Feestdagen en folklore

Inleiding

Via Culture of Romania en http://www.rounite.com/ is het één en ander over dit onderwerp te achterhalen. Volkstradities leven in Roemenië echter zo sterk, dat een beschrijving die ook maar enig recht doet op zijn minst een heel boek zou vergen. Ze leven het sterkst op het platteland en kennen meer dan eens een oeroude oorsprong die terug gaat tot voorchristelijke tijden. Om tijdens het lezen iets van de sfeer te proeven kan de lezer via de wat rauwe traditionele Doina muziek en zang gaan beluisteren (thans immaterieel Unesco erfgoed). In de mythologie van de voorchristelijke Daciërs bestonden o.m. dolende zielen van overledenen die het hiernamaals niet waardig waren (strigoi, moroi). Ze konden magiër of onzichtbaar zijn en in een vampier of een dier (bijv. een weerwolf of een reuzenrat) veranderen. De Ierse schrijver Bram Stoker, die o.m. in Transsylvanië was, vermengde deze mythe met de historische figuur van Vlad de Spietser (die 23.000 Turken levend op palen liet spietsen) tot de Dracula figuur die via Hollywood een soort archetype werd (meer hierover bij “ligging & nationale symbolen” of bij geschiedenis). In een reportage op National Geografic over het onderwerp was te zien dat rond de laatste millenniumwisseling geloof in “ondoden” op het Roemeense platteland nog wel voorkwam. De Daciërs en de Slavische volken na hen kenden ook een regendans (Paparuda) en een regenritueel (Caloian) die beide tot ver in de 20e eeuw nog werden gepraktiseerd (de regendans nu wellicht alleen nog voor toeristen). De tradities komen behalve in de vaak levendige volksdans & muziek tot uiting in volkskunsten als houtsnijwerk, keramiek, borduren & weven (bijv. in klederdrachten) en decoratie van woning en interieur. Ze variëren verder met regio, seizoen en festiviteit (meer details bij “cultuur en engere zin” en op en via Romanian folklore.

Het Roemenië van nu ontstond pas in de 19e eeuw via vereniging van vorstendommen (voievodate met Walachije, Moldavië en Transsylvanië als belangrijkste). Vanwege de centrale ligging werd de regio een smeltkroes van culturen. Naast Daciërs, Romeinen en Slavische volken lieten o.m. Kelten, Roma zigeuners, joden, Grieken, Turken (m.n. in Walachije), Hunnen & Hongaren (Transsylvanië), Duitsers (Transsylvanië & Moldavië), Russen & Oekraïners (m.n. Moldavië) sporen na en in de 19e eeuw kwam Frankrijk naar voren. Ook de orthodoxe kerk drukte (en drukt nog) zijn stempel. Uiteraard heeft ook het naoorlogse communisme sporen achtergelaten (en andere uitgewist). In Roemenië is uiting van emoties toegestaan en dat is ook te merken bij persoonlijke hoogtijdagen.

Bijgeloof

Dit speelt in Roemenië een belangrijke rol. Zo zijn velen heilig overtuigd van het bestaan van een persoonlijk (nood)lot. Als tegenmaatregelen tegen ondoden bedekt men bij overlijden spiegels in huis en offert men knof­look en kleine hoeveelheden voedsel op 23 april (St. Joris) of 29 november (St. Andrew). Een ander populair bijgeloof is bijv. dat zout op de handen op 1e Paasdag het hele jaar zweethanden geeft (meer onder sport).

Persoongebonden hoogtijdagen

In de viering van persoonlijke hoogtijdagen spelen m.n. op het platteland overgeleverde gebruiken en familietradities een grote rol. Deze kunnen per regio variëren. Naast de verjaardag viert men de naamdag (onomastica), de dag die gewijd aan de heilige naar wie men is vernoemd. Meestal is dat een orthodoxe heilige, maar veel etnische Hongaren in Transsylvanië gebruiken de roomse kalender. De kerk heeft in Roemenië een veel grotere invloed dan in NL of BE. De orthodoxe kerk is sterk gericht op rituelen en ook in de stad is een doop, huwelijk of overlijden zonder kerkelijk ritueel bijna ondenkbaar. Na de geboorte komt echter eerst het eerste bad als familieritueel. Daarbij vervult de oudste vrouw van vaders kant de hoofdrol. Deze doet de baby in een badje met fris schoon water en met bloemen, geld, honing en melk als decoratie. Na het badje geeft de grootmoeder de boreling aan de moeder onder het uitspreken van goede wensen voor de baby. De kerkelijke doop volgt veelal de zondag daarna met een ceremoniële hoofdrol voor de peetouders (m.n. de peetmoeder). Deze zijn gekozen door de ouders die zelf de doopplechtigheid als toeschouwer bijwonen. Meestal wordt de baby naar een peetouder vernoemd (die speelt opnieuw een hoofdrol bij een later huwelijk). Voor het doopritueel zorgen de peetouders voor een versierde kaars, olijfolie, wijn en linten met kruisjes om op de kleding van de gasten te spelden (roze bij een meisjesbaby en anders blauw) en de priester o.m. voor meer kaarsen en een doopvond. De priester begint zijn ritueel met het uitdrijven van de erfzonde en satan terwijl hij naar het westen kijkt. Daarna keert men de blik naar het oosten waar het licht vandaan komt en betuigen de peetouders hun geloof in vader, zoon en heilige geest. Vervolgens wordt de baby naakt gedoopt met 3 x volledige onderdompeling. Na de doop overhandigt de priester de baby aan de peetmoeder en krijgt de baby een oliesel als symbool van opname in de kerk. Vervolgens wordt de baby door de peetmoeder afgedroogd en in het wit gekleed en krijgt deze als eerste communie een paar druppels wijn. Na de dienst wordt de doop elders door familie en vrienden uitgebreid gevierd met een maaltijd, gezelligheid, zang en dans.

Op http://www.culturalromtour.com/index.php is o.m. info te vinden over regionale huwelijkstradities. Op het platteland worden deze nog wel in ere gehouden. Vroeger kon een plattelandsbruiloft wel 3 dagen duren. De voorschriften en rituelen daarbij zijn oorspronkelijk bedoeld om de partnerband uit te testen en het jonge paar voorspoed, vruchtbaarheid, geluk en aanzien te bezorgen. Zo komt het in Moldavië nog voor dat de bruid wordt “gestolen” en dat de bruidegom met de kidnappers moet onderhandelen om haar terug te krijgen en in Transsylvanië moet de bruidegom zich in een traditionele bruiloft soms bewijzen met antwoorden op strikvragen. Overal zijn de scheiding van de bruid van haar ouders en haar opname in de schoonfamilie hoofdthema’s. Het einde van een traditionele bruiloft wordt tegen de ochtend ingeluid wanneer de peetmoeder de bruid de sluier afneemt en deze aan een ander meisje geeft ten teken dat die de volgende is die gaat trouwen. Daarna kreeg de bruid een hoofddoek om ten einde aan te geven dat ze nu een getrouwde vrouw is. Op veel plaatsen op het platteland vertoonden vrouwen zich nadien alleen nog met hun hoofddoek buiten. Dat verklaart waarom je er ook nu nog veel oudere vrouwen met hoofddoek ziet. In de stad is dat niet meer zo.

Toch delen Roemeense trouwerijen aan aantal kenmerken. Men trouwt meestal op zaterdag, in bepaalde periodes wordt volgens de orthodoxe regels niet getrouwd en verwachtingen van families worden tevoren goed doorgepraat (m.n. bij “interculturele” huwelijken). Kort voor de trouwerij is er een informeel verlovingsfeest van families en vrienden. Aan het orthodox kerkelijke ritueel is al eeuwenlang niks aan veranderd. De dag voor inzegening hoort het paar te vasten. De inzegening is ’s morgens en begint met een verlovingsdeel waarin het paar elkaar de ring geeft. De eigenlijke huwelijkceremonie duurt langer en kent een kroning met kroon of krans als climax. Daarna drinkt het koppel samen wijn uit één beker en volgt onder gezang 3 x een rituele omgang rond een tafel. Ter afsluiting neemt de priester de kroon af en zegent hij het huwelijk in. Bij een orthodox huwelijk doet het paar geen gelofte. De orthodoxe kerk staat huwelijken met anders gelovigen toe, mits ze gedoopt zijn. De trouwerij na de kerkdienst duurt overal langer dan in NL of BE en wordt vaak drukker bezocht (honderden bruiloftsgasten is heel gewoon). De gasten gaven pas getrouwden vroeger cadeaus, maar nu steeds vaker geld. Het feest gaat door tot in de kleine uurtjes. Er wordt van begin tot eind dusdanig wervelend gemusiceerd en doorgedanst (onder veel geschreeuw en gefluit) dat degenen die het niet gewend zijn de volgende dag vaak niet meer op hun benen kunnen staan. Ook wordt er uitgebreider en uitbundiger gegeten en gedronken dan in NL en BE. Men moet als bruiloftsgast o.m. rekenen op een 5gangen diner. Vaak stelt ook in de stad een pas getrouwd paar een eventuele huwelijksreis nog een paar dagen uit om aandacht te kunnen geven aan de familie en vrienden die van heinde en ver zijn gekomen.

Op http://www.culturalromtour.com/index.php staat ook info te vinden over regionale tradities rond overlijden. Daarin onderscheidt men vanouds 3 fasen; de breuk met de levenden, de overgang naar gene zijde en het herstel van het sociale evenwicht voor de nabestaanden. Tussen overlijden en begrafenis zit meestal 2 tot 4 dagen. Traditioneel ligt de overledene thuis opgebaard en in plattelandsregio wordt wel op alpenhoorns geblazen om de gemeenschap van het overlijden in kennis te stellen. Direct na overlijden wordt een kaars ontstoken die tot de uitvaart moet blijven branden om de overgang voor de overledene te vergemakkelijken. Ook volgt een nauwgezet ritueel voor het afleggen. De directe nabestaanden halen noodzakelijke dingen in huis en overleggen met familie en vrienden over de rituele taken bij de begrafenis. Deze nemen alledaagse beslommeringen zoveel mogelijk van hen over. Een wake bij de overledene is gebruikelijk. Daar kan iedereen die de deze kende bij gaan zitten om herinneringen op te halen en men hoeft daarbij niet constant in een grafstemming te zijn. De avond voor de begrafenis komt de priester langs voor een afscheidsceremonie voor nabestaanden die het meest nabij zijn.

Op de dag van de begrafenis is m.n. op het platteland klaagzang (bocete, vaak door oude vrouwen) niet ongebruikelijk. Voordat de kist de woning verlaat knielt men er omheen en doet de priester een vergevingsritueel om de ziel van de overledene te verlichten. Voorafgaand aan de ter aarde bestelling is er een begrafenisdienst. Daarbij is de kist geopend om nabestaanden gelegenheid tot afscheid te geven. Men kust daartoe de overledene (bijv. op het voorhoofd) of het kruis op de kist. Voordat men naar het graf gaat wordt de kist gesloten. Eenmaal bij het graf volgt opnieuw een ritueel waarbij de priester uit het evangelie voorleest en met zand een kruis op de kist maakt. Ook gooit men er wel rode wijn, graan of munten op. Verder is het ook in Roemenië niet ongewoon wanneer iedereen bij vertrek een handvol aarde op de kist gooit. Fotograferen of filmen bij een begrafenis geeft veel Roemenen een slecht gevoel. Na de begrafenis sluit men af met een maal in de consistorie of het huis van de overledene om herinneringen op te halen (ook de vrolijke). Een omgekapte naaldboom bij het graf is een voorchristelijke traditie op het platteland. Na de begrafenis wordt de overledene regelmatig ceremonieel herdacht; soms nog jarenlang met 40 dagen na overlijden een hoogtepunt. Crematie kan in Roemenië, maar de orthodoxe kerk is er op tegen en verzorgt dan geen uitvaartdienst.

Het dorpje Sapanta in Maramures (noord Transsylvanië) kent een “Cimitirul Vesel” (vrolijke begraafplaats) met kleurige houten “grafstenen” vol naïeve schilderingen met gedichten rond het leven van de overledene. Dit wordt wel teruggevoerd op het geloof in een beter leven na de dood van de voorchristelijke Daciërs.

Vrije en speciale dagen en hun aanleiding

Via Public holidays in Romania is info te vinden over deze dagen (de Roemeenstalige pagina is het meest betrouwbaar). Het land kent 11 officiële feestdagen die werkvrij zijn. Verder zijn er nog een serie andere nationale feestdagen en enkele speciale dagen en traditionele Roemeense feestdagen die niet werkvrij zijn. In vieringen zitten vaak voorchristelijke elementen en enkele traditionele dagen kennen een voorchristelijke oorsprong, veelal gekoppeld aan het seizoen. Kerst en Pasen vormen de jaarlijkse hoogtepunten. Onder het communisme werden religie en eigen folklore onderdrukt, maar na 1989 heeft men de oude draad weer opgepakt. De 1e officiële feestdag is ook in Roemenië Nieuwjaar, met direct daar achteraan 2 januari. Verder vallen als christelijke feestdagen de zondag en maandag van Pasen, Pinkster en Kerst en Maria Hemelvaart (15 augustus) er onder. De meeste Roemenen vieren orthodox Pasen. Dat valt meestal 1 of 2 weken na de niet orthodoxe equivalent en incidenteel op dezelfde dagen of meer dan een maand later. Dit impliceert dat Pinkster (50 dagen na Pasen) navenant opschuift. Verder duurt de viering van Kerst en Pasen 3 dagen, maar daarvan zijn alleen de zondag en maandag werkvrij. Roomsen en protestanten (meestal in Transsylvanië) houden de niet orthodoxe equivalent aan als werkvrije feestdag. De beide overige werkvrije feestdagen zijn 1 mei (dag van de arbeid) en 1 december (nationale feestdag). Aan andere speciale dagen met een officiële status kent men eenheidsdag (24 januari), Vrouwendag (8 maart), Moederdag (1e zondag mei), Vaderdag (2e zondag mei), Heldendag (op orthodox Hemelvaart), Vlagdag (26 juni), Volkslieddag (29 juni), Legerdag (25 oktober) en Grondwetsdag (8 december). Vrouwendag en moeder en Vaderdag zijn internationaal. De laatste 2 dagen werden in 2010 officieel. Qua traditionele feestdagen zijn bronnen eensgezind over Dragobetele (Roemeense Valentijnsdag op 24 februari) en Mărțișorul (een lentefeest op 1 maart). Op 5/6 december kent men een Sinterklaasviering.

Late herfst en winterfeesten

Het orthodoxe advent duurt 7 weken en begint op 14 november. Volgens de kerk moet men dan tot kerst (enkele dagen uitgezonderd) streng vegetarisch eten, maar slechts weinig Roemenen houden zich daar aan. Vroeger gold op het platteland de nacht van 30 november op 1 december (St. Andreas) wel als een soort Roemeens Halloween. Men hing dan knoflook en crucifixen voor deuren en ramen om vampiers buitenshuis te houden, maar dit gebruik is thans niet meer bij elke Roemeen bekend. Wel is recentelijk in  Transsylvanië door ondernemende lieden het festijn een maand naar voren verplaatst zodat het samenvalt met het Iers Amerikaanse Halloween (uiteraard om toeristen te trekken). Grote eenheidsdag (ziua marii uniri) op 1 december gaat niet onopgemerkt voorbij. Op deze datum in 1918 voegde Transsylvanië zich bij het land en de datum is eind 1989 direct na de val van Ceaușescu ingesteld als nationale feestdag. Deze vrije dag wordt gevierd met het zingen van het volkslied, militaire parades, een (gratis) vette hap, straatfeesten, gratis popfestivals, speciale TV programma’s en vuurwerk ter afsluiting. Op 5 december, de avond voor het Roemeense sinterklaas, gaat overal de kerstverlichting aan. Kinderen zetten hun laarsjes (want daar kan meer in) in de vensterbank en vinden daarin de volgende dag snoepgoed of leesvoer dat soms vergezeld gaat van een kleine roe om hen er op te wijzen dat ze ook wel eens stout zijn. De Goedheiligman zelf krijgen ze in Roemenië zelden te zien. Sommige volwassenen vergeven op deze nacht anoniem cadeautjes. St. Ingnatius (20 dec.) geldt vanouds als datum om kerst voorbereidingen te beginnen. Men koopt bijv. de kerstboom en knipt varkentjes uit om er in te hangen. Het ritueel slachten van een varken op deze dag valt onder de plattelandstradities. Op de avond van 23 dec. (noaptea de ajun) ziet men wel groepen kinderen langs deuren gaan om kerstliedjes te zingen in ruil voor speciale koekjes en ander lekkers. Muziek en zang zijn in Roemenië toonaangevend met kerst (Craciun). Traditionele Roemeense kerstliedjes (Colindă) hebben soms een voorchristelijke oorsprong. Vooral op het platteland oefenen groepen jongetjes er vaak al weken van te voren op en ze vormen dikwijls een inspiratiebron voor beroemde componisten, muzikanten, zangers en zangeressen, vooral rond de kerst.

Het versieren van de kerstboom en het geven van cadeautjes gebeuren traditioneel op kerstavond. Ouders zeggen dat ze van de Kerstman komen, maar ook die krijgen kinderen zelden te zien. Later kondigen op sommige plaatsen drumbands met saxofoon en vioolmuziek de kerst aan. Op 1e kerstdag lopen hele gezinnen bij elkaar de deuren langs om kerstliedjes te zingen en te verhalen. Voorop loopt een kindje met een stok met daarop een rijkelijk versierde ster van aluminiumfolie. De jongste kinderen beginnen met zingen en daarna vallen de ouderen in. Soms lopen er figuren bij in een geitenpak die rare bokkensprongen maken (Kukeri). Ook rond oud en nieuw en in de vastentijd komt dit ritueel voor. Het zou afstammen van de Daciërs en valt onder Slavische folklore.  Onder de kerstgerechten vallen Cozonac (kerstbrood met veel regiovarianten), licht zure groentesoep, sarmale (gevulde kool) met polenta, varkensvlees, gelatine gerechten, kalkoen met rode wijn, augurken en pruimenjenever. Men wenst elkaar met kerst ‘Crặciun Fericit’. Verder is net als elders kerst een familietijd en oud en nieuw (Revelion) meer een feest met vrienden. Op oudejaarsavond gaat men op het platteland wel met een versierde ploeg de straat op. Vroeger geloofde men dat zo de oogst goed zou worden. Het vergezellende “Pluguşorul” wordt nog veel gezongen. In Boekarest zijn de grote feesten en rond klokslag 12 is het universiteitsplein de bekendste plek om te zijn met vuurwerk etc. Men wenst elkaar “un an nou fericit” of “la mulţi ani”. Op nieuwjaarsdag lopen kinderen vaak met een versierde tak om Gelukkig Nieuwjaar toe te wensen (vroeger met takken met fruitbloesem die men op vaas uit liet uitkomen). Volgens de traditie moet men op deze dag niks weggooien omdat men dan het geluk weg gooit. Ook zouden brunettes en roodharigen nu geluk en blondines ongeluk brengen. Op Driekoningen (6 januari) worden in het zuidelijk Walachije en in Dobroedzja langs de Zwarte Zeekust paarden ingezegend. Daarna volgt een paardenrace zonder zadel, sporen of zweep waarbij het winnende paard (en niet de ruiter) wordt beloond. Op kerkhoven in Moldavië worden wel grote kruisen uit ijs opgezet. Op 24 januari wordt op eenheidsdag het tot stand komen van de 1e Roemeense staat op die datum in 1859 onder Alexandru Ion Cuza op een aantal plaatsen herdacht met een kranslegging op het beeld van de prins of een militaire plechtigheid. Verder zijn er politieke demonstraties en folkoptredens en hier en daar wordt glühwein, thee en/of bonen met worst uitgedeeld.

Lentevieringen

Het voor velen herkenbare verlangen naar lente tijdens de nawinter vindt in Roemenië een uitlaatklep in de tradities. De naam Dragobetele voor 24 februari verwijst naar een voorchristelijke mythe van de Daciërs die dat verlangen uitdrukt. De dag is nu een soort Valentijnsdag. Op marţişor (1 maart) krijgen meisjes en jonge vrouwen een cadeautje dat geacht wordt geluk te brengen en een roodwit lint dat leven en reinheid symboliseert. Vrouwendag op 8 maart is al in de communistisch tijd ingevoerd. Net als op Moederdag (1e zondag van mei) krijgen vrouwen en moeders bloemen en worden ze in de watten gelegd. De maandag er op krijgen docentes op school ook bloemen. In Roemenië is men sinds de 19e eeuw bekend met 1 april grappen. De dag heet “Ziua păcălelii” naar de Roemeense grapjas Pacala en de media proberen mensen er in te laten trappen. De lente staat in het teken van verjonging van de natuur, bloesem, bloemen en de moestuin (zaaien, poten, wieden). Veel lentetradities uit de voorchristelijke natuurreligie zijn door de orthodoxe kerk ingekapseld en geconcentreerd geraakt in de week voor Pasen en Pasen. De zondag voor Pasen (bloemenzondag of Florii) is een orthodoxe variant op Palmpasen. Priesters zegenen groene kransen, bossen bloemen of wilgenkatjes en water met basilicum en de parochianen nemen dat mee naar huis (het water wordt in de heilige week opgedronken). Onder de traditionele activiteiten in deze week vallen het opschonen van het huis, Paasinkopen (o.m. kleding) en het beschilderen van eieren. Vroeger dacht men dat beschilderde eieren magische kracht krijgen, maar thans is de kunst sterk vercommercialiseerd. Op witte donderdag worden wel vuren of kaarsen ontstoken en speciale maaltijden bereid (bijv. colaci, een brood met een kruis), oorspronkelijk om de doden te verwelkomen die dan bij hun familie willen zijn. Voor stille zaterdag zijn in Walachije voorchristelijke mythes episch verdicht rond de Bijbelse figuur Lazarus. Groepen meisjes kiezen het jongste meisje uit hun midden om zich te verkleden als bruid (met jasmijnbloesem in het haar). Ze gaan langs huizen om in een kring rond haar de hora te dansen en liedjes over Lazarus te zingen en krijgen speciaal gebak als beloning. Volgens de regels van de orthodoxe kerk moet echter op stille zaterdag worden gevast.

Op zaterdagavond gaat men in bad en men zorgt dat men er bij de Paasnachtdienst in de kerk, die de viering van het eigenlijke Pasen (Paştele) inluidt, op zijn Paasbest uitziet. Op het platteland gaan velen in klederdracht. Tijdens de dienst wordt voor iedereen een kaars opgestoken die na afloop van de dienst rond middernacht massaal brandend mee naar huis wordt genomen. Men wenst elkaar “Hristos a inviat!” (de heer is opgestaan) toe en de wens wordt beantwoord met “Adevarat a inviat!” (hij is waarlijk opgestaan). Dat doet men de ochtend van Paaszondag (en daarna) opnieuw wanneer men elkaars Paasei tegen elkaar tikt voordat men het eet. De algemene wens tijdens de Paasdagen luidt “Paste fericit” (Gelukkig Pasen). Onder de traditionele Paasgerechten vallen verder Pasca (kaascake), zoet Paasbrood (vergelijkbaar met kerstbrood), soep met lamsvlees en allerlei andere lamsvlees gerechten (vaak met veel knoflook) en sponscake. Onder het communisme was de 1 mei viering het officiële hoogtepunt. Het is nog steeds een vrije dag en velen maken er een lentefeest van, bijv. met een picknick of barbecue. In Roemenië is het op Hemelvaartsdag heldendag met militair religieuze plechtigheden bij monumenten voor nationale helden en het graf van de onbekende soldaat in Boekarest. Pinkster (Rusaliile, rozenfeest) valt pas sinds 2008 onder de officiële vrije dagen. Het zijn typisch dagen voor een korte vakantie buiten en omdat Pinkster veelal later valt dan in niet orthodoxe landen, wordt het meer als zomer dan als lentefeest ervaren.

Op een zondag rond Pasen wordt her en der op het platteland nog gevierd dat de herders hun schapen naar bergweiden brengen (ook al een oeroud gebruik). De terugkeer naar het dal in september gaat ook gepaard met festiviteiten (bijv. het Sambra Oilor festival).

Zomer en herfst

Verspreid over Roemenië vinden rond Midzomer (21 juni) vieringen plaats van St. Jan (naar Johannes de Doper). De viering heet in het land Sânziene naar het geurige geel walstro (verwant aan Onze Lieve Vrouwe bedstro) dat rond deze tijd bloeit. Dat is omdat hier en daar groepjes wit geklede meisjes met een krans van walstro rond hun hoofd nu de Hora kringdans doen rond een dito meisje met een tarwekrans of rond een vreugdevuur van oogstresten van het vorige jaar. Dit alles is een verwijzing naar een voorchristelijke midzomermythe rond elfjes. Walstro zou hun vruchtbaarheid bevorderen en, indien onder het hoofdkussen gestopt, hen doen dromen van hun toekomstige prins op het witte paard. Hier en daar in de Karpaten wordt een brandende strooien hoepel een heuvel afgerold als symbool van de zon en de vanaf nu korter wordende dagen. Ook is dit de naamdag van iedereen die Ion of Ioana heet. In Talmacel bij Sibiu vindt voor iedereen van deze naam een doopplechtigheid plaats, ook weer met klederdracht en Hora dans. Anderen vieren deze naamdag echter op 7 januari. Op 26 juni wordt de dag van de driekleur o.m. in ere gehouden met een rede van de president en een militaire plechtigheid. Uiteraard is de dag ook bij uitstek geschikt voor het tonen van rechts nationalistisch sentiment. Op 28 juli is het volkslieddag omdat de nationale hymne op die datum in 1848 voor het eerst werd gezongen. Op veel plaatsen in RO gebeurt dat ook nu op deze dag, vaak in het bijzijn van militairen, hotemetoten die een redevoering houden en een veelal bescheiden publiek. Op 15 augustus (Maria Hemelvaart op zijn rooms, overlijden van Maria op zijn orthodox) is het weer een officiële vrije dag. Omdat de heilige maagd in Roemenië beschermvrouwe van de vloot is, geldt dit in het land als vlootdag en de havenstad Constanța vormt het middelpunt van de viering. Vroeger stonden er vaar en zwemwedstrijden (o.m. tussen paarden) op het programma. Op http://www.rounite.com/2008/08/14/navy-day/ is o.m. te zien dat de festiviteiten uitgebreid zijn naar meer kustplaatsen. Verder is bij Moisei in Maramureş een pelgrimage naar een plaatselijk klooster waar vanwege de pittige route (die de beloning groter maakt) veel jongeren en krasse knarren aan deelnemen. Op 25 oktober (legerdag, RO kent een beroepsleger) zijn er militaire parades en plechtigheden, vaak bij monumenten.

Traditionele Festivals en ambachten

Roemenië is bij uitstek een land van traditionele festivals en ambachten. Bijna iedere week is er wel ergens zo’n festival en het zomerhalfjaar zijn het er vaak meer tegelijk. Voorbeelden zijn te vinden op http://www.romaniatourism.com/ onder special interest bij festivals & events en traditions & folkore. De site biedt ook info rond ambachten.

Mythes, iconen en mentaliteit

Volgens Folklore of Romania kent het wereldbeeld van de voorchristelijke voorouders van de Roemenen parallellen met de leer van de mythische Perzische profeet Zarathustra. Elementen eruit zijn nog terug te vinden in Roemeense folklore en gezegden. Daarin zitten ook veel Slavische en Griekse invloeden. Onder de iconen uit de mythologie vallen (afgezien van weerwolven en vampiers) bouwmeester Meşterul Manole die een hoge persoonlijke prijs moest betalen voor de bouw van het mooiste klooster en de pastorale volksballade Mioriţa waarin de herder het lam, dat hem waarschuwt dat jaloerse concurrenten hem naar het leven staan, vraagt zijn eventuele verdwijnen aan de schaapskudde te verkopen als gevolg van zijn huwelijk met zijn grote vlam. Zo leeft het geloof in een wereld aan gene zijde die als tegenpool van de rauwe werkelijkheid van alledag beter moet zijn. Jaloezie die een zuiver ideaal om zeep helpt is in Roemeense mythes niet onbekend, maar genoegdoening omdat het ideaal een 2e leven begint komt ook voor en dat wijst op veerkracht (ook verlangen naar de lente in de nawinter wordt binnen de Roemeense cultuur bijv. sterk onderkend). Volgens de mythe rond het perfecte Roemeense schoonheidsideaal Ileana Cosânzeana kan hebzucht/ egoïsme, die het pure en zuivere wil gijzelen, worden overwonnen door onbaatzuchtige moed.

Volgens Romanian humour is de oertypische Roemeense held op het vlak van humor Păcală van het type dat van de prins geen kwade weet en intussen zelfgenoegzame hotemetoten in de maling neemt. De humor kent ook veel Turks Ottomaanse en joodse invloeden. Er zijn veel stereotype grappen rond afkomst (etnisch, regio) of beroep (politieagenten, politici). Onder het communisme had men een nieuwe antiheld nodig en dat werd de laffe hansworst Bulă (een verbastering van het Roemeense woord voor lulletje). Bij de TV verkiezing van de grootste Roemeen aller tijden in 2006 werd hij nr. 59 in de top100 (100 greatest Romanians). De verkiezing werd met 40.000 stemmen gewonnen door de 15e eeuwse Moldavische prins Ştefan cel Mare (Stephan de Grote) die veel kerken en kloosters stichtte en het met succes tegen zowel Polen, Hongaren als Ottomaanse Turken opnam (zijn uiterst wrede tijdgenoot Vlad de Spietser, die 25.000 gevangen Turken levend op palen liet spietsen, werd toch nog 12e).