Gezondheidszorg en volksgezondheid

Voorgeschiedenis en huidige stelsel

Reeds vanaf de 11e eeuw bestaan er in Hongarije publieke zorgvoorzieningen. De eer­ste wet op de gezondheidszorg dateert van 1876. Tussen 1948 en 1990 kende het land een staatsgezondheidszorg die voor iedereen gratis en gelijk was. Reeds in 1980 werden po­gingen gedaan om hervormingen door te voeren omdat de volksgezondheid achteruit ging. Naast ongezonde leefgewoonten bleken de slechte organisatie van de zorg en de lage status en beloning van de zorgwerkers punten van aandacht. Na de communistische periode werd het zorgstelsel gedecentraliseerd en het prestatie-ele­ment kreeg een rol toebedeeld. De privatisering bleef beperkt tot de farmacie, de 1e lijnszorg en een paar ziekenhuizen die vroeger van de kerk waren. De zorg wordt betaald uit belastinggeld via het nationale zorgverzekering fonds. Dat kreeg in 2008 een toezichthoudende instantie. Het ministerie van gezondheid gaat over de gratis zorg van de overheid en beleid en verzekering. Regio en gemeenten hebben een groot deel van de faciliteiten in handen. Academische ziekenhuizen vallen onder het ministerie van onderwijs. De ministeries van defensie, binnenlandse zaken en transport kennen eigen gezondheidsdiensten.

In 2006 was men erg geïnteresseerd in het Nederlandse stelsel. Gezondheidsminister Molnár wilde een verplichte betaalbare basisverzekering voor iedereen invoeren met de mogelijkheid tot vrijwillig bijverzekeren. Ook wilde hij iets doen aan het grote aantal ongespecialiseerde kleine ziekenhuizen en ziekenhuis afdelingen waar artsen meer moeten kunnen dan waar ze voor doorgeleerd hebben. Men kent eigen bijdragen voor medicijnen en voor extra service bij ziekenhuisopname. In 2008 werd de EB voor huisartsen bezoek en ziekenhuisopname bij referendum afgestemd zodat de gebruikelijke zwarte bijbetalingen wellicht doorgaan. Het medisch personeel in Hongarije is deskundig en de voorzieningen zijn goed. De grote steden in Hongarije tellen veel ziekenhuizen, maar ook in 2009 waren die meestal klein en gespecialiseerd. Daardoor kost het soms tijd en moeite om de patiënt op de goede plek te krijgen en dat kan (nog afgezien van de kosten inefficiëntie) bij een spoedgeval dodelijk zijn. Bij alledaagse kwesties kan men, ook buiten reguliere werktijden, echter snel worden geholpen en medicijnen ophalen.

Beoordeling van de zorg

De tevre­denheid over het zorgstelsel was in 2002 onder Hongaren naar EU maatstaven laag (14% van de be­volking tevre­den, 53% ontevreden), maar de beoor­deling van het stel­sel kwam in 2003 met een 5,3 iets boven het gemiddelde van de kandidaat Eu landen van 2004 (5,0). In 2007 bleef ze iets onder het gemiddelde van de 12 nieuwe Eu landen (5,1 om 5,3). De beoordeling voor zorgvoorzieningen voor ouderen lag daar toen iets boven (5,4 om 5; EU15 5,7). Medio 2009 was het volksdeel dat de gezondheidszorg voor zichzelf tot de top3 van zorgenkindjes rekende naar EU25 maatstaven klein (12 om 16%; NL 27%; Be 8%: Special Eurobarometer308, wave 71.1). Wellicht had men door de kredietcrisis andere zorgenprioriteiten, want eind 2006 was dat nog 52% (Eu 26%). Toen rangschikte 6% ouderenzorg daaronder (Eu 13%; NL 25%, Be 14%) en 2% zorg voor gehandicapten (bij laagste 5 EU27; EU 4%, NL 6%; Be 4%). Eind 2006 rekende voor de komende generatie 36% (EU 17%) gezondheidszorg, 10% (EU 10%) ouderenzorg en 1% (EU 2%) gehandicapten zorg tot deze top3 (Special EB 273, wave 66.3).

In de tabel hierna staan de uitslagen voor Hongaren (HO), de EU27 en Nederlanders van opinieonderzoek uit 2007 naar kwaliteit, beschikbaarheid en prijs van zorginstituten (bron special EB 283 wave 67.3). Daarbij scoorden de Hongaren overal slecht naar Eu27 maatstaven. M.n ziekenhuizen kwamen er bij hen relatief slecht af en het deel van hen dat de kwaliteit van specialisten OK vond was het kleinst binnen de Eu.

Zorginstituut medio 2007

Kwaliteit OK %

Beschikbaar OK %

Te duur %

HO

EU

NL

HO

EU

NL

HO

EU

NL

Huisarts

83

84

89

86

88

92

18

11

6

Tandarts

70

74

92

73

74

89

63

51

28

Specialist

53

74

83

54

62

66

45

35

21

Thuiszorg

39

42

49

31

41

39

45

32

16

Ziekenhuis

43

71

87

54

76

80

48

21

19

Verpleeghuis

41

41

46

22

39

36

51

42

38

Betaling van de zorg

Hongarije kent in theorie een gratis gezondheidszorg van staatswege. De ziektekosten premie voor werknemers ligt op 11%, maar die voor werkgevers is zo hoog dat ze voor velen van hen een reden vormt om mensen zwart in dient te nemen. Doordat een substantieel deel van de bevolking onder de dekking valt zonder premie te betalen (werklozen, zwartwerkers, vergrijzing) worstelt men continue met tekorten. Artsen en ziekenhuispersoneel worden relatief slecht betaald (in 05 artsen en specialisten 1,7 x en verpleegkundigen 0,8 x het BBP per hoofd; bij alle 3 op 1 na laagste van 15 EU landen) en om hen gunstig te stemmen stoppen patiënten hen enveloppengeld toe. In 2007 lagen de zorguitgaven in Hongarije op 7,4% van het BBP (3 na kleinste aandeel van 19 EU landen, OECD health data 2009; how does Hungary compare). Per hoofd naar koopkracht bedroegen ze slechts 40% van het OESO gemiddelde. Verder nam de centrale overheid 70,6% voor rekening (OESO landen 73%) en de private sector 29,4%; waarvan 23% eigen bijdragen. De doorsnee EB ligt boven het gemiddelde van de EU15, maar iets onder de normaal van de 12 nieuwe EU landen. Tussen 2003 en 2006 lagen de uitgaven volgens Eurostat tussen 8 en 8,5% van het BBP (8,28% BBP in 06; 12e van 21 EU landen). Daarvan ging in 2006 veel naar volksgezondheid (preventie en voorlichting: 4,9%; hoogste 21 EU landen: +1,9% t.o.v 2003) en apothekers en voorzieners van medische hulpmiddelen (36,3%: +4,3%, 3 na hoogste), een gemiddeld deel naar verpleeghuizen (2,3%: -0,2%) en een relatief klein deel naar ziekenhuizen (33%, -3,6%), 1e lijnszorg (arts, tandarts, thuishulp etc 20,8%, -2%) en administratie en verzekering (1,1%; -0,1%). Men gaf dus veel uit aan medicatie en hulpmiddelen en preventie en volksgezondheid en een gemiddeld of klein deel aan genezing, revalidatie, chronische zorg, aanvullende diensten en administratie en verzekering.

Het deel van het huishoudbudget dat men in Hongarije besteedt aan gezondheid lag in 2005 boven de EU27 normaal (4,1%; EU 3,5%; NL 1,3%, BE 4,7% volgens Eurostat) en tussen 2000 en 2008 lag de stijging iets boven de doorsnee uitgavenstijging in Hongarije (25 om 19%). Medio 2007 was het volksdeel dat had betaald, betaalde of verwachtte te moeten betalen voor zorg aan hulpbehoevende ouders klein naar Eu maatstaven (20 om 25%, NL 27%, BE 36%; bron Special EB 283, wave 67.3). Wanneer men zelf langdurig betaalde (thuis)zorg nodig zou hebben verwachtten relatief weinigen dat de eigen private verzekering het zou dekken (6%, EU 15%, NL 44%, BE 28%) of dat overheid of sociale zekerheid de kosten zouden betalen (15%, EU27 32%, NL 51%, BE 34%). Het deel dat inschatte dat het uit eigen zak opgehoest zou moeten worden was iets boven gemiddeld (51%, EU 48%, NL 35%, BE 70%) en het deel dat dacht dat de partner, familie of naasten (56%, EU 39%, NL 9%, BE 44%) ervoor op zou draaien lag flink boven de EU normaal. Het volksdeel onder de laagste inkomens (laagste 20%) bij wie een behoefte aan medisch of tandheelkundig onderzoek niet werd vervuld vanwege de prijs lag in 2007 op of iets onder de Eu normaal (arts 4,3 om 4.9%; 5,5% om 6,5% in 05: tandarts 7,6% om 7,6%; 11,9 om 9,2% in 05; Eurostat, health, indicators from SILC survey).

Zorgvoorzieningen en gebruik

In Hongarije zijn de zorgberoepen erg ongelijk over het land verdeeld. Qua 1e lijnszorg (huis­arts, tandarts, verloskundige, kinderarts, thuishulp) heeft de overheid het mogelijk gemaakt om als huisarts af te studeren en het beroep van huisarts aantrekkelijker gemaakt. Verder kent men districtsverpleegkundigen. In 2007 telde men 6780 huisartsenpraktijken. Veel 1e lijnszorg vindt plaats vanuit publieke lokale en regionale poliklinieken. Volgens het Hongaarse CBS groeiden die tussen 1996 en 2004 in aantal van ruim 1200 naar bijna 2800. Wie het zich kan veroorloven kiest een tandarts of gynaecoloog met een privé-praktijk. Het aantal artsen bereikte in 2004 een maximum en zakte daarna naar 6,5/10.000 inwoners in 2007 (-1,5%; huisartsen 5; kinderartsen 1,5/10000). De arts is in Hongarije formeel poortwachter, maar velen komen zonder verwijsbrief bij de specialist terecht. Men mag in Hongarije eens per jaar van huisarts veranderen. In 07 lag het aantal praktiserende artsen en verpleegkundigen onder het OESO gemiddelde (28 om 31 en 61 om 96/10.000 inwoners). Eurostat kwam op 5,5 apothekers, 4 tandartsen en 2 fysiotherapeuten (bij laagste 5 EU) per 10.000.

Het aantal artsenconsulten per hoofd p/j was in 2005 met 12,6 het op 2 na hoogst binnen de OESO landengroep van 27 landen (OESO 6,8); evenals het aantal consulten per arts p/j (4245; OESO 2511). Volgens het Hongaarse CBS daalde tussen 1996 en 2004 de tijd per consult met zo’n 30% naar krap 5 minuten. Het volksdeel dat in het jaar voor de vraagstelling naar de tandarts ging lag onder de EU normaal (52%, EU25 62%; Eurobarometer 272e/ wave 66.2 ). De gebitstoestand onder 12 jarigen was rond 2003 naar OESO maatstaven nog slecht (DMFT index op 1 na hoogste in 01). Rond 2005 gebruikten de Hongaren naar Eu maatstaven per 1000 patiënten de meeste medicijnen. De uitgaven voor medicijnen zijn erg hoog zijn naar EU maatstaven. Het gebruik van en de toename daarin tussen 2000 en 2005 van antidiabetica (55 dagelijkse doses/ 1000 inwoners, +12 t.o.v 2000; OESO 47, +14); antidepressiva (23, +9; OESO 47, +14); anti cholesterol (71, laagste OESO na Duitsland, +40; OESO 105, +58) en antibiotica (20, +1; OESO 21) was naar OESO maatstaven echter niet buitensporig. Het aandeel 65plussers dat een griepprik kreeg was in 2005 relatief klein (37%, +4% t.o.v 02; OESO 59%; +6% t.o.v 01), maar met kindervaccinaties scoort men het hoogst binnen deze groep landen (mazelen, kinkhoest, difterie; bijna 100%).

Eind 2006 ondergingen qua poliklinische onderzoeken onder 15plussers relatief velen een bloeddrukmeting (67 om 59%; BE 70%, NL 52%), hartonderzoek (33 om 27%), echoscan (46%, EU 38%), ogentest (34%, EU25 38%), gehoortest (17 om 16%),  borstonderzoek (doorlichten 38 om 31%, handmatig 43%, Eu normaal), eierstok onderzoek (35 om 30%), uitstrijkje (42 om 41%), ander gynaecologisch onderzoek (45 om 32%) of een onderzoek naar osteoporose (25 om 14%) of naar overige vormen van kanker (15 om 12%) en naar verhouding weinigen een onderzoek van dikke darm (4 om 9%), PSA (prostaatkanker test: 9 om 13%) of cholesterolniveau (35 om 38%, BE 44%, NL 26%). Eind 2006 lag het volksdeel dat in behandeling was voor een chronische kwaal in Hongarije boven de EU normaal (31 om 25%).

De 2e lijnszorg vindt plaats in ziekenhuizen (regionaal, academisch of gespecialiseerd) en andere fa­ciliteiten (bijv. bronnenbaden en kuuroorden). Men onderscheidt prioriteit en streekziekenhuizen, poliklinieken en ziekenhuisjes van groepspraktijken. In 2007 telde men landelijk 37 prioriteitsziekenhuizen en 77 streekziekenhuizen voor basiszorg, 426 poliklinieken en 50 instellingen voor langdurige zorg en revalidatie. Het aantal ziekenhuis bedden per 100.000 inwoners is nog groot naar EU maatstaven en zakte wat minder snel dan in de EU (713 in 2007; -11,5% t.o.v 1997: EU27 590 in 05; -15%). Het aantal acute zorgbedden lag met 414 iets boven het EU27 niveau (406 in 2005). De bezetting van de zieken­huisbedden lag rond het Eu ge­middelde (76% in 2005, OESO 75%; 75% in 1990, OESO 73%). Het aandeel ziekenhuisopnames (25,6% van de bevolking; 3 na hoogste OESO) lag in 2005 flink boven het OESO gemiddelde van 16%, maar de verblijfsduur in het ziekenhuis zakte naar OESO maatstaven flink (van 9,9 naar 6,3 dagen tussen 1990 en 2005; OESO van 8,7 naar 6,3 dagen). Rond 2005 ondergingen Hongaren de meeste operaties binnen de EU (220/1000; NL 73/1000)

In de sociale zorg hadden in 2004 de 991 instellingen voor gezinshulp 326.000 klanten en de 1882 instellingen voor kinderbe­scherming 170.000. In 61% van de ge­meenten be­stond in 2003 thuiszorg en in 74% was een maaltijdenservice. Landelijk wa­ren er 1300 steungroepen van hulpbehoevende be­jaarden met in totaal ruim 40.000 le­den. In inrichtingen leefden 68.000 men­sen (62% bejaarden, 25% gehandi­capten, 11% psychiatrische patiënten) en een kleine 10.000 (60% zwervers) maakten ge­bruik van tijde­lijke opvang. Qua chronische zorg behoort het aantal psychiatrische bedden tot de kleinste binnen de Eu en het zakte erg sterk (31/100.000 in 2007: -320% t.o.v 1997: EU27 60/100.000, -24%; bron Eurostat). Het aantal chronische zorgbedden is echter groot (58 per 1000 65plussers tussen 1995 en 2005: waarvan 5/1000 in verpleeghuizen; OESO 41/1000 en 10/1000). Het volksdeel dat tevreden was over de kwaliteit van thuiszorg en verpleeghuizen lag in 2007 qua grootte op of iets onder de EU normaal, maar slechts weinig Hongaren waren tevreden over de beschikbaarheid en kosten. Op deze website staat bij Hongarije onder bevolking/ leefsituatie van 65plussers vergelijkend onderzoek naar meningen omtrent bejaardenzorg. De tabel hierna geeft info over de verwachte (V) en gewenste (G) hulpsituatie onder Hongaren, Nederlanders, Belgen en in de EU27 wanneer men zelf langdurig hulp nodig zou hebben (bron special eurobarometer 283 wave 67.3 op basis van medio 2007gedaan veldwerk).

Vorm van steun of hulp

HO

NL%

BE%

EU27 %

V

G

V

G

V

G

V

G

Thuis door familie etc

62

66

29

33

34

40

45

45

Prof. hulpdienst thuis

7

8

37

42

35

34

23

24

Thuishulp zelf ingehuurd

6

6

9

12

10

10

10

12

Bij familie etc thuis

6

6

1

2

3

4

4

5

Chronische zorginstelling

11

10

16

8

16

11

9

8

Weet niet

8

4

8

3

2

1

9

6

Volksgezondheid

De levensverwachting ligt in Hongarije, net als in andere voormalige Oostbloklanden in de EU, onder de EU normaal (m 69,4j in 07, EU27 75,8j in 06; v 77,7 om 82j) en ook de stijging daarin blijft achter bij wat in de EU gangbaar is. Verder is het manvrouw verschil relatief groot naar de maatstaf van deze landengroep (8,3j; EU27 6,2j in 2007). Ook de gezonde levensverwachting voor 65 jarigen is laag (m 5,3j, EU 8,7j; v 5,8j, EU 8,9j). Wel is ze tussen 2005 en 2007 bij vrouwen wat bijgetrokken (+0,8j; EU +0,3j). De sterfte per 10.000 inwoners lag ook in 2006 flink boven de EU27 standaard (96,9 om 64,1; 96,2 in 2007 bron: Eurostat) en de daling tussen 00 en 06 (-11,5%) was vrijwel gelijk aan die in de EU. Qua doodsoorzaken ligt de sterfte door chronische ziekten ruim 2 keer zo hoog als gemiddeld in de EU (27,1 om 12,7) en de daling was iets kleiner (13 om 15%). De sterfte aan kanker week relatief weinig af van de EU normaal (24 om 17,5; longkanker 7 om 4; prostaatkanker 0,76 om 0,82; borstkanker 1,6 om 1,4; mond/ slokdarm 1,4 om 0,5) en de daling was iets sterker dan in de EU (8,5 om 6.5%). Wel bleef de sterfte door long/ keelkanker etc de hoogste binnen de EU. Ook bij hartaanvallen was het beeld ongunstig (24 om 9,4). Het cijfer wisselde terwijl het in de EU daalde (+4 om -17,5%). Bij herseninfarcten scoort men eveneens slecht (m 16, v 11 in 04; beide hoogste OESO).

Al met al zakte de sterfte door ongelukken (4 om 2,6) naar verhouding sterk (-20 om -13%). De bijdrage van zelfmoord bleef hoog (2,2 om 1), maar ging flink naar beneden (-27% om -13%). Onder 50-55 jarigen bleef dit cijfer echter het hoogst binnen de EU. Het moordcijfer is ook hoog (0,25 om 0.1), maar zakte iets sterker dan in de Eu (32 om 28%). Bij verkeersongevallen (1,5 om 0.9) was sprake van een wisselend beeld in HO en een daling in de EU (+5 om -15%). De sterfte door chronische lever aandoeningen zakte flink (-25 om -13%), maar bleef het hoogst binnen de EU (4,5 om 1,5). Alcoholisme als doodsoorzaak (0.5 om 0,27) boette met 10% aan belang in terwijl in de Eu weinig veranderde. Bij diabetes (2,2 om 1,4) was de situatie andersom (+18 om -3%). De kindersterfte lag in 2005 boven de OESO normaal  (6,2 om 5,4 /1000 geborenen).

De tabel die nu komt geeft info over hoe men eind 2006 in Hongarije, Nederland, België en de Eu27 de eigen gezondheid beoordeelde (Eurobarometer 272e wave 66.2).

Gezondheid

HO

NL

BE

EU25

Goed

55

82

81

73

Redelijk

30

14

14

20

Slecht

15

4

5

7

Chronische kwaal

Ja

38

26

23

29

Nee

62

74

77

70

Weet niet

0

0

0

1

Het volksdeel dat de eigen gezondheid als goed beoordeelde was het op 3 na kleinste binnen de Eu en het volksdeel met chronische klachten het op 3 na grootst. Bij 13 klachtengroepen scoorden spier, bot of gewrichtsklachten (reuma/ artritis 33%, Eu 22%), botontkalking (9 om 5%) en hersenbloeding (5 om 2%) het hoogst binnen de EU27. Ook hoge bloeddruk (33 om 22%) kwam flink boven de EU normaal. Chronische angst/ depressie (10%) was één van de 6 beelden die rond of iets boven de EU normaal scoorden en allergie (14 om 17%), astma (6%) en migraine/ hoofdpijn (15%) kwamen iets minder frequent voor dan gemiddeld in de EU25. Het deel dat in de week voor de enquête in het dagelijks leven was beperkt door bot, spier en gewrichtsklachten was in Hongarije relatief groot (38%; EU 32%). Het volksdeel dat voor een chronisch probleem in behandeling was lag ook boven het Eu gemiddelde (31 om 25%). Daarbij scoorden hersenbloeding (10 om 4%), reuma/ artritis (36 om 24%), hoge bloeddruk (45 om 36%) en maagzweer (5 om 3%) erg hoog naar EU maatstaven. Bij astma (9 om 10%) en chronische angst en depressie (9 om 10%) lag het aandeel onder het EU gemiddelde. Het aandeel vrouwen in de menopauze dat weet had van hormonentherapie lag met 33% onder de EU normaal (39%; bron Eurobarometer 272e wave 66.2) en het deel van de vrouwen van 50+ dat er gebruik van maakte was erg klein (2 om 6%).

De volgende tabel toont hoe men in Hongarije in de maand voor de vraagstelling qua geestelijk welzijn scoorde in vergelijking met Nederland, België en de EU25 (Bron EB 248 wave 64.4; veldwerk van begin 2006). De scores lagen bij Hongarije als voormalig Oostblokland onder die van NL en BE. Ook valt op dat het volksdeel dat zich vitaal voelde het kleinst was binnen de Eu, terwijl men op energiek iets boven de Eu normaal scoorde.

Item in %

HO

NL

BE

EU25

Altijd/ veelal gelukkig

57

83

80

65

Altijd/ veelal kalm en vredig

68

76

76

63

Altijd/ veelal vitaal

30

76

72

64

Altijd/ veelal energiek

60

72

62

55

Nooit/zelden compleet in de put

73

83

83

78

Nooit/ zelden gedeprimeerd

76

78

75

71

Nooit/zelden erg gespannen

51

53

51

50

Nooit/ zelden afgepeigerd

29

36

43

34

Nooit/ zelden moe

29

36

43

34

De invloed van psychische problemen op werk en dagelijks leven (maand voor de vraagstelling) is in Hongarije gemiddeld naar Eu maatstaven (minder presteren dan men wilde 18%, slordiger dingen doen 16%, minder tijd in dingen steken 13%). Wel hadden slechts weinigen vanwege zorgen werkdagen gemist (3%, laagste EU met Tsjechië; EU 6%). Het deel van de bevolking dat behandeld werd voor een psychische aandoening liep tussen 1990 en 2004 geleidelijk op van 8 naar 14% (voor tweederde vrouwen). Begin 2006 was dit volksdeel onder behandeling naar EU maatstaven vrij groot (medicijnen 9%, EU 7%; NL en BE 8%; psychotherapie 4%, EU 3%, NL 7%, BE 4%; opnames 2%, EU en NL 1%; BE 5%, hoogste EU). Het deel dat bij psychische nood professionele hulp zou gaan zoeken was in Hongarije relatief klein (39%, NL 38%, EU 50%, BE 51%), maar het deel dat in het jaar voor de vraagstelling daadwerkelijk zulke hulp had gezocht lag qua grootte op de EU normaal (13%, BE 12%, NL 17%; huisarts 8%, EU 9%; apotheek 1 om 2%, psycholoog 1 om 2%; psychiater 3 om 2%, geestelijke 1 om 2%). Vrijwel niemand zocht hulp bij een telefonische hulpdienst (0 om 2%). Veel Hongaren die hulp hadden gezocht vonden het moeilijk om aan de juiste informatie te komen (52%, 1 na hoogste EU;  EU 37%). Slechts weinig Hongaren gaan bij psychische nood naar vrienden (10%, laagste EU na Portugal; NL 37%, BE 33%, EU 22%) en men kiest erg vaak voor familie om de nood te lenigen (63%, hoogste EU; BE 54%, EU 53%, NL 49%). Chronische angst en depressie kwam begin 2006 iets vaker voor dan gemiddeld in de Eu (10%, EU 9%). De tabel hierna toont hoe toen in Hongarije de kijk op psychische problemen veelal minder negatief was dan gemiddeld in de EU.

Mensen met psychische/ emotionele problemen

% mee eens

HO

NL

BE

EU25

zijn onvoorspelbaar

47

59

66

63

zijn een gevaar voor anderen

27

25

32

37

worden nooit weer beter

16

13

22

21

moeten het zichzelf verwijten

14

6

10

13

Levensstijl

De Hongaarse samenle­ving is nogal veeleisend, competitief en wantrouwend. Daarbij aten de Hongaren m.n in de 90er jaren te vet, te zout, teveel en vitaminearm. Ook onmatig alcoholgebruik en roken kwamen veel voor. Hoog opgeleiden eten over het algemeen gezonder en roken en drinken minder dan laag opgelei­den. Verder leeft men in de middelgrote steden gezonder dan in de hoofdstad of op het platteland. Uit de tabel hierna valt op te maken welk volksdeel in welke opzichten medio 2007 in Hongarije, België, Nederland en de EU naar eigen oordeel ongezond leefde of in een ongezonde omgeving verkeerde (Bron EB 283, wave 67.3). De aandelen liggen meestal nog wel boven de EU normaal, maar vallen niet vaak meer onder de EU top.

Item in %

HO

NL

BE

EU25

Rokers

34

24

27

30

Overgewicht

21

26

25

20

Nooit/zelden intensief bewegen

25

28

29

24

Ongezond eten

22

7

10

14

(Wat) te veel alcohol drinken

6

7

8

7

Lawaaierige omgeving

9

5

10

8

Vervuilde omgeving

8

8

7

6

Werkstress

13

16

22

17

Relatiestress

9

7

11

10

Geen van deze problemen

26

31

24

32

In 2005 lag zowel het volksdeel met ernstig overgewicht als het deel met ernstig ondergewicht boven de EU normaal (respectievelijk 17 om 11% en 4 om 3%, bron Eurlife indicator). Eind 2005 was de groep die veel sportte klein naar EU maatstaven en de groep die nooit aan sport deed groot. Desondanks kregen relatief velen naar eigen idee veel lichaamsbeweging (zie onder sport). Rond 2000 was het gedeelte dagelijkse rokers van sigaretten onder 15plussers met 30,5% het op 6 na grootst binnen de EU25 (m 37%, v 25%). Andere tabaksrokers meegerekend kwam men in 2008 op 31% (EU27 26%, NL en BE 24%; bron Flash EB 253). Vanaf begin 2009 geldt een rookverbod voor de publieke ruimte, incl. horeca. In het jaar voorafgaand aan de vraagstelling had in 2003 qua toegegeven cannabis gebruik landelijk 8% van de 15-35 jarigen en 13% van de 15-25 jarigen geblowd, maar in Boedapest stond dit aandeel bij 15 tot 35 jarigen op 34% (spreiding binnen EU25: 1% in Zweden tot 20% in Spanje). Naar gebruik in de maand vooraf (alle volwassenen 1%, 15-35 jarigen 3%, 15-25 jarigen 4,5%) scoorden 9 van 24 EU landen lager. Rond begin oktober 2006 was het contingent voorstanders van het Europees vrijgeven van cannabis voor privé-gebruik in Hongarije met 13% het op 5 na kleinste binnen de EU (EU 26%, NL 49%). In mei 2008 lag qua opinie onder 15-25 jarigen het deel dat het risico van cannabisgebruik groot vond rond de EU27 normaal (39 om 40%: NL 26%, BE 32%). Het deel dat dacht dat makkelijk aan cannabis is te komen was aan de kleine kant (57%: EU 63%, NL 71%), maar het deel dat het niet wist was erg groot (16%). Voor andere drugs is dit patroon vergelijkbaar. Relatief weinig Hongaarse jongeren vonden tabak (23%, EU28%: NL 20%, BE 24%) of alcohol (13%; EU 24%, NL 20%, BE 18%) erg riskant. Onder de leeftijdsgroep lag het gedeelte voorstanders van een verbod op cannabis (75%) boven de Eu normaal (67%). Het deel dat voor een verbod was op tabak lag daar iets onder (16%, Eu 18%, NL 9%) evenals het gedeelte voorstanders van een alcoholverbod (7 om 9%; NL 0,5%; BE 0%). In de groep achtte 11% het vrijgeven van drugs effectief beleid (EU 13%, NL 21%) en 22% was voor gereglementeerd vrijgeven van cannabis (EU 31%, NL 52%, Flash EB 233).

Officieel lag in 2000 de alcoholconsumptie ge­middeld op 9.1 liter per hoofd (NL 8 liter; EU25 9 liter). Tussen 1996 en 2002 vertoonden roken en alcoholge­bruik wel een dalende tendens. Zo liep het geschatte aantal alcoholverslaaf­den tussen 1991 en 1995 op van 0,6 naar 1,1 miljoen, maar was het in 2004 weer gezakt onder 0,7 mil­joen. Eind 2006 was het aandeel geheelonthouders het grootst binnen de EU na dat in Italië (38%, EU25 25%; BE 21%, NL 10%). De mate van alcoholconsumptie is in Hongarije naar EU maatstaven niet zo prijsafhankelijk. Hongarije telt relatief veel voorstanders van een verbod op alcohol verkoop onder de 18 en het gedeelte dat voor van een volledig alcoholverbod voor automobilisten is, was in Hongarije het op 5 na grootst binnen de EU27 (39 om 6%). Zo’n verbod bestaat ook en de straffen zijn streng. De tabel die nu komt geeft een indruk van de mate waarin najaar 2006 in Hongarije en in NL, België en de EU 15plussers relatief veel alcohol innamen (bron EB 272b, wave 66.2).

Alcoholinname herfst 2006 (%)

HO

NL

BE

EU25

Dagelijks

14

18

14

13

5 of meer glazen per sessie

7

12

13

7

Eens p/w 5 of meer glazen

11

12

15

15

Vaker p/w 5 of meer glazen

14

8

9

13

Hierbij valt op hoe het antwoord op de vraag naar 5 of meer glazen in Hongarije en in de EU als geheel afhangt van de context waarin hij wordt gesteld. In Hongarije was het volksdeel dat preventie van alcoholschade een overheidstaak vond het grootst binnen de EU (57%, EU 44%, NL 39%, BE 54%) en het deel dat het eigen verantwoordelijkheid vond was navenant klein (38 om 52 om 56% om 45%).

Eetgedrag

Eind 2005 vonden relatief weinig Hongaren dat ze gezond tot erg gezond aten (73%; Eu25 83%; BE 88%; NL hoogste EU met 95%). In Hongarije associeerden naar verhouding velen een gezond dieet met meer fruit en groente (64%, EU 58%) en minder koolhydraten (23 om 7%), minder kunstmatige toevoegingen (16 om 13%) en meer (5 om 3%) of minder vlees (20 om 16%) en weinigen met een gevarieerd uitgebalanceerd dieet (42 om 59%) en het mijden van zout (13 om 19%), vet (40 om 45%) of zoetigheid (22 om 28%). Het deel dat er geen moeite mee had zich aan een gezond dieet te houden was het kleinst binnen de EU25 (44%, EU 66%, NL hoogste EU met 79%, BE 70%). Tegenstrijdige en verwarrende informatie over wat gezond is werd vaak aangevoerd als reden (25%, EU 15%) en informatiegebrek over wat gezond is (7 om 12%), geen controle over het dieet (bijv vanwege kantines 17 om 27%), tijdgebrek (26 om 31%) en gezond is niet lekker (16% om 23%) weinig. Het deel dat in het jaar vooraf op dieet was geweest lag onder (14%, EU 21%) en het deel dat eetgewoonten had veranderd (22%) op de EU normaal. Daarbij scoorde meer vlees (6 om 4%) als enige boven het Eu gemiddelde en minder vet, vlees of alcohol en meer water hadden relatief weinig aanhang. Naar verhouding velen in Hongarije gingen op dieet vanwege een gezondheidsprobleem (25%, EU 18%).

Qua opinie over eten lag het volksdeel dat een rol voor de overheid zag weggelegd in het aanmoedigen van gezond eten en meer beweging door volwassenen (volledig mee eens: 44%), dat inschatte dat zwaarlijvigheid meer voorkomt dan 5 jaar eerder (volledig eens 48%) of dat vond dat men meer dikke kinderen ziet (ook 48%) rond de EU normaal. M.b.t de schuldvraag omtrent het laatste vonden relatief velen dat ouders het meest bepalend zijn voor wat kinderen eten (79%, EU 71%) en weinigen zagen adverteren en promotie als meest bepalend (13 om 18%). Qua tegenmaatregelen kon om het dieet te verbeteren meer informatie voor ouders of meer voedingsonderwijs op school op een relatief kleine aanhang rekenen. Naar verhouding velen zagen heil in minder TV reclame voor ongezond eten tijdens kinderprogramma’s en gezondere schoolmaaltijden. Om zwaarlijvigheid tegen te gaan kreeg meer fysieke activiteit op school relatief veel aanhang en educatie, reclamebeperking en promotiecampagnes naar verhouding weinig (bron: Eurobarometer 246, wave 64.3 health and food).