Cultuur in engere zin (vruchten der beschaving)

Inleiding

Keltische en Viking achtergronden hebben naast Franse invloeden een belangrijk stempel gedrukt op de Britse cultuuruitingen. Het overbekende adagio van de 19e eeuwse evolutiebioloog Charles Darwin struggle for live; survival of the fittest is erg Brits. Ook ratio kan worden gezien als kenmerkende bijdrage van de VK cultuur aan de wereld. Zo heeft het Britse empirisme van John Locke en de Schot David Hume, dat er vanuit gaat dat slechts kennis die door ervaring kan worden gestaafd deugdelijk is, wereldwijd een enorme invloed gehad. De stroming leidde in de 16e./17e eeuw tot de ontwikkeling van de wetenschappelijke methode door Francis Bacon. Het utiliteitsprincipe van John Stuart Mill vormt een belangrijk morele filosofie van de Britten. Dit hanteert het idee dat handelen juist is in de mate waarin het geluk bevordert; i.e plezier bewerkstelligt en pijn tegengaat. Andere Britse filosofen legden nadruk op individualisme en op het verschil tussen objectieve realiteit en beleving (de middeleeuwse denkers Duns Scotus en William of Ockham), samenwerking uit eigenbelang (Thomas Hobbes), het geloof in vrije marktmechanismen als natuurlijke regulator van schaarste en menselijk eigenbelang (de Schotse econoom Adam Smith) en vrijheid van denken en debat (Nobelprijswinnaar en pacifist Betrand Russell). De meeste cultuuriconen die in deze tekst worden genoemd werden in de adelstand verheven en mogen de titel Sir of Lady voor hun naam voeren.

Literatuur

Tot de oudste Britse literatuur behoren 6e eeuwse Keltischtalige geschriften uit Wales en Noord-Ierland (delen van de Ulster cycle). De 7e/8e eeuwse monnik Bede schreef een Latijnstalige geschiedenis van Engelse volken waarin de botsing tussen de Romeins christelijke en Keltische cultuur naar voren komt. Uit de tijd van Angelsaksen en Vikingen (ca 450-1066) zijn rond 400 manuscripten bewaard gebleven in het oud Engels met de Beowulf (auteur en datum onbekend) als bekendste. De mythen in het in 1136 verschenen boek over Britse koningen van Geoffry of Monmouth (met bijv de Arthur legenden) vormden een inspiratiebron voor latere kunstenaars, literatoren en film en TV producenten. De 14e eeuwse Engelse schrijver Geoffry Chaucer werd beroemd door zijn “Canter­bury tales”. Tot de vroegste uitgaven hiervan behoort het Ellesmere manuscript uit begin 15e eeuw. De gouden eeuw van de Engelse kunst viel in de 16e en 17e eeuw met to­neelschrijver/ dichter William Shakespeare (1564-1616) en essayist Francis Bacon (1561-1626). Kunstenaars gaven toen uitdrukking aan hun optimisme en onzekerheden in tijden van ontdekkingen, godsdienstige onrust en politieke macht en in­triges. Shakespeare was uiterst productief en wordt beschouwd als de grootste schrijver van Engeland. Van de schaarse afbeeldingen die van hem de ronde doen is niet volledig zeker of ze hem wel voorstellen. Wel is zijn geboortehuis in Stratford upon Avon bekend.

Tijdens de 19e eeuwse industriële revo­lutie verwierp men uitwassen van rationaliteit en de roman kwam op als literaire uitdrukkingsvorm; bijv. via Charles Dickens en Elisabeth Gaskell. Zij beschreven het leven van kooplieden en fabrieksarbeiders uit hun tijd en de dichter John Keates benadrukte zin­tuiglijkheid en individuele heroïek. In de Victoriaanse tijd rond het begin van de 20e eeuw, toen Engeland op het toppunt van koloniale macht verkeerde, manifesteerde het opbloeiend nationalisme zich bij Rudyard Kipling die in 1907 de eerste Britse winnaar van de Nobelprijs voor literatuur werd. George Orwell (1903-1950, bekendste titels Animal Farm en 1984) en Aldous Huxley (1894-1963: Brave new world ) brachten via hun werk zorgen tot uiting over mogelijke negatieve gevolgen van het denken in rangen en stan­den. In 1932 kreeg John Galsworthy de Nobelprijs, m.n voor zijn Forsyte Saga, een romancyclus over een familie uit de hogere middenklasse. De in 2002 via de BBC tot grootste Brit aller tijden gekozen charismatisch leider en staatsman Winston Churchill kreeg in 1953 deze prijs voor zijn historisch oeuvre over Engels sprekende volkeren en de 2e wereldoorlog. In 1955 schreef John Ronald Reuel Tolkien zijn fantasie-epos “In de ban van de ring”. Agatha Christie (1890-1976) werd wereldbekend door haar detectives. Carroll Le­wis bereikte deze status door zijn kinderboek Alice in Wonderland.

William Golding, met als bekendste titel Lord of the flies, ontving in 1983 de Nobelprijs vanwege zijn relativering van wat binnen culturen beschaafd heet. De in Trinidad uit Hindoestaanse ouders geboren V.S Naipaul kreeg in 2001 de prijs voor zijn vermogen om op indringende wijze zaken naar voren te halen die culturen onderdrukken. Hij is één van de vele vooraanstaande Britse schrijvers met wortels in een gemenebestland. De bekendste daarvan is wellicht de Indiaas Britse auteur Salmon Rusdie. Doordat hij in 1989 door de Iranese ayatollah Khomeini vogelvrij werd verklaard vanwege zijn Satanic Verses; een parodie op de profeet waarin deze als een gewoon mens zwicht voor aardse verleidingen; werd hij ook buiten de literaire wereld icoon van het vrije woord. Reeds daarvoor (in 1981) won hij met zijn roman Midnight children de Booker price, een jaarlijkse literaire onderscheiding in het gemenebest. Dichter, activist en toneelschrijver Harold Pinter (1930-2008), met o.m de oneerlijkheid en hypocrisie in de publieke wereld als thema, werd in 2005 Nobelprijswinnaar. Hij verrijkte de taal met het begrip Pinteriaanse pauzes, pauzes die hij in zijn toneelteksten introduceerde om de verbeelding te laten werken. In 2007 kreeg Doris Lessing de prijs voor haar vurige, visionaire, epische, sceptische en confronterende beschrijving van de wereld vanuit een vrouwelijk perspectief. Tot de literaire hoogtepunten uit Schotland behoort de biografie van Samuel Johnson van James Boswell (1740-1795). Deze wordt wel beschouwd als de beste ooit geschreven. Een tijdgenoot van hem, Sir Walter Scott creëerde de figuur van Ivanhoe. Sir Arthur Conan Doyle, de schep­per van Sherlock Holmes, leefde in de 18e eeuw evenals Robert Louis Stevenson die on­der meer ”Treasure Island” en “the strange case of dr. Jekyll and Mr. Hyde” schreef. J.M. Barrie (1860-1937) was de schepper van sprookjesfiguur Peter Pan. In 1950 won de filosoof en pacifist uit Wales Bertrand Russell de Nobelprijs. De Godsdien­stige conflicten in Noord-Ierland hebben veel invloed gehad op leven en werk van dichter Seamus Heaney. Hij werd in 1995 Nobelprijswinnaar.

Joanna Rowling (1965, schrijvernaam JK Rowling) werd beroemd door haar reeks over leerling tovenaar Harry Potter. Naar verluidt werd ze in 2003 via deze cultfiguur, die een opmerkelijke gelijke­nis vertoont met zowel haar echt­genoot als de Nederlandse MP JP Balkenende, rijker dan de Britse koningin (die op haar beurt het rijkste vorstenhuis ter wereld vertegenwoordigt) en boeken over haar cory­fee zijn ui­teraard verfilmd. De beer met heel weinig hersens Winnie-the-Pooh steekt Harry Potter echter wellicht naar de kroon. Deze creatie van de Britse schrijver A.A Milne (1882-1956) is genoemd naar de teddybeer van zijn zoontje die op zijn beurt vernoemd was naar Winnipeg, een Canadese zwarte beer in de London Zoo. De beer werd wellicht het meest lucratieve kindericoon ooit door de bijdragen van illustrator E.H Shepard, de verfilmingen in de Disney studio’s, de talloze vertalingen van Milner’s boeken en de ontelbare pluche replica’s. De beer is voor Disney een even belangrijke inkomstenbron als alle andere Disney figuren samen en levert het bedrijf al decennia lang jaarlijks een miljard dollar aan rechten op.

Podiumkunsten

Veel beroemde schrijvers uit het VK waren en zijn toneelschrijver en het eilandenrijk kent dan ook al vanouds een zeer levendige theatertraditie. De Romeinen begonnen er al mee en in de middeleeuwen was straattheater met pantomimespel en morris dance (een Engelse volksdans die later uitwaaierde over gemenebestlanden en de VS) erg populair. Belangrijke thema’s daarbij vormden St. Joris (de Engelse patroonheilige Saint George) met zijn onafscheidelijke draak en Robin Hood. Ook werden bij religieuze festivals mysteriespelen opgevoerd. Vanaf de 17e eeuw werden opvoeringen van de stukken van Shakespeare populair. Deze werden nadien een cultuuricoon in de hele zich beschaafd noemende wereld. Tijdens de restauratie (1660-1700; de periode na het streng puriteinse regime van de republikein Cromwell) beleefden heroïsch, pathetisch en komisch drama (met heel expliciete seksuele toespelingen) een waar crescendo. Een typerend voorbeeld is The Rover van de eerste vrouwelijke toneelschrijver Aphra Behn. Ze begon met toneelschrijven omdat koning Charles II niet wilde dokken voor haar spionageactiviteiten in Holland. Als reactie op dit losbandige gedoe groeide in de 18e eeuw de belangstelling voor sentimentele komedies, huiselijke tragedie en Italiaanse opera’s. Met stukken van de Ier George Bernard Shaw, de Engelsman Oscar Wilde en de Noor Henrik Ibsen beleefde de 19e eeuw een terugkeer van Angelsaksisch theater. Thans floreert het theatergebeuren in het Londense Westend, bijv via de musicals van Andrew Lloyd Webber; geboren in 1948 en schrijver van ondermeer Evita en het spook van de Opera. Hij componeerde ook veel beroemd geworden liedjes uit andere musicals.

Het VK is erg rijk aan komieken. Internationaal werd een aantal van hen bekend via de TV. Vanaf de 60er jaren stimuleerde het absurdistische film en TV team van Monthy Python grensdoorbrekende cultuuront­wikkelingen in de westerse wereld. De leden van het team hielden ook in hun latere individuele carrières via hun karikaturen de Engelsen een lachspiegel voor. Daar­mee leverden ze van binnenuit een bijdrage aan de erosie van het Engelse elitaire den­ken. De in Wales geboren komiek en illusionist Tommy Cooper (1921-1984) verwierf met zijn vuurrode fez en zijn mislukkende goocheltrucs (waar hij zelf het hardst om mee lachte, wat bij hem alles behalve storend werkte) wereldfaam. Zijn komisch talent werd echter zijn noodlot toen hij bij een tv optreden voor de BBC op de bühne een hartstilstand kreeg. De komiek Rowan Atkinson verwierf in en buiten het VK faam met typetjes als Mr. Bean en Blackadder. In 2005 werd hij bij een enquête onder Britse collega komedianten gekozen als 24e. De grootste grapjas werd Peter Cook (1937-1995), met John Cleese van het Monthy Python team als 2e en Tommy Cooper als 3e Brit. De BBC sitcom the office uit 2001 toont hoe Britse wedijver en grofheid zich achter een Engelse façade van correctheid manifesteert bij een kantoorteam.

Het VK heeft veel klassieke componisten voortgebracht. Daartoe behoren de 16e eeuwse componisten van kerkmuziek John Taverner en Thomas Tallis, de renaissance componist van gewijde en wereldse muziek William Byrd (1540-1623) en de reeds jong overleden barokcomponist Henry Purcell (1659-1695). Van Arthur Sullivan (1842-1900) stamt het notoire Calvinistische opwekkingslied Voorwaarts Christenstrijders, maar dat alleen doet geen recht aan zijn enorme veelzijdigheid. In de Victoriaanse tijd rond het begin van de 20e eeuw, toen Engeland op het toppunt van koloniale macht verkeerde, werd het opbloeiende nati­onalisme uitgedrukt in de muziek van Edward Elgar (1875-1934). Van hem is het bekende “land of hope and glory”. Tot de toon­aangevende overleden 20e eeuwse componisten behoren William Walton (ook dirigent), Ralph Vaughan Williams,  Benjamin Britten (erg veelzijdig; maakte veel nationalistisch gekleurd werk en stichtte het klassieke muziekfestival van Al­deburgh) en de linkse componist/ dirigent Michael Tippett. Wereldberoemde Britse klassieke orkesten zijn het BBC Orchestra, het Royal en London Philharmonic en het London Symphomy orchestra,

Het VK is de bakermat van toonaangevende 20e eeuwse popmuziekstijlen en verwante subculturen in de westerse wereld en daarbuiten. De Britse pop­groepen uit de 60er jaren Beatles en Rolling Sto­nes werden als pioniers van de protest en flowerpowergeneratie wereldwijd iconen. Hun komst werd in de 60er jaren in Engelstalige media betiteld als British Invasion. De Beatles bestaan niet meer als groep, maar een optreden van de Rolling Stones trok in februari 2006 in Brazilië nog 1,5 miljoen toeschouwers. Beatles en Stones kregen navolging van tal van andere Britse pop, rock en folkgroepen en coryfeeën als Led Zeppelin, The Who, Pink Floyd, Queen, Elton John, David Bowie en Deep Purple en ook hun muziek is nog steeds springlevend. De punk en New Wave beweging zorgden eind 70er en begin 80er jaren voor een 2e Britse invasie (Sex Pistols, Duran Duran, The Cure), maar deze had minder blijvende invloed. De groepen Oasis en Blur profileerden zich vanaf die tijd als onafhankelijk. Midden 80er jaren kwam mede vanuit het VK de dance music op met zijtakken als techno, trance en house; maar de VS namen het stokje over in de popmuziek. Veel Britse coryfeeën konden nadien de weelde slecht dragen en haalden zichzelf letterlijk en figuurlijk onderuit met overmatig dope en drankgebruik. Ook raakte hun invloed versnipperd over tal van kleine (jeugd)subculturen.

De Schotse podiumcultuur is ondenkbaar zonder de alom geprezen en verguisde doedelzak (bagpipe). Dit muziekinstrument werd vroeger bespeeld bij veldslagen om de vijand de stuipen op het lijf te jagen, maar tegenwoordig valt het vooral tezamen met viool en harp te beluisteren bij traditionele Schotse dansen als de Highland fling en de zwaarddans. Bij de zwaarddans worden 2 zwaarden recht of kruiselings op de grond gelegd en de ruimte ertussen wordt dan gebruikt om te dansen. Populaire heden­daagse Schotse zangeressen zijn Annie Lennox en Sheena Easton.

De Britse cinema

De uit begin 30er jaren daterende film en TV productiemaatschappij Ealing Studio’s in Londen is de oudste in zijn soort ter wereld. De bekendste filmacteur (later ook filmmaker) van Britse komaf uit de tijd van de stomme film is de tragikomische Charlie Chaplin (1889-1977). Hij werd groot via de Amerikaanse cinema en verwierf wereldfaam in zijn rol van zwerver met allure die vanuit een underdogpositie zijn moeilijkheden overwint. Chaplin maakte ook maatschappijkritische films (bijv Modern Times uit 1936) en werd kort na WOII de dupe van de heksenjacht op communisten. Ruim 2 maanden na zijn dood werd zijn lijk gestolen voor losgeld. Het werd 2 weken later teruggevonden en sindsdien ligt het begraven onder 6 voet beton. De dieven werden gepakt. BFI (British Film Industry) kent een top100 lijst. Het grootste aantal films daarin (7) staat op naam van David Lean (1908-1991) met Brief encounter uit 1945 als 2e, Lawrence of Arabia als 3e en de Djckens verfilming Great Expectations uit 1946 als 5e op de lijst. John Schlesinger en filmmaatschappij The archers kregen ieder 4 films op hun naam. De filmnoir verfilming uit 1949 The third man van Carol Reed, waar Graham Greene het script voor schreef (de roman kwam een jaar later uit) voert de lijst aan. De thriller 39 Steps uit 1935 van Alfred Hitchkock (1899-1980) staat 4e. Richard At­tenborough (niet te verwarren met David Attenborough van de natuur­films) verwierf ondermeer roem met de film “Ghandi” uit 1982 (34e op de BFI lijst). De hoogst geplaatste James Bond film (41e) is Doctor No uit 1962 met de Schot Sean Connery nog in de hoofdrol. Deze rol werd het vaakst vervuld door de wel erg Engelse Roger Moore. Onder de top20 van films met de hoogste opbrengst ter wereld vallen 4 verfilmingen van Harry Potter boeken.

Tot de meest gelauwerde filmacteurs uit het VK behoren Dirk Bogarde (1921-1999), Vanessa Redgrave (1937), Hugh Grand (1960; tevens filmmaker) en Kate Winslet (1975). De Britse academie voor film en TV kunst (BAFTA) reikt sinds 1947 een Britse equivalent van Oscar uit. De film The last King of Scotland kreeg de prijs in 2007, in 2008 opgevolgd door de film over de nogal verrassende geschiedenis van Britse skinheads met de titel This is England. Onder de bekende film­titels die zich in Schotland afspelen vallen verder “Trainspotting” (10e op de BFI lijst) van Danny Boyle (director) en Andrew Mc Donald (producer) en “Local Hero” uit 1983 (36e BFI). Belangrijke jaarlijkse filmfestivals spelen zich af in Lon­den, Leeds (kinderfilms) en Bristol (korte films).

Beeldende kunst

Tot de nalatenschap van de Kelten behoren gedecoreerde wapens en sieraden en een reusachtig in kalksteen uitgesneden paard (Uffington white horse). In Engeland komen veel van deze hillfigures voor. Een aantal is verloren gegaan omdat ze niet werden onderhouden en een enkele bekende voorbeelden zijn van veel latere datum. Zo is Cern Abbas giant, een enorme reus met een grote knuppel en een penis in erectie, hoogstwaarschijnlijk een 17e eeuwse parodie op Cromwell en uit de 20e eeuw dateren bijv weergaven van militaire badges en van Homer Simpson. De latere Keltische nalatenschap kent invloeden van de Romeinen en het vroege christendom. Uit de Romeinse tijd resteren grafmonumenten, beelden, bustes, glaswerk en mozaïeken (vanaf de 4e eeuw met christelijke symbolen). De Angelsaksen brachten Germaanse invloeden en lieten gedecoreerde wapens, sieraden en geïllustreerde manuscripten na. Veel voorwerpen van Angelsaksen en Vikingen staan tentoongesteld in Ipswich. In Schotland zijn nog gedecoreerde stenen met inscripties van de Picten uit de 6e tot de 9e eeuw waarvan de functie niet helemaal duidelijk is. Tussen de 14e en de 18e eeuw werden door de vorsten veel buitenlandse schilders (o.m uit Vlaanderen, NL en Duitsland) naar Engeland en Schotland gehaald. Ze beïnvloedden Engelse kunstenaars als schilder van portretminiaturen en goudsmid Nicholas Hilliard (1547-1619). Vanaf de 18e eeuw is sprake van een Engelse school, die wel is geassocieerd met kunstuitingen waaruit orde en rationaliteit spreekt. Voorbeelden zijn portretschilder Joshua Reynolds (stichter van the royal acadamy of art), paardenschilder George Stubbs, landschapsschilder Thomas Gainsborough; schilder, drukker en cartoonist William Hogarth en meubelontwerper Thomas Chippen­dale. Tot de internationaal invloedrijke schilders behoren de schilders van landschappen en heroïek John Constable en Joseph Turner die rond 1800 leefden.

De in 1848 begonnen prerafaëlieten (PRB) legden via hun romantische en piëtistische werk ondermeer de basis voor de Jugendstil van begin 20e eeuw. Exponenten zijn John Everett Millais, Dante Gabriël Rosetti en architect, ontwerper en denker William Morris (grondlegger van de Arts & Crafts designstroming die voor iedereen betaalbaar ontwerp wilde maken). Uit hetzelfde tijdperk komen de Camden Town group rondom Walter Sickert (Engelse postimpressionisten die werden beïnvloed door van Gogh en Gauguin) en de ontwerpstroming vorticisme (kubistische vormgeving en futuristische dynamiek) rond Wyndham Lewis en beeldhouwer Jacob Epstein. Als reactie op de verschrikkingen van WOI ontstond weer belangstelling voor pastorale en mystieke kunst zoals bij schilder Stanley Spencer, beeldhouwer Henry Spencer Moore en de surrealistische schilder/ poëet Roland Penrose. Paul Nash schilderde naast abstract en surrealistisch werk tijdens beide wereldoorlogen oorlogstaferelen. In de 50er jaren werd abstract expressionistische kunst toonaangevend via de St. Ives school in Cornwall (Ben Nicholson, Christopher Wood, Alfred Wallis) en de Londense school met bijv Lucian Freud en Francis Bacon (beide familie van). Als reactie daarop ontstond eind 50er jaren de popart die haar inspiratie haalde uit ondermeer reclame en stripboeken (bijv Peter Blake die de platenhoes ontwierp van de Beatles LP Sgt Peppers Lonely heartsclub band). De YBA (Young British artists) met o.m Damien Hurst en Tracy Amin zijn Britse vertegenwoordigers van de conceptuele kunst waarin veel gewerkt wordt met installaties en performance.

Architectuur

Onder de grote prehistorische monumenten van het VK vallen de steencirkel van Avebury (ouder dan Stonehenge), Sillbury Hill (de grootste door mensen gemaakte heuvel in Europa uit de prehistorie), de Giants Ring (een ring van hunebedden in de buurt van Belfast) en het Romeinse bronnenbad in Bath. Veel kastelen en parochiekerken in het VK dateren nog van voor de invasie van Willem de veroveraar in 1066. Deze liet in 1078 het oudste deel van het gebouwencomplex de Tower of London bouwen. Dit complex heeft in de loop van de geschiedenis veel functies gehad; bijv als paleis, gevangenis en executieplaats voor hoogwaardigheidsbekleders (het zou er nog behoorlijk spoken) en sinds 1303 als bewaarplaats voor de Britse kroonjuwelen. Tot de grootste en best bewaard gebleven imperialistische kastelen van de Engelsen uit de 12e en 13e eeuw behoren Carrickfergus castle in het Noord-Ierse Antrim en Caernarfon castle in Gwynedd in het noordwesten van Wales. De vele aristocratische landhuizen en landgoeden in het VK (Hatfield house, Montacute house en het 18e eeuwse barokke Blenheim Palace etc) dateren vanaf eind 15e eeuw. De huidige in Gotische stijl opgetrokken Westminster Abbey, waar de Britse koningen worden gekroond, werd gebouwd tussen 1245 en 1517. De door Nicholas Hawksmoore ontworpen torens kwamen er tussen 1722 en 1745 bij.

Architect Inigo Jones introduceerde begin 17e eeuw vanuit Italië de door de antieken geïnspireerde bouwstijl van Andrea Palladio (veel pilaren), waarvan het Queens house in Greenwich getuigt. Deze stijl kreeg tussen 1714 en 1830 een vervolg in de Georgian Architecture (naar de toenmalige koningen) met neoclassicistische, romantische en neogotische elementen. Voorbeelden van deze stijl zijn (naast de torens van Westminster Abbey), Woburn Abbey, Kendleston Hall (deels ontworpen door Robert Adam), Somerset house in Londen van de Schotse architect William Chambers, Fonthill Abbey in Wiltshire, het Crystal Palace in Hyde park in Londen van landschapsarchitect Joseph Paxton en het huidige Westminster Palace van Charles Barry (zetel van het parlement met de Big Ben klokkentoren). Daar tussenin ontwierp na de grote brand van Londen van 1666 architect en wetenschapper Chrisopher Wren (Engels barok) ondermeer 53 kerken (waaronder St. Paul’s cathedral) en het Greenwich hospital voor zeelieden.

De ruim 2,4 km lange monumentale Forth Railway Bridge in de buurt van het Schotse Edinburgh, een ontwerp van Benjamin Baker, was de 1e stalen spoorbrug ter wereld. De bouw vond plaats tussen 1883 en 1890 en eiste 57 mensenlevens.

Ontwerper van landhuizen (bijv Ascott house) en tuinarchitect George Devey was een voorloper van de door prerafaëlieten en arbeidersbeweging geïnspireerde Arts & Crafts stroming. Zijn werk vond begin 20e eeuw een vervolg via Edwin Landseer Lutyens. De wederopbouw architectuur van na WO II werd tot begin 70er jaren gedomineerd door modernistische invloeden (erg functioneel en weinig romantisch, veel glas en beton). Zo ontwierp Lord Rogers of Riverside o.m het Lloyd’s building en de Millenium Dome in Londen en Lord Foster of Thames Bank het 200m hoge Swiss Re Tower penissymbool (bijgenaamd de augurk) en het stadhuis van Londen dat wel is vergeleken met andere hoofdonderdelen van het mannelijk geslachtsdeel.

Cultuurbestedingen en deelname in het VK

In 2003 ging 0,6% van het BBP (EU25 0,9%) en 1,5% van het overheidsbudget (EU 1,8%) naar recreatie, cultuur en religie. De sector wordt grotendeels gefinancierd vanuit loterijen, bedrijfsleven, particulieren (bijv. via entreeheffingen) en lief­dadigheid. De staatsloterij van het VK bracht in 2007 voor kunst en cultuur zo’n €10 miljard op en liefdadigheidsfondsen en private investeerders ieder rond €1 miljard. Tussen 1998/99 en 2005/06 ging het budget van het ministerie van cultuur, media en sport (DCMS) met 60% omhoog en het deel voor kunst steeg met 114%. Eind 2004 werden de uitgaven voor kunst door het ministerie echter voor 3 jaar bevroren, maar in 2007 werd een inflatiecorrectie beloofd. In 2005/06 bedroeg het totale budget van het ministerie (incl. sport en media) bijna €8,5 miljard (rond €4,5 miljard identificeerbare uitgaven; pp ruim €70; bron Compendium cultural policies, UK profile). Van de overheidsuitgaven voor cultuur en media (ruim €3 miljard) ging 26% naar erfgoed (musea en galerieën 17,6%; monumenten en architectuur 8,5%), gevolgd door kunsten (19,3%); buitenlandse culturele betrekkingen 8,9%; nationale loterij 6,8%; media 5,8% en bibliotheken 5%. Bij het budget van de Schotse regering was het aandeel van erfgoed en kunst, bij die van Wales het deel voor kunst en bij die van Noord-Ierland het deel voor erfgoed flink groter.   De sector voor­zag federaal in 5% van de banen. Het deel van het huishoudbudget dat opgaat aan recreatie en cultuur was in 2005 met 12,3% het grootste binnen de EU na dat in Oostenrijk (Eu27: 8,4%) en het was in het VK na huisvesting en vervoer de 3e uitgavenpost bij huishoudens. Met 70% van alle kunst­verkopen in Europa is het VK na de VS de grootste kunsthandelsnatie ter wereld.

In 2003 telde het land 1860 geregistreerde musea en gale­rieën. Sinds december 2001 kan men er gratis in en in de 2 jaar daarop nam het aantal bezoeken met 72% toe tot bijna 35 mil­joen in 2003/2004. In 2003 waren er per miljoen inwoners ruim 80 openbare bibliotheken (vergelijkbaar met NL) en 60% van de Britten was daar lid van. In 2002/ 2003 werden er 361 miljoen boeken en 42 miljoen audiovisuele items uitgeleend. Men telde daarnaast ruim 6300 onderwijsbibliotheken en 2200 andere bibliotheken. Met Zweden en de VS be­hoort het VK tot de grootste popmuziekproducen­ten ter wereld. In het land ligt het con­certbezoek hoger dan het bezoek aan voetbalwed­strijden. De last night of the proms, het grootste klassieke muziekfestival ter wereld, trekt jaarlijks enkele honderdduizenden bezoekers en deelnemers. Het VK kent ruim 500 professionele kunst en cultuurfestivals die jaarlijks rond 4 miljoen bezoekers trekken. Daarbij heeft het popele­ment de overhand gekregen ten opzichte van het klassieke en interculturele invloeden nemen sterk toe. Het Glas­tonbury festival (ruim 150.000 bezoekers en 2000 optredens in 2004) hoort bij de grootste. Het door muzikant Peter Gabriël geïnspireerde WOMAD (World of Music, Arts and Dance) festival is internationaal geworden. Belang­rijke festivals in Wales zijn Brecon Jazz en de Llangollan International Eistedfodd. Het grootste festival van Noord-Ierland, dat van Belfast, trekt jaarlijks zo’n 50.000 bezoekers.

Vrijwel alle vormen van cultuurdeelname vertonen een toe­nemende of gelijkblijvende tendens. Een belangrijke bron voor info over cultuurdeelname is het jaarlijkse onderzoek van het ministerie taking part survey DCMS. Voor 2005/06 bleek er uit dat 57% van de VK bevolking niet of nauwelijks, 27% soms, 12% enthousiast en 4% gretig aan cultuur deelnam. Van de bevolking bezocht in het jaar vooraf 47% musea of galerieën (waarvan ruim 90% 1 tot 4 keer) en 30,5% keek op een kunstwebsite (in 93% van de gevallen om kaartjes te bestellen). Verder kocht 16% ambachtelijk handwerk en 7,3% kunst; maakte 13% beeldende kunst of een textiele werkvorm; 11,5% maakte kunst met de computer of muziek, 9% deed aan fotografie en 8% aan een dansvorm. Houtsnijwerk, dichten of zingen voor publiek hielden ieder 4 à 5% bezig. Evenzo deed 3 á 4% aan schrijven of muziek maken voor publiek en 2 à 3% aan muziek schrijven, film of video maken of toneel.  Hoogte van opleiding en sociale status zijn de belangrijkste bepalers voor deelname. Verder is de deelname relatief hoog bij vrouwen, ouderen en bewoners van Londen. De tabel hieronder geeft een indruk van de culturele belangstel­ling tijdens het seizoen 2005/ 2006 (soms 2003/04) ten opzichte van het seizoen 1998/ 1999.

Cultuurbezoek in procenten onder de Britse bevolking van 15 jaar en ouder

Voorziening

1998/ 1999

2005/ 2006

Bioscoop

57

65 (2004)

Theater

22

36

Carnaval en straattheater

26

Cultuurspecifiek festival

6

Galerie/ expositie

21

22

Ambachtelijke expositie

15

Live muziek (geen jazz en klassiek en opera)

24

Jazzconcert

6

Klassiek concert

11

8

Opera/operette

6

4

Ballet

6

8 (2004)

Moderne dans

4

6 (2004)