Locatie en nationale symbolen

Locatie en naam

België (49.30-51.30 gr NB: 2.33-6.24 gr OL, Lijst; hoofdstad Brussel) beslaat met 30.528 km² driekwart van het oppervlak van Nederland (NL) en is daarmee het op 4 na kleinste EU land (Lijst). De hoofdstad Brussel is naast o.m. landelijke regeringszetel het bestuurlijk centrum van de EU. Eurostat kwam voor 2015 voor België tot 11,3 miljoen inwoners en in die zin kan het land opgevat worden als middelgroot (8 van de 28 EU landen meer). Met een bevolkingsdichtheid van 369 per km² in 2013 zijn alleen Malta en NL dichter bevolkt. België kan gevonden worden op het West-Europese vasteland aan de Noordzee ten zuiden van NL en ten noorden van Frankrijk. De van noordoost naar zuidwest lopende Noordzeekust aan de westkant is 67 km lang (met de haven van Zeebrugge er bij 72km), maar aan de oostkant meet het land van noord naar zuid zo’n 200 km. In vogelvlucht is België van west naar oost rond 250 km breed. Net als elders in de EU hanteert men een territoriale zone van 12 zeemijl (21 km) uit de kust. In 1989 is vastgesteld dat Nil-Saint-Vincent precies in het midden van het land ligt.

Van het noordwesten uit deelt België met de wijzers van de klok mee grillig verlopende landsgrenzen (1380km; List) met NL in het noorden (450 km), Duitsland in het oosten (162 km), Luxemburg in het zuidoosten (148 km) en Frankrijk in het zuidwesten (620 km). Met de kust er bij komt de totale grenslengte op 1445 km. België bezit ook stukjes gebied buiten de rijksgrens (exclaves). Vlak over de grens met het Nederlandse Noord-Brabant liggen er 22 in Baarle (7,5 km²) die ontstonden in de middeleeuwen. In de 19e en 20e eeuw waren dit smokkelnesten, maar nu vormen ze geen bron van conflict meer. Minder bekend in NL is dat België over de Duitse grens ook beschikt over enkele km² exclave (afgesneden door een voormalige spoorlijn). In 2012 is via politieke keuzes in NL een eind gekomen aan irritaties in België rond het aan de natuur terug geven van de Hedwigepolder bij de Belgische grens ter compensatie van natuurverlies door het uitbaggeren van de Westerschelde. Antwerpen, de be­langrijkste havenstad, ligt niet ver daar vandaan aan de rivier de Schelde, het verlengde van de Westerschelde.

De naam België is ontleend aan de Romeinse provincie Gallia Belgica, het noordelijke deel van Gallië dat Julius Caesar liet vernoemen naar de lokale Keltische stam van de Belgae (die overigens voorkwamen tot in zuidoost Engeland). De provincie besloeg het huidige NL ten zuiden van de grote rivieren, noord Frankrijk, Luxemburg en het aangrenzende deel van Duitsland tot aan de Rijn. De Belgae stonden (met meer Galliërs) bekend als opgewonden standjes en hun naam zou naar verluidt gekoppeld zijn aan het indo Europese (en latere Keltische) stamwoord belgen voor opzwellen. Volgens een 7e eeuwse kerkvader zou het gebied vernoemd zijn naar de fantasy” stad Belgis op de plek van het huidige Bavay op de Frans Belgische grens, maar humanisten uit de 15e en 16e eeuw verkozen de Romeinse duiding. In de eerste helft van de 80jarige oorlog (1568-1609) werden de namen Belgium en Nederlandt voor het grondgebied van de lage landen door elkaar gebruikt en dat bleef zo tot kort na de Franse tijd (1795-1813). Na de 80jarige oorlog raakte voor het deel ten noorden van de grote rivieren (de overwegend Calvinistische republiek der 7 verenigde Nederlanden) in het buitenland de naam “Belgium Foederatum” in gebruik en voor het deel ten zuiden daarvan, dat onder Spaans en Oostenrijks bestuur rooms bleef (het België van nu), de naam Belgium Regium. Pas vanaf 1830 (na de Belgische opstand die uitmondde in onafhankelijkheid van België van NL) werden de namen Nederland/ Holland en België consequent van elkaar gescheiden (benamingen). Officieel heet het land Koninkrijk België en op zijn Frans Royaume de Belgique, want België is überhaupt tweetalig en in wezen zelfs drietalig.

Administratieve indeling

België kent een taalgrens tussen Nederlandstalig en Franstalig gebied. Deze ontstond al vanaf eind 3e eeuw, maar sinds het land in 1830 zelfstandig werd is ze via veel heisa (m.n. de taalstrijd) van grote invloed geweest op de administratieve indeling. Rond 1962 is de taalgrens formeel vastgelegd. Ten noorden ervan “klapt” (spreekt) men Vlaams en is de officiële taal Nederlands en ten zuiden ervan vigeren Waalse dialecten met Frans als officiële voertaal (de Nederlandse en de Franse taalgemeenschap). De taalgrens loopt vanaf 60 km uit de kust langs de Franse grens pal naar het oosten toe. Vlak ten zuiden van Maastricht raakt ze de Nederlandse grens, maar even verder naar het oosten volgt weer een kleine Vlaamse enclave (de Voerstreek) met veel Franstaligen. In de Voerstreek laait al sinds 1962 de taalstrijd nu en dan op. België kent als erfenis van de vrede van Versailles na de 1e wereldoorlog in 1919 ook een Duitstalige gemeenschap. Duitsland moest toen een stukje van zijn grondgebied aan België afstaan als goedmaker. Dit begint bij het drielandenpunt en beslaat vervolgens een 60 km lange strook van noord naar zuid langs de Duitse grens tot aan de noordgrens van Luxemburg. Deze strook loopt globaal gezien geleidelijk in breedte op van 1 à 2 km tot zo’n 20 km langs de Luxemburgse noordgrens. Brussel wordt beschouwd als hoofdstad van zowel heel België als van Vlaanderen en van de Franstalige gemeenschap. Namen geldt als hoofdstad van Wallonië en Eupen als hoofdstad van de Duitstalige gemeenschap.

Na 1830 ontwikkelde België zich van eenheidsstaat tot bondsstaat. Omdat de taalstrijd hieraan ten grondslag lag is het land wel betiteld als bipolaire confederatie. Zo kreeg men de ingewikkeldste bestuurlijke indeling binnen de EU met 6 verschillende parlementen en regeringen; nog buiten de overheden van provincies, arrondissementen & gemeenten. De federale overheid met regering & parlement te Brussel gaat m.n. over defensie, buitenlands beleid, openbare orde en economische, financiële en sociale zaken van het land als geheel. De bovenste decentrale laag wordt gevormd door 3 gewestelijke overheden en 3 gemeenschappen. De gewesten zijn het Vlaamse, Waalse en Brusselse hoofdstedelijke gewest. Hun regering & parlement gaan over zaken die aan grondgebied zijn gerelateerd als toezicht op provincies & gemeenten, milieu, ruimtelijke ordening, landbouw, energie, huisvesting, openbare werken, vervoer en werk, maar bijv. ook gewestelijke economie en relaties met het buitenland. De Vlaamse regering noemt haar wetten decreten om ze te onderscheiden van federale wetten. De 3 gewesten vallen niet samen met de 3 officiële voertaalgemeenschappen. Regering & parlement (nu betiteld als volksraad) daarvan zijn bevoegd over zaken die mensen betreffen als onderwijs, welzijn, sport, cultuur en media. Het betreft de Nederlandstalige Vlaamse met 6,7 miljoen inwoners (ca. 60% van de bevolking), de Franstalige Waalse (4,5m; ruim 39%) en de Duitstalige gemeenschap (76.000; 0.7%). Vlaamse gemeenschap en gewest delen in Brussel (dat ook wordt beschouwd als Vlaamse hoofdstad) een parlement & regering, maar het Waalse gewest en de Franstalige gemeenschap hebben gescheiden overheden. Die van het Waalse gewest zetelt in Namen en die van de Franse gemeenschap in Brussel. Daar heeft het Brussels hoofdstedelijk gewest ook haar parlement & regering. Voor de Duitse gemeenschap is Eupen hoofdstad en regering & parlementszetel.

In het huidige tijdsgewricht telt België 10 provincies, 5 in het Vlaamse gewest en 5 in het Waalse gewest. Ze resteren nog van de tijd dat België en NL één land waren. De organisatie is functioneel vergelijkbaar met die in NL met een provincieraad, deputatie (dagelijks bestuur) en gouverneur (commissaris van de Koning in NL). De taken van de provincies zijn vaag omschreven en relatief onbelangrijk. Ze zijn bedoeld als brug tussen federale & gewestelijke overheid enerzijds en gemeenten anderzijds. De Vlaamse provincies zijn van west naar oost West-Vlaanderen met Brugge als hoofdstad, Oost-Vlaanderen met Gent, Antwerpen met Antwerpen, Vlaams Brabant rondom het Brusselse gewest met Leuven en Belgisch Limburg met Hasselt en die van het Waalse gewest (eveneens van west naar oost) Henegouwen (Hainaut) met Bergen (Mons), Waals Brabant (Brabant Wallon) met Waver (Wavre), Namen (Namur) ten zuiden ervan met de gelijknamige hoofdstad, Luik (Liège/ Lüttich) met de eveneens gelijknamige hoofdstad en zuidelijk daarvan (Belgisch) Luxemburg (Luxembourg) met hoofdplaats Aarlen (Arlon). Het Brussels gewest kent geen provincies, maar wel een gouverneur. De provincies zijn op hun beurt verdeeld in bestuurlijke arrondissementen (43, waarvan 22 Vlaams) met ieder ook weer een commissaris met als taakgebieden zorg voor veiligheid & bevolking en her en der tevens toezicht op taalgebruik in bestuurszaken. Het land kent ook 12 gerechtelijke arrondissementen en een aantal kiesarrondissementen. In Vlaanderen vallen die veelal samen met provincies, maar Wallonië telt er meestal meer per provincie.

In 1831 telde België nog 2739 gemeenten, maar sinds 1975 zijn het er 589 waarvan 308 Vlaams, 262 Waals en 19 in het Brussels gewest. Gemeenten zijn autonoom op alles wat buiten bevoegdheden van hogere overheden valt, maar staan wel onder controle van federale overheid, gewesten, gemeenschappen en provincies. Gewesten benoemen een burgemeester uit de gemeenteraad voor 6 jaar en bijv. in 2006 stelde het Vlaams gewestelijk parlement een nieuw gemeentedecreet in. Gemeenten worden bijgestaan door adviesraden. Analoog aan de situatie in NL kennen gemeenten een gemeenteraad en een college van burgemeester en schepenen (B&W in NL). De raad telt, afhankelijk van de grootte, 7 tot 55 leden en kiest de schepenen. De burgemeester is in Vlaanderen niet perse voorzitter. Een (gemeente)verordening heet in België een reglement.

Nationale symbolen

Via National symbols by nation is het nodige te vinden over dit onderwerp. Belgen zijn m.n. nationalistisch voor zover het hun taalgemeenschap betreft. In het tijdsgewricht van nu geldt dat het sterkst voor Vlamingen en andersom dan zo’n 150 jaar geleden heeft Vlaams nationalisme nu meer invloed dan de Waalse evenknie. Daarom volgen hier na de federale nationale symbolen de symbolen van de gemeenschappen. Het federale wapen van koninkrijk België werd op 17 maart 1837 bij koninklijk decreet officieel en het kent zoals meer wapens een grote, midden en kleine variant (de laatste staat op het paspoort en op sites & drukwerk van de overheid). De basis ervan is het historische wapen van het (Nederlandse, Vlaamse en Waalse) hertogdom Brabant, de belangrijkste provincie ten tijde van de Habsburgse Nederlanden waar het huidige België altijd onder viel. Dit toont in termen van de heraldiek “een leeuw van goud, genageld en getongd van keel, op een veld van sabel”. Het huidige wapen van België kent als schildhouders van dit wapen 2 aanziende leeuwen die het schild en een lans met de vlag van België in top vasthouden. Onderaan het schild hangt de Leopoldsorde (’s lands hoogste decoratie; het land kent heel wat onderscheidingen: List) en als verwijzing naar de vereniging der 9 provincies (1.1) de nationale leuze ‘l union fait la force’ (eendracht maakt macht) in gouden letters op rood. Het wapen is bedekt met een hermelijnen mantel die voor het koningshuis staat en gekroond met de koningskroon van België. Boven de kroon staat wederom het wapen van Brabant, met op de beide flanken 4 van de andere 8 originele provincies. Bij het kleine wapen ontbreekt o.m. de lansen met vlag, mantel en provinciewapens.

Monarchen worden in België niet gekroond en zodoende kent men er geen kroonjuwelen.

In 1789, vlak voor de Napoleontische tijd, kwamen de Belgen in opstand tegen de heersende Oostenrijkse Habsburgers (de Brabantse omwenteling die kort resulteerde in de Verenigde Staten van België). Daarbij voerden ze de Brabantse driekleur (rood zwart geel in horizontale banen) als (federale) vlag. Deze 3 kleuren in het Brabantse wapen kwamen gelijk overeen met rode wapenleeuwen in Limburg, Henegouwen en Luxemburg; de gele leeuw van Brabant en de zwarte leeuw van Namen en Vlaanderen. Toen de Belgen in 1830 in opstand kwamen tegen het Nederlandse gezag kwamen advocaat Lucien Jottrand en journalist Edouard Ducpétiaux op de proppen met een horizontaal rood geel zwarte variant nadat Francofiele opstandelingen de Franse vlag uithingen (men vreesde dat de Fransen dat wellicht als uitnodiging zagen vervanger van NL te worden). Nadat afscheiding van België door de Europese grootmachten was erkend werd op 23 januari 1831 door het Nationaal congres in de grondwet opgenomen dat het nationale dundoek een rood geel zwarte driekleur dient te zijn, daarbij in het midden latend of deze horizontaal dan wel verticaal was verdeeld (het geel in de Belgische vlag is altijd goudgeel geweest). Aanvankelijk werden beide varianten door elkaar gebruikt, maar rond okt. 1831 had de vlag met verticale banen met de zwarte baan aan de stokkant het pleit wel ongeveer gewonnen; naar verluidt om zich via de vlag als natie duidelijker te onderscheiden van NL (horizontale driekleur) dan van Frankrijk (verticaal). Officieel is de Belgische vlag bijna vierkant (lengtebreedte  verhouding 13:15), maar ook bij overheden werden vlaggen in de meer gebruikelijke verhouding van 2 op 3 beeldbepalend. Buiten de landsvlag kent België sinds 1950 een staatsvlag (een 2 op 3 landsvlag met in het midden een Brabantse leeuw met kroon), een plezierjachtenvlag (landsvlag met kroontje bovenin de zwarte baan), een 2tal koninklijke standaarden en een vlag voor ieder van de 3 krijgsmachtonderdelen (list). De federale vlag van België kan m.n. verward worden met de vlag van Roemenië of Tsjaad, maar deze zijn verticaal donkerblauw goudgeel rood met donkerblauw (i.p.v. zwart) aan de stokkant.

In 1990 en 1991 kregen wapen en vlag van gemeenschappen federaal een officiële status. Beide volkssymbolen zijn bij de gemeenschappen vrijwel identiek. De Vlaamse en Waalse gemeenschap tillen er zwaarder aan dan de Duitstalige equivalent. Het wapen van het historische graafschap Vlaanderen (862-1795) ligt thans ten grondslag aan officiële wapen en dito vlag van de Vlaamse gemeenschap. Het toont de Vlaamse Leeuw, een zwarte leeuw op goudkleurige (in de vlag goudgele) achtergrond. De leeuw is ontleend aan een ruiterzegel van 12e eeuwse graaf Filips van de Elzas. De vlag staat bekend als Vlaamse leeuw of leeuwenvlag en is sinds 1985 officieel in de gemeenschap. De rode haan op geel van vlag en wapen van Wallonië is gebaseerd op een combinatie van de Franse haan en de geschiedenis van het vorstendom Luik. De vlag staat bekend als Waalse haan en is ontworpen in 1913 door Pierre Paulus, sociaal bewogen kunstenaar van adel. Beide zijn in 1991 door de Franse gemeenschap in de armen gesloten en in 1998 officieel erkend door het Waalse parlement. Sinds 9 januari 2015 toont de vlag van het Brussels hoofdstedelijk gewest een gestileerde gele lis met een grijs hartje op blauwe achtergrond. Deze keert tezamen met de Vlaamse/ Waalse vlag terug in de vlag van de Vlaamse en Franse gemeenschap binnen dit gewest. Wapen en vlag van de Duitstalige gemeenschap (sinds 1990 officieel) tonen een rode haan omringd door 9 Bosvergeet-mij-nietjes (symbool voor de 9 gemeenten in de gemeenschap, uitleg).

In de vlaginstructie kent men voor officiële bevlagging (bijv. van openbare gebouwen) een volgorde van voorrang met de Belgische vlag op plek 1, gevolgd door de vlag van gemeenschap, EU, provincie en gemeente. De belangrijkste vlag hoort in het midden. Aan overheidsgebouwen (incl. bijv. alle onderwijsinstellingen) hing tot in mei 2015 de federale vlag altijd uit (in Vlaanderen samen met de Vlaamse vlag), maar nadien is de federale verplichting beperkt tot officiële feestdagen. De Vlaamse instructie stelt een Vlaamse vlag verplicht zodra ergens (officieel of niet) een Belgische en een Europese vlag worden gehesen. Op officiële dagen hangen in de praktijk de federale, gewestelijk en EU vlag veelal samen uit, maar welke vlaggen officieel verplicht zijn hangt af van het type dag. Bij speciale gebeurtenissen (bijv. huwelijk, kroning of overlijden van een lid van het koninklijk huis of officieel bezoek van een buitenlands staatshoofd) volgen speciale instructies. België kent geen dodenherdenking zoals NL, maar op 17 febr. (speciale dag ter nagedachtenis van overleden leden koninklijk huis) hangt de vlag elk jaar halfstok. Burgers zijn vrij om officiële vlaggen naar believen uit te hangen.

In België voeren ook provincies en gemeenten officieel een eigen wapen en vlag. In de wapens van alle provincies zitten leeuwen en in vlaggen van de meeste provincies ook. In gemeentelijke wapens en vlaggen is de variatie beduidend groter.

De titel van het Belgische volkslied “de Brabançonne”, vormt bij de nationale symbolen in feite de oudste verwijzing naar het voormalige hertogdom Brabant. Deze landshymne stamt uit 1830 en was er dus al voor het wapen. In sept. 1830, een maand na het begin van de Belgische revolutie tegen het door grootmachten opgelegde Nederlandse bewind, dook het lied voor het eerst op. De revolutie werd op gang gebracht door Franstaligen en de tekst was dan ook in het Frans. De overlevering wil dat de eerste versie werd geschreven in het Brusselse café “l’aigle d’or” door toneelspeler Jenneval (van de lokale Muntschouwburg waar de revolutie begon) en Constantin Rodenbach (van een oude bierbrouwerfamilie). Mederevolutionair en operazanger François van Campenhout componeerde de muziek met 2 populaire melodietjes als voorbeeld. De tekst is een paar keer gewijzigd. In 1860 werd de Brabançonne officieel volkslied nadat de inhoud was gekuist van al te anti-Nederlandse elementen. In 1938 is een Nederlandstalige tekst goedgekeurd en later kwamen er een Duitstalige, een Waalse en zelfs een 3talige variant bij. Normaal wordt de hymne uitgevoerd in marstempo, maar voor herdenkingen of begrafenissen vigeert een zachtere en tragere versie. Brussel herbergt een monument voor martelaar van de revolutie Jenneval en één voor de Brabançonne zelf. Sinds 1985 vormen de eerste 2 coupletten van De Vlaamse Leeuw officieel het Vlaamse volkslied. De hymne met tekst van toneelschrijver Hippoliet van Peene en muziek van Karel Myri dateert van juli 1847 en kent de historische roman “De leeuw van Vlaanderen” van Hendrik Conscience over de Guldensporenslag van 1302 als inspiratiebron. Bij die gelegenheid hakten Vlamingen de crème de la crème van het Franse leger in de pan. In 1998 werd de Franstalige versie van “Le Chant des Wallons” officieel Waals volkslied. In 1900 is de hymne, een loflied op de Walen en hun verrichtingen, geschreven in het Waals door Théophile Bovy en ze is een jaar later op muziek gezet door Louis Hillier.

Anders dan in Nederland hebben Belgische provincies geen officieel eigen volkslied. Wel zien alle Limburgers (in zowel NL als België) het Limburgs volkslied als het hunne.

In België is 21 juli officiële nationale feestdag omdat op die datum in 1831 de eerste koning der Belgen Leopold I de eed aflegde. Sinds 1922 geldt ook in België 11 november (wapenstilstandsdag; herdenking eind eerste wereldoorlog) als nationale feestdag, maar deze dag wordt in meer landen gevierd. Ook de gemeenschappen hebben ieder hun feestdag. Bij de Vlaamse gemeenschap is dat sinds 1973 op 11 juli, de datum van de Guldensporenslag van 1302. Sinds 1975 is 27 sept. de dag van de Franse gemeenschap vanwege de verdrijving van de Nederlanders uit het Warandepark in Brussel in 1830. Ook kent het Waalse gewest (officieel in 1998) een drukbezochte folkloristische feestdag op de 3e zondag van sept. in de Waalse hoofdstad Namen ter herdenking van de Waalse deelname aan de Belgische revolutie van 1830. De Duitstalige gemeenschap gedenkt sinds 1990 haar ontstaan na de vrede van Versailles (15 november 1919) met concerten. Het is dan tevens Belgische koningsdag omdat het de naamdag is voor Leopold en men zal dat in deze taalgemeenschap bij navraag eerder aanvoeren als aanleiding.

Via National symbols en Lists zijn andere nationale symbolen van landen te achterhalen. Onder de menselijke symbolen kwam Alexandre Jamar (1821-1888) in een nationale biografie met vrouwe Belgica op de proppen, maar weinig Belgen zijn zich van deze personificatie thans bewust. Wel spelen in België als land met een roomse historie en identiteit patroonheiligen een grotere rol dan in Nederland. Als landelijke patroonheilige geldt St. Jozef met vanouds St. Willibrord als Vlaams equivalent. Waldetrudis van Mons (Bergen) geldt ook als patroon van Henegouwen en verder zijn er de nodige lokale patroonheiligen. Ook kent men (al dan niet historische) volkshelden. De Belgen kozen Ambiorix, rond 55 na Chr. opstandelingenleider tegen de Romeinen, als eigen held en vervanger voor de Bataven waar Hollanders voordien mee aankwamen. In 1866 kreeg hij een standbeeld in Tongeren in bijzijn van koning Leopold II die nationale symbolen een warm hart toedroeg, plannen had voor een aanval op NL en hoofdverantwoordelijke werd voor een koloniale genocide in Kongo. Ambiorix keerde bij de Vlamingen terug op plek 4 bij de TV verkiezing van de Grootste Belg in 2005. Daarbij vielen de verschillen tussen Vlamingen en Walen op, maar bij beide gemeenschappen eindigden missionaris Pater Damiaan, zanger Jacques Brel en wielrenner Eddy Merckx (wielrennen kan als nationale sport worden gezien) in de top10. Eerder vermelde roman “De leeuw van Vlaanderen” van Hendrik Conscience geldt voor de Vlamingen als volksepos. Als nationale poëten gelden voor België Emile Verhaeren en Nobelprijswinnaar Maurice Maeterlinck (beide schreven in het Frans) en voor Vlaanderen Guido Gezelle. Zoals ook uit het voorgaande valt op te maken is ook voor België de leeuw een nationaal en gewestelijk diersymbool. De torenvalk kent een officiële status als nationale vogel. Het enige plantsymbool is als bloem de rode klaproos. Voorbeelden van andere symbolen zijn de kleur rood (het nationale voetbalteam heet de rode duivels), de gerechten frites met mossels & sla en Belgische wafels en de dranken bier, jenever (naar verluidt) en Spa. Als klederdracht  vermeld de Engelstalige wikipedia voor m.n. Wallonië de blauwe kiel (Sårot).

België heeft geen officieel nationaal monument, maar het bekendste beeldje van België, Manneken Pis (Frans: Petit Julien) op de Grote Markt in Brussel kan behalve als symbool van Brussel ook gezien worden als nationaal symbool. Het dateert van 1619 en is 58cm hoog. Kostuumpjes die toeristen mee­brachten om het manneke (uiteraard met behoud van identiteit) van kleding te voorzien zijn vlakbij uitgestald in het broodhuis. In 2005 waren het er al meer dan 750. Minder bekend is dat naast een Jeanneke Pis (binnen loopafstand van manneken pis) België in 5 plaatsen een equivalent kent (waarvan nog 1 van vrouwelijke kunne). Omdat het vroegste bestaan van een dergelijk beeldje in Brussel (1388) niet hard te maken is geldt het origineel van Geraardsbergen (met een eigen broederschap) vooralsnog als oudste (1459). Wel staat thans in beide plaatsen buiten een replica. Afgezien daarvan is Brussel ook de facto hoofdstad van de EU.