Geschiedenis

Prehistorie

De eerste tekenen van menselijke bewoning van Litouwen zijn afkomstig van rendierja­gers die kort na de laatste ijstijd (tussen 8000 en 4000 v. Chr.) in het gebied leefden. De meesten van hen trokken toen het warmer werd met de rendieren mee naar het noord­oosten en hun plaats werd geleidelijk aan ingenomen door uit het zuiden en westen ko­mende Indo-europese stammen die in hun onderhoud voorzagen via jagen, vissen, ver­zamelen en wat primitieve landbouw en veeteelt. Deze vreedzame stammen hadden vaste woonplaatsen en in hun cultuur en religie domineerde het vrouwelijke element. Via onderlinge vermenging kwam het Baltische volk tot stand dat kort na het begin van onze jaartelling onder meer handel dreef met de Romeinen met bijv. amber als ruilobject.

Middeleeuwen

In 1009 dook de naam Litouwen voor het eerst op in geschreven annalen (hetgeen betekent dat men in 2009 het 1000 jarig bestaan van de natie hoopt te vieren). In deze periode probeerden missionarissen de Balten tevergeefs tot het christendom te bekeren. Twee eeuwen later deed de Duitse orde, een congregatie van roofridders (ook wel betiteld als de Teutoonse ridders), een poging om hetzelfde met geweld te doen en de orde vero­verde Pruisen, het gebied rond het huidige Kaliningrad. Groothertog Mindaugas vere­nigde de overige stammen van Litouwen echter om een tegenwicht te creëren en van daaruit toenadering te zoeken tot de Duitse orde en de West Europese cultuur. In 1251 bekeerde hij zich tot het christendom en op 6 juli 1253 werd hij tot koning van Litouwen gekroond. Later werd hij gedood door landgenoten die zijn bekering als verraad be­schouwden. De oorspronkelijke natuurreligie werd vervolgens in ere hersteld. De opvol­gers van Mindaugas slaagden er aanvankelijk niet in om de Teutoonse ridders weg te krijgen. M.n. de Litouwse leider Jogaila kon de eigen invloedssfeer via samenwerking echter wel naar het oosten uitbreiden; zelfs tot aan de Zwarte Zee. In 1386 probeerde de Duitse orde het vertrouwen van Jogaila te winnen door hem via een huwelijk met de Poolse prinses Jadwiga het recht op de Poolse troon te verschaffen in ruil voor de ker­stening van Litouwen. Aldus geschiedde en Litouwen bleef sindsdien rooms. Het Li­touws-Poolse leger van Jogaila en zijn neef Vytautas versloeg desondanks in 1410 de Teutoonse ridders in de slag om Tannenburg waarna weinig meer hen werd vernomen.

Van Pools-Litouwse unie tot onafhankelijkheid

Na pogingen van Zweden en Russen om een voet aan de grond te krijgen werd in 1569 via het verdrag van Lublin het Pools-Litouwse rijk gevestigd. Dit hield tot te­vredenheid van beide partijen stand tot 1795. In dat jaar slaagde een alliantie van Prui­sen, Russen en Oostenrijkers er in om Litouwen te onderwerpen. De Litouwers kwamen met hulp van de Polen in 1831 en 1863 vergeefs in opstand; hetgeen tot gevolg had dat de Russen steeds repressiever werden. Er werd land in beslag genomen. De Litouwse taal en het Latijnse schrift werden officieel verbannen en respectievelijk vervangen door Russisch en het cyrillische schrift. In deze periode emigreerden veel Litouwers naar Amerika. Het Litouwse nationalisme bleef echter sluimerend aanwezig. Het stak in 1905 de kop op omdat in Russen en Balten in opstand kwamen tegen het Tsaristi­sche bewind. De Russische revolutie van 1917 in combinatie met het einde van de 1e wereldoorlog in 1918 maakte de beide grootmachten die Litouwen als natie hadden bedreigd vrijwel machteloos. Een Duits aanbod om van het land een protectoraat te maken en een Russi­sche aanval werden beide afgeslagen en in februari 1918 verklaarde Litouwen zich onaf­hankelijk.

De eerste periode van onafhankelijkheid

Dr Jonas Basanavicius wordt beschouwd als de belangrijkste grondlegger ven deze eerste onafhankelijkheid. In 1920 werd het land door Rusland erkend, onder voorwaarde dat Rusland het recentelijk veroverde Vilnius mocht behouden. Litouwen pikte even later het gebied rond Klaipèda in dat via de vrede van Versailles onder Franse bescherming was gekomen. In 1926 werd de socialistische regering via een coup vervangen door een militaire junta on­der leiding van Antanas Smetona. Er vonden landhervormingen plaats en economie, on­derwijs en cultuur bloeiden op. Op 23 augustus 1939 werd Litouwen via het Molotov-Rib­bentroppact tussen Communisten en Nazi’s samen met de beide andere Baltische staten in het geheim verkwanseld aan de Russen. De Sovjets pakten de overname van het land slinks aan. In oktober 1939 boden ze, na de Duitse inval in Polen, de Litouwers eerst Vil­nius aan in ruil voor de stationering van 20.000 man Sovjettroepen op Litouws grondge­bied.

Sovjet periode

Op 15 juni 1940 overliepen de Sovjets echter heel Litouwen en ruim een maand later was het land gedegradeerd tot Sovjetrepubliek. Op 13 en 14 juni 1941 werden 30.000 Litou­wers door de Sovjets naar Siberië gedeporteerd en een week later trokken de Duitsers het land binnen. Eerst ervoeren veel Litouwers hen als bevrijders, maar dat veranderde toen de Duitsers een marionettenregering instelden en Litouwse nationalisten deporteer­den. Veel Litouwers werden tewerkgesteld in Duitsland en anderen gingen in het verzet. In januari 1945 hadden de Sovjets het grootste deel van Litouwen weer in bezit, hetgeen leidde tot een 2e emigratiegolf van vluchtende Litouwers en van mensen die door Stalin werden gedeporteerd op verdenking van collaboratie met de Duitsers. Pas in 1952 wer­den de laatste verzetshaarden tegen de sovjets opgerold en het land werd streng aange­pakt. De gehele landbouw werd gecollectiviseerd en men kreeg van de apparatsjiks grootschalige industrieën door de strot geduwd. Religie werd verboden, priesters en vrij­denkers werden afgevoerd en er kwam een uiterst conservatief bewind. Het laatste droeg er toe bij dat de hervormingen tijdens de regeringsperiode van Gor­batsjov aanvankelijk moeizaam tot het land doordrongen. In 1987 kwamen echter de eer­ste demonstraties van Baltische dissidenten en in 1988 werd de Litouws nationalistische Sajudisbeweging opgericht onder voorzitterschap van de musicoloog Vitautas Landsber­gis. De Sajudisbeweging vond steun bij de toenmalige secretaris van de Litouwse com­munistische partij Algirdas Mykolas Brazauskas. In mei 1989 werd de soevereiniteit uit­geroepen, in augustus van dat jaar werd ter herdenking van het 50 jarig bestaan van het van Molotov-Ribbentroppact een menselijke protestketen gevormd die de 3 Baltische hoofdsteden verbond en in december kwam er een meerpartijenstelsel.

Veel beelden en andere parafernalia uit de Sovjet tijd zijn verzameld in het Grutaspark bij Vilnius. In 2004 diende deze beeldengroep in het park als achtergrond bij de miss Europees toerismeverkiezingen.

Na de hernieuwde onafhankelijkheid

Na een grote verkiezingsoverwinning van de partij van Landsbergis werd Litouwen op 11 maart 1990 de 1e Baltische staat die zich onafhankelijk verklaarde. Landsbergis werd de 1e president van de nieuwe republiek. Na een korte oprisping (de bezetting van het radio en tv station) bonden de Sovjets in en op 6 september 1991 erkende de opperste Sovjet de 3 Baltische staten. In 1992 kwam er een nieuwe grondwet in Litouwen. In datzelfde jaar verloor Sa­judis de verkiezingen ten gunste van de door Brazauskas opgerichte arbeiderspartij en laatstgenoemde won eveneens de presidentsverkiezingen. Ook zijn partij slaagde er echter niet in om de economie uit het slop  te halen en het land qua energieleverantie onafhankelijk te maken van Rusland. Doordat in 1995 bovendien een grote bankfraude aan het licht kwam won de rechtse vaderlandsunie van Landsbergis de verkiezingen van 1996. Landsbergis vormde een regeringscoalitie met de christen democraten. In 1998 werd Valdas Adamkus, een emigrant en milieudeskundige uit de VS, president.

Na de millenniumwisseling

In juni 2001 trad premier Paksas af nadat daarvoor al 6 ministers uit zijn coalitie waren opgestapt wegens diepliggende geschillen over de sociaal economische aanpak en Brazauskas nam zijn plaats in. Paksas won echter de presidentsverkiezingen van januari 2003 en eind februari volgde hij Adamkus op. Op 10 en 11 mei 2003 stemde 91% van de Litouwers voor EU toetreding bij een opkomst van 63%. In april 2004 mocht het Baltische land de eerste geslaagde afzettingsprocedure in Europa meemaken van een president. Paksas werd afgezet vanwege vriendjespolitiek. Hij had een Litouws staatsburgerschap geritseld voor een Russische zakenman die hem sponsorde. Daarmee toonde men aan dat het parlement niet, zoals in veel voormalige Sovjetrepublieken, slechts een applausmachine is. In mei 2004 werd Litouwen EU lid en in juli werd Adamkus herkozen tot president. De parlementsverkiezing in oktober 2004 werd gewonnen door de linkse coalitie en Brazauskas bleef premier. In juli 2006 werd Gediminas Kirkilas van de sociaaldemocraten regeringsleider, maar eind 2006 moest zijn regering al weer aftreden vanwege corruptieperikelen. In januari 2008 werd hij premier van een interim-kabinet. De verkiezingen in oktober 08 werden gewonnen door de Thuisland unie van de Litouwse christendemocraten. Partijleider Andrius Kubilius werd premier van een centrumrechtse coalitie (1 zetel meerderheid) van zijn partij met 2 conservatief liberale partijen (en met 5 van de 14 ministers partijloos). In mei 2009 won de eveneens partijloze Dalia Grybauskaitė de presidentsverkiezingen en in juli trad ze in functie als eerste vrouwelijke staatshoofd van Litouwen. Ze deed het niet om het geld, want ze nam genoegen met de helft van het presidentiële salaris.