Cultuur in engere zin (vruchten de beschaving)

Architectuur en ontwerp

Qua kunst en cultuur vallen in België rijkdom en variatie op. Alle Europese kunstscholen zijn in het land vertegenwoordigd. Het feit dat men zich in diverse Belgische steden vrij­wel compleet in de middeleeuwen kan wanen bewijst dat monumentenzorg een hoge pri­oriteit heeft. De rijke architectuur komt tot uiting in de vele Romaanse en gotische beeldhouwwerken en ge­bouwen (kerken en kathedralen en m.n in Wallonië ook kloosters, kastelen en forten). Erg bekend is bijv de fortengordel rond Luik die na de 1e wereldoorlog werd aangelegd als verdedigingsketen (met ondermeer het onneembaar geachte fort Eben-Emael dat bij de bezetting in de 2e wereldoorlog voor Duitse para’s een fluitje van een cent vormde). De patriciërshuizen in Antwerpen en het prinsbisschoppelijk paleis van Luik stammen uit de renaissance. Ook barokke en rococokunst en architectuur zijn rijkelijk vertegenwoordigd. Na de 20e eeuw­wisseling ontwikkelde zich vanuit het neoclassicisme en de neogotiek de Art Nouveau met Victor Horta als belangrijke exponent. Typerend binnen de Belgische (en Noord-Franse) architectuur zijn belforten. Deze stedelijke klokkentorens dateren van de 11e tot de 17e eeuw en zijn gebouwd in de diverse stijlen die toen vigeerden. Ze werden naast torens van kerken (geestelijkheid) en kastelen (adel) symbool van burgerlijke vrijheid en maken bijgevolg vaak onderdeel uit van stadhuizen. Er staan minstens 33 op de werelderfgoed lijsten van Unesco (waaronder ook torens van kathedralen). Bekende voorbeelden zijn het stadhuis en de OLV kathedraal van Antwerpen, het belfort bij de lakenhal van Ieper, de Halletoren van Brugge, het belfort van het stadhuis van Dendermonde en een aantal belforten in Henegouwen (waaronder dat in de stad met hangende tuinen Thuin). De rond 30 Vlaamse begijnhoven zijn bijna allemaal een erfenis van 13e eeuwse nonnenkloosters. Ze zijn vaak prachtig gerestaureerd (bijv in Lier, Gent, Leuven en Brugge) en sommige zijn zo groot dat het a.h.w antieke dorpen zijn binnen een stad.

Een bekende ontwerper van art nouveau (bijv meubels) is Henry van de Velde (1863-1957). Voorbeelden van latere design kunstenaars zijn de modeontwerpergroep Antwerpse zes (met Dries van Noten als bekendste exponent), Luc Luycx (de ontwerper van de muntkant van de Euromunten) en hoedenmaker Elvis Pompilio (wellicht geen onbekende bij de Nederlandse majesteit).

Beeldende kunsten

Rond de 15e eeuwwisseling kwamen in de schilderkunst de Vlaamse primitieven (bijv Jan van Eyck) vanuit de toen gangbare gotische stijl tot een eigen invulling. Tijdens de renaissance (16e en 17e eeuw) reisden veel schilders naar Italië om daar inspiratie op te doen. Bekende 17e eeuwse meesters zijn Pieter Breughel de oudere (1525-1569) wiens schilderijen soms worden gebruikt om aan te tonen dat er een kleine ijstijd was en schilder/ diplomaat Pieter Paul Rubens van de voluptueuze dames (Vlaams realisme). Antoon van Dyck produceerde in deze periode portretten van aristocraten. In de 19e eeuw kwam de Vlaamse schilderkunst los van het Franse classicisme. Men ontwikkelde diverse eigen stijlen met als belangrijke 20e eeuwse exponenten James Ensor (karikatu­ren van bour­geoisie: 1860-1949) en René Magritte. Later vloeiden beeldhouw en schilderkunst sa­men in plasti­sche kunst zoals bij Panamarenko die bijv. bouwpakketten maakte voor kunstwerken. Raoul De Keyser is een veelvuldig gedecoreerde hedendaagse abstracte schilder. Eveneens in de 20e eeuw kwam in België de cartoon en striptekenkunst tot grote hoogste. In 1929 werd de eerste Kuifjestrip van Hergé gepu­bliceerd in de voorloper van de krant “le soir”. In 1938 kwam het stripblad Robbedoes uit en in 1946 het weekblad Kuifje. Via deze bladen werden Franquin met de stripfiguur Guus Flater, Peyo met zijn smurfen, Morris met Lucky Luke en Willy van der Steen met Suske en Wiske beroemd bij jong en oud. Al deze tekenaars droegen er toe bij dat België bij de absolute wereldtop behoort van landen met virtuele notabelen. Ka­magurka werd één van de bekende cartoonisten (tevens cabaretier) onder een volwas­sen publiek. 

Literatuur en podiumkunsten

Gedurende de vroege middeleeuwen was Luik een centrum van muziek, literatuur en theater (mysteriespelen). In de latere middeleeuwen ontstonden de rederijkerskamers. Deze produceerden speels moralistische werken (bijv. de “Speyghel der Saligheyt” van Elckerlyck uit 1495) en ze stelden een toneelcompetitie in die “het landjuweel” heette. In de 15e een 16e eeuw waren schrijvers van karakterspelen en historische verhalen en vertalers van klassieke geschriften belangrijk, maar ook de dichter van het Nederlandse volkslied Marnix van Sint Aldegonde leefde in deze tijd in Antwerpen. De Franstalige toneelschrijver Maurice Maeterlinck (1862-1949) won als enige Belg de Nobelprijs voor de lite­ratuur. Rond de 20e eeuwwisseling vormden de schrijver Hendrik Conscience “met de Leeuw van Vlaan­deren” en de dichter Guido Gazelle inspiratiebronnen voor de Vlaamse beweging. In Wallonië verschenen in deze periode literaire tijdschriften waarin de Franstalige literatuur zich verder ontwikkelde. Gelauwerde 20e eeuwse schrijvers zijn Louis Paul Boon, Willem Elsschot, Hugo Klaus (medeoprichter van de Cobragroep), Hubert Lampo (magisch realisme, met “De komst van Joachim Stiller” als voornaamste titel), Paul van Ostayen. George Simenon (schepper van de virtuele politiespeurneus Maigret) en Gerard Walschap (met bijv de in 1939 verschenen autobiografisch geïnspireerde roman Houtekiet over de nieuwe mens in een vrije maatschappij). Tot de bekende schrijvers van nu behoren Pieter Aspe (misdaadromans), Herman Brusselmans (ex voetballer, boeken, columns, media optredens), Kristien Hemmerechts (romans, reis en andere verhalen en filmscenario’s, er is tevens een planetoïde naar haar vernoemd), de erg veelzijdige Tom Lanoye en de Waalse schrijfster Amélie Nothomb. De laatste 4 kunnen tot een lichting worden gerekend die vanaf de 80er jaren een plek verwierf met ondermeer autobiografie, vervreemding, seks en verveling als ingrediënten.

Bij het 16e eeuwse toneel was de presentatie belangrijker dan de tekst. Tegen het einde van de 16e eeuw raakten vanuit Frankrijk de z.g.n. schouwspelen in zwang die soms dagen konden duren. In de 17e eeuw werden de spreuken van Adriane Poitiers populair. In 1700 werd in Brussel de Muntschouwburg, een groot operatheater, geopend en in 1853 werd het Vlaams theater opgericht. Behalve klassieke toneelgroepen kwamen hier ook gezelschappen die zich met nieuwe theatervormen onledig hielden. Jean Claude van Damme (internationale actiefilms) en Jan Decleir (Vlaamstalige films) zijn bekende hedendaagse filmacteurs. Bekende choreografen zijn Anne Therèse de Keers­maecker (gezelschap Rosas, modern ballet) en Jeanne Brabants (ballet van Vlaanderen). Gerard Mortier kreeg binnen en over de eigen grens veel erkenning als opera directeur.

Muziek

Klassieke muziekinvloeden zitten in België vaak in sfeer van barokke muziek, koorzang en beiaar­diers. De Waal Adolphe Sax was de uitvinder van de saxofoon. Enkele naoorlogse Belgi­sche grootheden op het vlak van lichte muziek die voor 1980 hun hoogtijdagen beleefden zijn jazzmusicus Django Reinhardt (1910-1953), zanger Will Tura (in 2001 in de adel­stand verheven) en de chansonniers Jacques Brèl (1929-1978) en Adamo. Beiden schreven hun eigen teksten en muziek. Adamo is de zoon van een Italiaanse gastarbei­der en van hem zijn meer dan 90 miljoen albums verkocht. Bekende hedendaagse pop­artiesten zijn Raymond van ‘t Groenwoud (beschouwd als de grondlegger van de Vlaamse rock), de in Kongo geboren wereldmuziekzangeres Zappmama (ze woont thans in de VS), de popgroep Clouseau en de in 1922 geboren mondharmonica virtuoos Toots Thielemans. De laatste speelde samen met alle groten der aarde. Hij werd vele malen gedecoreerd. Arno Hintjens is een bekende liedjeszanger in rockstijl uit Vlaanderen. In 1986 won de toen 13,5 jarige Sandra Caldarone (onder de naam Sandra Kim) het Eurovisie songfestival. Ze had gejokt dat ze al 15 was, maar mocht haar titel houden. Rond 2003 maakte meidengroep K3 furore, m.n. onder wel zeer jeugdige popfans. Alleen al in Nederland werden meer dan 400.000 albums verkocht.

Cultuurbeleid, voorzieningen en deelname

Het federale cultuurbeleid gaat over zaken van nationaal belang. Het probeert bijv via gemeenschapscommissies te garanderen dat alle belanghebbenden aan bod komen. De 3 Belgische taalgemeenschappen hebben veel zeggenschap over hoe ze hun geld verdelen  en eigen beleid, m.n op het vlak van cultureel erfgoed. In 2002 werd volgens de België pagina’s op cultuurbeleid site Compendium aan publieke cultuuruitgaven slechts 2,4% federaal besteed; 5% ging naar Brussel, 50% naar Vlaanderen (gewest 28%, gemeenten 24,4%; provincies 6,4%) en 30% naar Wallonië (gewest 17,7%; provincies 3%, gemeenten 9,3%). Het Duitstalige gewest en de staatsloterij kregen ieder 0,9%. In 2005 ging van het Vlaamse cultuurbudget (€910 miljoen; +34% t.o.v 2000; €146 per hoofd, 5% van het totale Vlaamse budget) 4,6% naar sport en jeugd. Van de overige €868 miljoen ging 31% naar de BRT radio, 18% naar educatie, 10% naar cultureel erfgoed, bijna 8% naar muziek en theater, 5,5% naar sociaal cultureel en ruim een kwart naar diversen. Het Waalse cultuurbudget (€387 miljoen; rond €105 per hoofd) werd als volgt verdeeld; RTBF omroep 45%, uitvoerende kunsten 18% (m.n theater en muziek), jeugd en onderwijs 11%, audiovisueel/ multimedia 6%; bibliotheken, literatuur en talen 4%, erfgoed en visuele kunsten 3% en algemeen 13%.

Rond 1997 waren in België per 1000 inwoners meer (kunst) musea en bibliotheken dan in Nederland en ook de cultuurdeel­name (bezoek van klassieke of popconcerten, musea en theater) lag beduidend hoger. Het bioscoopbezoek was zelfs het dubbele van Nederland. Van de bevolking van het Vlaamse gewest ging in 2005 qua deelname (minstens eens p/j) 54% naar musea en exposities (+4% t.o.v 2000), 45% (-5%) naar theater, 34% (+5%) naar pop optredens, 30% (-6%) naar klassieke concerten, 17% (-10%) naar folk optredens; 17% (+0%) naar ballet en 7% (-5) naar opera voorstellingen. Verder las 70% boeken, gemiddeld per jaar 5 voor werk en studie en 12 voor vrije tijd. Van de bevolking stond 27% ingeschreven bij een bibliotheek en 8% ging daar vaker dan eens per maand heen. Ruim de helft van de bevolking zag een bioscoop van binnen. In 2006 steeg het bioscoopbezoek t.o.v 2005 met ruim 8% naar 24 miljoen (2,3 bezoeken per inwoner) en de inkomsten gingen met 12% opwaarts naar €136 miljoen. De site cultuurweb.be toont alle cultuuractiviteiten in de Vlaamse gemeenschap. In het Waals gewest (incl. Brussel) maakte 21% gebruik van openbare bibliotheken. 

Belgische beroemdheden op het vlak van kunst en cultuur worden ook nu nog regelmatig in de adelstand verheven. Daarnaast kent de Vlaamse gemeenschap een 7tal cultuurprijzen.