Geschiedenis

Prehistorie

De oudste in Duitsland gevonden schedel is van Homo Heidelbergensis die 400.000 jaar geleden leefde. Deze mensensoort was iets langer en een stuk gespierder dan de mo­derne mens en had een bijna even grote herseninhoud. Tot maximaal 35.000 jaar gele­den leefden in het huidige Duitsland Neanderthalers (ver­noemd naar het Neanderdal bij Mettnach in de buurt van Düsseldorf waar in 1856 de eerste botten werden gevonden). Neanderthalers (homo sapiens neanderthalens) waren ongeveer even lang als moderne mensen, maar veel gespierder. Daardoor zagen ze er wat gedrongen uit. Ze hadden een wenkbrauwboog en een brede neus en een gelijke tot iets grotere herseninhoud dan homo sapiens sapiens.

Na de Neanderthalers doorkruisten rondtrekkende groepen denkende mensen die van jagen, vissen en verzamelen leefden het huidige Duitse grondgebied. Tegen de tijd dat het land geleidelijk aan werd ontgonnen en landbouw, nijverheid, handel en mijnbouw in een vergelijkbaar tempo als overlevingsstrategie hun intrede deden (3000 v Chr. en daarna), waren er Keltische en Scandinavische stammen woonachtig. De Germanen met goden als Odin, Donar en Freia kwamen op het grondgebied van het huidige Duitsland toen de Kelten er al waren. Het woord Germanen stamt van de Romeinen. Het in de 19e eeuw opgerichte Hermansgedenkteken in het Teutoburgerwoud toont de Germaanse leider Arminius die in 9 na Chr. een Romeins leger verpletterend versloeg. Sindsdien bleven de Romeinen aan de linker (west)kant van de Rijn. In de 5e en 6e eeuw na Chr. werden Ro­meinen onder meer opgevolgd door Hunnen en Franken. Eigenlijk zijn alle grote verove­raars wel in het land geweest, maar geen van hen slaagde er ooit in om alle bevolkings­groepen te onderwerpen. Zo duurde het nog vele eeuwen voordat de gewoonten en ideeën uit de toonaangevende cultuur doordrongen tot geïsoleerd levende en bierdrin­kende Saksische volksstammen in het noorden.

Middeleeuwen

De Hunnen veroorzaakten de grote volksverhuizingen rond de 4e eeuw na Chr. Germaanse stammen die Vandalen werden genoemd kwamen overal terecht en vernielden zoveel dat hun naam spreekwoordelijk werd. Germaanse Saksen vertrokken naar Engeland. Clovis I behoorde tot het geslacht van de Merovingers en was één van de eerste Frankische koningen. Hij stierf in 511. De oorsprong van de Franken is niet helemaal duidelijk, maar ze vestigden zich in het gebied waar eerder de Romeinen zaten en speelden een belangrijke rol in de kerstening van ondermeer het huidige Duitsland. Met de komst van de Franken werd het land van het zuidwesten uit langzaam aan geker­stend. Met het 1e rijk wordt het Frankische keizerrijk van Karel de Grote van rond 800 be­doeld. Karel de Grote stierf in 814 en was de belangrijkste Frankische koning van het ge­slacht der Carolingers. In 800 werd hij in Rome tot keizer gekroond. Hij stichtte het heilige Roomse rijk en wordt beschouwd als de grondlegger van Frankrijk en Duitsland. Bij het verdrag van Verdun in 843 werd zijn rijk in drieën verdeeld. Duitsland werd onderdeel van het oostelijke deel.

Tussen de 13e en de 18e eeuw maakte het tegenwoordige Duitsland formeel on­derdeel uit van het Habsburgse keizerrijk. In de praktijk was er echter sprake van alle­maal kleine rijkjes van keurvorsten (graven, prinsen,hertogen en bisschoppen) en hun vazallen (onderdanen). Zo kent het land een traditie van lokale heersertjes die op soms dictatoriale wijze hun wetten aan hun onder­danen probeerden op te leggen en in­tussen ten opzichte van elkaar ongeveer even sterk waren. In dit wankele machtseven­wicht  probeerden de keurvorsten elkaar vaak de loef af te steken met imponeergedrag en het toespelen van de zwarte piet. Wel deelden ze de wens om de macht van de keizer zoveel mogelijk te beperken. Die zat ver weg in Wenen en had vooral een ceremoniële functie. De huidige verdeling van Duitsland in deelstaten is deels op deze situatie terug te voeren. In het hele gebied was het Duits de officiële voertaal (een oud woord voor Ne­derlands is Diets). Frederik I Barbarossa (1122-1190) bracht tijdelijk meer eenheid in het rijk. Op 18 juni 1155 werd hij tot keizer gekroond. Hij stierf in Turkije tijdens een kruis­tocht. In de 13e eeuw vond een belangrijke uitbreiding van het Duitse territoor plaats. De Duitse orde, een congregatie van roofridders (ook wel betiteld als Teutoonse ridders) ging toen tekeer in de Baltische regio. Ze waren er verantwoordelijk voor dat Duitsland Pruisen er bij kreeg en dat de Baltische volken een soort Duitse lijfeigenen werden. Prui­sen ligt in het noor­den van het huidige Polen en rond het tegenwoordige Kaliningrad (vroegere Ko­ningsbergen). Onder de Habsburgse keizer Maximiliaan I van Oostenrijk (1459-1519) kwam in Worms de rijksdag (een centraal overlegorgaan van de diverse keurvorsten) voor het eerst bijeen. In 1512 werd het heilige roomse rijk gekoppeld aan de Duitse natie. Door huwelijken en veroveringen breidden de Habsburgers hun invloed als maar verder uit.

Van Luther tot Napoleon

Een volgende historische gebeurtenis die blijvend invloed had tot ver over de grenzen was de kerkhervorming door Maarten Luther die in de 16e eeuw werd ingezet. Door de hervorming is in Duitsland de scheiding van kerk en staat ingeluid. Ook raakte het land verdeeld in een protestant (evangelisch luthers) noorden en een rooms-katholiek zuiden. Deze tweedeling doet tot op de dag van vandaag haar invloed gelden op cultuur en mentaliteit. Zo vinden de tegenwoordige Noord-Duitsers hun land­genoten in het zuiden vaak emotioneel en weinig efficiënt, terwijl Zuid-Duitsers noorder­lingen nogal eens zien als stug en bezeten van regels en procedures. Wel geldt voor beide bevol­kingsgroepen de gemeenschappelijke taal als bindende factor. De 30 jarige oorlog (1618-1648), een gecompliceerde machtsstrijd tussen roomsen en protestanten waar grote de­len van Europa bij waren betrokken maar die grotendeels op Duits grondgebied werd uit­gevochten, had grote invloed op het tot stand komen van deze tweedeling. In de 18e eeuw won de keurvorst van Pruisen binnen Duitsland aan invloed. De Pruisen voerden normen als discipline, ascese en gehoorzaamheid; die ze gecultiveerd hadden als erf­goed van de Teutoonse ridders, hoog in het vaandel. Tussen 1740 en 1786 breidde Prui­sen zich door toedoen van Frederik de Grote aardig uit.

Van Napoleon tot de wereldoorlogen

De Pruisen bevochten in oktober 1813 bij de volkerenslag in Leipzig samen met Russen, Oostenrijkers en Zweden Napoleon. Naar aanleiding daarvan werd later bij Leipzig het grootste gedenkteken van Europa, het “Volkerschlachtdenkmal” gebouwd dat in 1913 werd geopend door Keizer Wilhelm. In 1815 hielpen de Pruisen de Engelsen met het definitief verslaan van Napoleon bij Waterloo, hetgeen opnieuw flinke gebiedsuit­breiding opleverde. In 1862 werd graaf Otto von Bismarck (1815-1898) door de Pruisi­sche koning Wilhelm tot bondskanselier benoemd. Hij kreeg de bijnaam de ijzeren kan­selier en beheerste tussen 1865 en 1890 in belangrijke mate het politieke toneel van Eu­ropa. Bismarck was ultranationalist en moest niet veel hebben van parlementaire demo­cratie. In 1871 maakte de vrede van Versailles een einde aan een oorlog met Frankrijk en in het hetzelfde jaar werd de Pruisische koning keizer Wilhelm I van Duitsland. Daar­mee was het 2e Duitse keizerrijk geboren. Pruisen was opnieuw gegroeid, maar Duitsland verloor Elzas-Lotharingen aan Frankrijk. Bismarck sloot daarop bondgenootschappen met alle omringende grote landen behalve Frankrijk. Na de val van Bismarck in 1890 ging Duitsland zich bewapenen en de buitenlandse politiek werd agressiever.

De wereldoorlogen

De moord op aartshertog en beoogde Habsburgse troonopvolger Franz Ferdinand in Sarajevo in 1914 vormde de directe aanleiding voor het uitbreken van de 1e wereldoorlog die tot 1918 duurde. Duitsland was sterk genoeg om de machtigste tegenstander te worden van de geallieerde Fran­sen Engelsen en Russen. De wapenstilstand van Versailles die volgde werd door veel Duitsers als vernederend ervaren. Keizer Wilhelm II deed noodgedwon­gen troonsafstand en vertrok als balling naar Nederland en Duitsland moest herstelbeta­lingen doen waardoor het economisch achterbleef. Mede door de politieke en economi­sche chaos tijdens de Wei­mar republiek (1918-1933) ontstond een voedingsbodem voor de ultranationalistische en racistische Nazi’s onder leiding van een Oostenrijkse korpo­raal. Na de beurskrach van New-York in 1929 werd in 1932 Paul van Hindenburg geko­zen tot president. Omdat hij leed aan de ziekte van Alzheimer kon hij een machtsover­name door de Nazi’s in 1933 niet voorkomen. Aanvankelijk droeg hun machtsovername bij aan een her­stel van economie en zelfrespect. Machtswellust en historische frustraties werden door hen echter zodanig gecultiveerd en ten top gevoerd dat tijdens de 2e we­reldoorlog (1839-1945) wereldwijd 70 miljoen doden (waaronder 6 miljoen joden en meer dan 10 miljoen Duitsers) en een vrijwel to­tale verwoesting van Duitsland tot de uiteinde­lijke gevolgen behoorden.

Wederopbouw en ijzeren gordijn

Na de 2e wereldoorlog was het z.g.n. 3e rijk ten einde. Duitsland werd tijdelijk bezet door Engeland, Frankrijk, de VS en de toenmalige Sovjetunie en de oostgrens van het land schoof een stuk naar het westen op. Pruisen werd een onderdeel van Polen en Rusland en ook Silezië kwam bij Polen. Mede omdat de plaatselijke bevolking zich tegen hen keerde, vluchtten 12 miljoen etnische Duitsers uit oostelijk gelegen gebieden naar het moederland. Wel hadden de geallieerden geleerd van de geschiedenis. Dankzij het Mar­shallplan kwam de Duitse economie er weer bovenop en het z.g.n. Wirtschaftswunder van West-Duitsland voltrok zich. De Sovjetunie weigerde echter Marshallhulp en maakte aanspraak op het ooste­lijke deel van de bezette natie. Omdat de Russen de volledige controle over Berlijn wilden lieten ze vanaf juni 1948 geen voedseltransporten over de weg toe naar West-Berlijn. Daarom moest er een luchtbrug komen. In mei 1949 werd de blokkade opgeheven. Intussen was echter de term koude oorlog geboren.

In 1949 werd de verdeling in Oost en West-Duitsland (respectievelijk de communistische DDR met Oost-Berlijn als hoofdstad en de BRD met Bonn als regeringszetel) een feit. Konrad Adenauer (1876-1967; bijgenaamd der Alte), die bondskanselier was van 1949 tot 1963, speelde een belangrijke rol in de Duitse wederopbouw. Op 29 november 2003 werd hij via een serie tv programma’s verkozen tot grootste Duitser aller tijden. Om de stroom vluchtelingen (sinds 1949 meer dan 2 miljoen) naar West-Duitsland in te dam­men be­sloot de Oost-Duitse regering onder Walter Ulbricht in 1961 tot de bouw van de Berlijnse muur. De Oost-Duitse geheime politie, de Stasi met haar hoofdkantoor in Leipzig, zorgde voor een sfeer van achterdocht en bezorgde meerdere vluchtpogingen een fatale afloop. In het Runde Ecke museum in Leipzig zijn de stille getuigen hiervan nog aanwezig. Vanaf 1970 veranderde het beleid van de DDR van zich afzetten tegen het westers kapitalisme naar het zoeken van internationale erkenning en de Sovjets werkten in de hand dat de reactionaire Ulbricht vervangen werd door Honecker, de geestelijke vader van de muur. Toen er met de komst van Gorbatsjov een vrijere wind door de Sovjet-Unie ging waaien verloor echter ook Honecker op den duur definitief het contact met de reali­teit. Bij een massademonstratie in oktober 1989 in Leipzig tegen zijn intussen wereldvreemd geworden visie op de realiteit greep de politie niet in en het centrale comité van de partij ontsloeg hem.

Die Wende (de val van de muur) en daarna

Op 9 november 1989 werd het einde van het Oostblok en de z.g.n. koude oorlog ingeluid met de val van de Berlijnse muur. Nog geen jaar later, op 3 oktober 1990, volgde de hereniging van beide landsdelen. Omdat de Oost-Duitse economie totaal anders functioneerde en achter was gebleven ten opzichte van de economie van West-Duitsland, heeft deze hereniging tot op de huidige dag heel wat hoofdbrekers gekost. Tot in 2004 was de werkloosheid in de voormalige DDR bijna 2 keer zo hoog als in het voormalige West-Duitsland. Op 27 oktober 2002 werd de socialist Gerhard Schröder voor de 2e keer bondskanselier. Hij leidde opnieuw een coalitie van SPD met groenen. De (vervroegde) parlementsverkie­zingen van september 2005 eindigden weer in een patstelling. Deze keer resulteerde dit in een regering van CDU/CSU en SPD onder CDU leidster Angela Merkel. Zij werd de eerste vrouwelijke bondskanselier van Duitsland en de 1e kanselier uit de voormalige DDR.