kranten (de Volksgazet, Le peuple) zijn bijv verdwenen en het voormalige socialistische dagblad de Morgen is zich op een breder publiek gaan richten. Door wetgeving uit de 80er jaren kregen de publieke omroepen VRT en RBTF concurrentie van commerciële omroepen als VTM en RTL, hetgeen ook in het omroepbestel ontzuiling in de hand werkte. Omdat veel Europese organisaties in België zijn gevestigd, krijgt Europa in de media veel aandacht. De media van de taalzones functioneren echter los van elkaar. Zo geven Vlaamse media meer nieuws over Europa dan over het Waalse landsdeel e.o. Het Waalse en Duitse volksdeel deelt daarbij de bevinding dat de Vlaamstalige media dominanter worden. Op de persvrijheidindex (press freedom index) van verslaggevers zonder grenzen bezette België in 2006 onder alle 222 wereldlanden op een ranglijst van 168 een met Zweden gedeelde 14e plaats.

Clubs en organisaties

De 3 belangrijke nationale mediaclubs zijn de Belgische journalistenbond AVBB, de Belgische uitgeversbond ABEJ-BVDU en de tijdschriftuitgeverbond Febelma. In Brussel is de Europese uitgeverorganisatie van dagbladen en actualiteitennieuwsbladen ENPA gevestigd die 3000 bladen uit 17 Europese landen vertegenwoordigt. Daarvan worden iedere dag ±90 miljoen exemplaren verkocht die door meer dan 220 miljoen mensen worden gelezen. De organisatie is gericht op bescherming van persvrijheid en auteursrechten en op bevordering van mediaverscheidenheid. Gegevens over oplagen en lezersbereik van de Belgische pers zijn te vinden op de sites van CIM en Media Marketing. Het CIM geeft ook kijk en luistercijfer info. De Vlaamse Mediamaatschappij (VMMa) speelt een hoofdrol in Nederlandstalig België en beheert bijv de commerciële tv zenders VTM en kanaal 2 en de radiozender Q-music. Ze is voor 50% eigendom van de Roularta Media groep (RMG) en voor 50% van de Persgroep. Beide groepen behoren tot de grote Vlaamse uitgeversconglomeraten van geschreven pers.