Landschap, grondgebruik en natuurlijke hulpbronnen

Geografie

Cyprus is een tamelijk bergachtig eiland. Langs de noord en noordoostkust loopt een ongeveer 200 km lange en 5 km brede ruige bergketen met steile hellingen en kruisvaarderkastelen die voornamelijk uit kalksteen bestaat en tot een hoogte van ruim 1000 meter reikt (op het Karpas schiereiland lager). Dit is de Kyrenia keten. Het oosten van Cyprus is ten zuiden van dit gebergte vrij vlak met veel windmolens. Het binnenland van zuidwest Cyprus wordt grotendeels ingenomen door de m.n uit basaltrots bestaande Troödosbergen met de tot 1953 m reikende Olympus als hoogste top. Op de toppen in dit ge­bergte ligt in de winter sneeuw en dan wordt er zelfs geskied. Tussen de beide bergge­bieden in ligt de Mesaoria of centrale vlakte. In deze afwisselend rotsachtige en vrucht­bare vallei ligt Nicosia. Langs vrijwel de gehele kust bevindt zich een eveneens vrucht­bare en in breedte variërende kustvlakte met plaatselijk moerassen en zoutmeren. De beken op Cyprus voeren in het winterseizoen regen en smeltwater af uit de Troödosbergen bergen en staan s’zomers vaak droog. Een deel van dit water wordt opgevangen in re­servoirs. De bronnen op het eiland geven het hele jaar door water.  

Landschap

De havens langs de zuidkust lig­gen aan brede baaien. Vroeger was het eiland dicht bebost; maar door bos­branden, houtkap en daaropvolgende erosie is daar veel van ver­loren gegaan. Mede door nieuwe aanplant was Cyprus in 2002 voor 17% bedekt met bos; het meeste in de Troödosber­gen. Ka­rakteristieke boomsoorten daar zijn Aleppo pijnbomen, ceders en de struikachtige hulsteik (familie van de beuk) en gouden eik. Langs de zuid en west­hellingen van de Troödosbergen zijn veel wijngaarden. Verder kent men een struikachtige me­diterrane vegetatie met soorten als zonneroosje, terebint of terpentijnboom, acacia, euca­lyptus en tijm. Ook Johan­nesbrood­bomen (de bron van carob, het chocoladesurrogaat dat bijv in biologische winkels te koop is) komen op het eiland voor. In de dalen zijn cipressen, po­pulie­ren en gaarden van citrusvruchten en olijfbomen. Langs de kust groeien ook palmbomen en agaven. De m.n in herfst en winter bloeiende Cyprus cyclaam is op veel plaatsen buiten de Mesaoria te vinden. Tussen februari en mei is het eiland één grote bloemenzee, maar door de lange droge en hete zomers is het in de nazomer en vroege herfst op veel plaatsen een dorre boel.

Natuurlijke rijkdom en risico’s

Ruim 45% van het grondoppervlak is in gebruik voor landbouw en op 3% liggen (zout)moerassen en water­reservoirs. Op de rest liggen naast bos (17%) woeste gron­den (31%). In 2000 werd volgens Eurostat 2,5% in beslag ge­nomen door wegen en bebouwing. Volgens het CIA worldfactbook was in 2005 10,8% van het oppervlak in gebruik voor landbouw en 4,3% voor tuinbouw. Moeflons (een wild schaap), hazen en vleermuizen zijn de belangrijkste inheemse zoog­dieren. Cyprus is een broedplaats voor zeeschildpadden en een pleisterplaats voor trekvogels. De inheemse patrijzen, houtduiven, tortelduiven en kwartels worden als een lekkernij be­schouwd en zijn voor veel Cyprioten belangrijk als jachtbuit. Eén op de vier volwassen mannen is een enthousiast jager en velen onder hen zijn als zodanig geneigd om te schieten op alles wat vliegt. Het jagen wordt via vergunningen, quota, jachtsei­zoenen, nationale parken en wildreservaten aan strenge regels gebonden om het uitsterven van inheemse soorten en het decimeren van doortrekkers te voorkomen. Bij een enquête in 2004 verklaarde 90% van de Cyprioten zich tegen illegale jacht. Voor het leven van de ongeveer 10.000 flamingo’s, die in de buurt van de zoutmeertjes vertoeven, hoeft überhaupt niet te worden gevreesd omdat ze een toeristische trekpleister zijn gaan vormen.

Havikarend, torenvalk en kerkuil zijn belangrijke roofvogels en enkele an­dere kenmerkende diersoorten zijn hagedissen en kameleons. Zoetwatervissen op het eiland komen alleen voor in drinkwaterreservoirs en dicht langs de kust is sprake van overbevissing. In 2003 was volgens Earthtrends 8,3% van het grondoppervlak beschermd na­tuurgebied (Europa 8,4%). Tussen 1992 en 2002 telde men op en rond het eiland aan soortenrijkdom 1672 hogere plan­ten­soor­ten (1 bedreigd), 21 soorten zoogdieren (3 bedreigd), 365 vogelsoorten waaron­der 83 broedvogels (3 bedreigd), 30 reptielen (3 bedreigd), 1 amfibieënsoort en 72 vis­soorten (1 bedreigd). Delfstoffen en hulpbronnen die worden geëxploi­teerd zijn pyriet, asbest, gips, zout, marmer, klei pigment, hout en wat koper. De meest voorkomende natuurlijke risico’s vormen aardbevin­gen, droogte en natuurbranden

Milieu

Volgens het CIA worldfactbook vormden watergebrek, verzilting (m.n in het noorden), watervervuiling door rioleringen en afvaldumping, achteruitgang van de kust en verlies van natuurlijke leefgebieden door bewoning en toerisme in 2008 de belangrijkste milieuproblemen. Men is begonnen met de aanleg van ontziltingsinstallaties om uit zeewater drinkwater te maken. Op de EPI (Environmental Performance Index) 2008, die de milieubeleid prestaties van 149 landen rangschikt op 25 indicatoren op de 5 beleidsterreinen luchtvervuiling, watervervuiling, biodiversiteit en leefmilieu, natuurlijke hulpbronnen en klimaatverandering stond Cyprus 52e in de wereldrangschikking van 149 landen en 20e in de rangschikking van de 27 EU landen. Emissie bij elektriciteitopwekking en biodiversiteit en leefmilieu (m.n het beheer van beschermde natuurgebieden en de afwezigheid van beschermd zeegebied) sprongen er in negatieve zin uit. In 2007 dekten beschermde natuurgebieden slechts 25% van de landelijk aanwezige soorten (laagste Eu, Eu 84%). Het aandeel energie uit hernieuwbare bron was volgens Eurostat toen nog nihil (EU27 15,5% in 2007). In 2010 zou het op 6% moeten liggen (EU27: 21%). Wel ziet men veel zonnecollectoren voor zonneboilers en het deel van het huisvuil dat werd gerecycled steeg tussen 2000 en 2006 van 10 naar 12%. De uitstoot van luchtvervuilers nam flink af, maar de emissie van broeikasgassen steeg in deze periode. Ook de milieu-uitgaven van de overheid waren tussen 2000 en 2004 vrijwel afwezig (EU15 jaarlijks 0,7%). In 2007 ervoeren Cyprioten naar EU27, NL en Belgische maatstaven relatief weinig milieuproblemen in hun woonomgeving (bron EQLS 2007). De score op groenvoorzieningen en waterkwaliteit hield niet over, maar het deel dat last had van zwerfvuil was het kleinst binnen de EU.

De Cyprioten staan naar EU maatstaven gematigd positief tegenover milieubeheer. Begin 2005 lag qua milieuwaarden het volksdeel dat het doorgeven van een gezond milieu aan de volgende generatie erg belangrijk vond iets boven de EU25 normaal (82%, EU 79%; bron Eurobarometer 225 wave 63.1). Verder vond 14% (EU 18%) het gewoon belangrijk en het segmentje dat het niet belangrijk vond lag op 3% (EU 1%). Het volksdeel dat de stelling onderschreef dat we de plicht hebben om de natuur te beschermen, zelfs als dat beperking van de menselijke vooruitgang zou inhouden lag boven de EU normaal (94%, EU 89%, NL 90%), maar het deel dat vond dat we de natuur mogen exploiteren ten bate van het menselijk welzijn lag daar ook iets boven (53 om 43%; NL 56%). Ook vermoedden relatief velen dat het laatste in het kader van de menselijke vooruitgang wel eens onvermijdelijk zou kunnen zijn (62 om 51%, NL ook 62%). Eind 2006 was het gedeelte Cyprioten dat het milieu onder de 3 grootste punten van zorg rangschikte klein naar Eu maatstaf (8 om 13%) evenals het deel dat dit vond voor de komende generatie (12 om 24%; Eurobarometer 273 wave 66.3).