Sport

Breedtesport

De Belgische overheidsuitgaven voor sport liggen op ruim 1% van het BNP. Van de Belgische baron en IOC oprichter Pierre de Coubertain komt de uitspraak “meedoen is belangrijker dan winnen”. Het BOIC (Belgisch Olympisch Comité) is de overkoepelende landelijke organisatie voor 81 sportfederaties, 20.000 sport­clubs en 1,5 miljoen sportbeoefenaren in België. De BOIC website kent geen lijst met ledenaantallen van de afzonderlijke bonden. In 2004 deed 43% van de Belgen (+10% t.o.v 2003) minstens eens per week aan sport (EU25 38%, +3%; NL52%, +9%) en 36% nooit, allemaal vanuit het motief dat ze geen tijd hadden (EU 40%; NL 31% nooit; bron: ebs213/vague 62.0 van de Europese commissie; NIS website onder samenleving/ sport). Volgens Eurobarometer 246, wave 64.3 steeg het gemiddelde aantal dagen p/w waarop Belgen zich fysiek flink inspanden tussen 2002 en 2005 van 1,2 naar 1,7 (grootste stijging binnen de EU15; EU van 1,4 naar 1,6 dagen). De doorsnee duur van de inspanning op die dagen lag rond het Eu gemiddelde (93 min). Het volksdeel dat zich nooit zwaar fysiek inspande zakte van 64 naar 42% (EU van 68 naar 46%). Het lijstje dat nu komt geeft inzicht in motieven van beoefenaars in 2004 in België, Nederland en de EU25 om wel aan sport te doen en in de verandering ten opzichte van 2003 (+/-).

Reden om aan sport te doen

België

Nederland

EU25

%

+/-

%

+/-

%

+/-

Gezondheid

78

+3

85

0

78

-2

Ontspanning

67

+4

73

-6

43

-5

Fysieke ontwikkeling

43

-5

37

-12

46

-1

Plezier

38

-10

57

-10

39

-8

Met vrienden zijn

38

-4

39

-6

31

-8

Nieuwe contacten

33

-1

28

-8

19

-6

Meer zelfvertrouwen

26

+6

21

-7

24

-2

Competitiegeest

20

-1

13

-4

15

0

Nieuwe vaardigheden

19

+1

17

-8

16

-4

Persoonlijkheidsvorming

18

+3

18

-2

15

+1

Doelen halen

17

0

17

-6

18

-3

Andere culturen ontmoeten

13

+1

9

-4

10

-2

Benadeelden integreren

13

+3

11

+1

10

-1

Het volgende lijstje geeft inzicht in de hiërarchie van waarden waarvan beoefenaars in 2004 in België, Nederland en de EU25 vonden dat ze door sport worden gestimuleerd, tezamen met de verandering ten opzichte van 2003 (+/-).

Waarde die door sport wordt gestimuleerd

België

Nederland

EU25

%

+/-

%

+/-

%

+/-

Teamgeest

53

-3

61

-2

52

-10

Discipline

48

+1

52

-2

46

-1

Inzet

45

-8

50

-14

36

-7

Vriendschap

44

-2

43

-4

38

-4

Fair play (eerlijk spel)

39

-1

17

-3

32

-3

Respect voor anderen

37

+5

44

+8

32

-2

Zelfbeheersing

35

-2

33

-4

44

-4

Respect voor regels

32

-5

39

-2

31

-4

Tolerantie

31

+3

23

-5

26

-4

Solidariteit

26

+1

21

-6

18

-2

Gelijkheid manvrouw

19

+2

18

-7

15

-1

Wederzijds begrip

15

-2

21

-2

15

-4

De actieve sportdeelname nam in België tussen 1998 en 2000 toe van 67 naar 73% van de bevolking (NIS). Het sterkst aan populariteit wonnen fietsen (van 20 naar 31%; m.n door de groeiende belangstelling voor mountainbiken in Wallonië) en zwemmen (van 16 naar 23%). Het joggen was enigszins op zijn retour (van 14 naar 12%). Fanatieke sportbeoefening (minstens 4 uur per week flink trainen) vindt het meest plaats onder mannen van de leeftijdsgroep tussen 15 en 25 jaar (34%). In 1997 telde de categorie fanatieke beoefenaars in België 3½ keer zoveel mannen dan vrouwen. Van de bevolking tussen 15 tot 75 doet rond 45% actief aan re­creatiesport. Hoger opgeleiden en hogere inkomensgroepen doen het meest aan li­chaamsbeweging. De onderstaande tabel laat de verschillen tussen Vlamingen en Walen zien in 2000 qua volgorde van voorkeuren (in procenten van de bevol­kingsgroep die de betreffende sport beoefende: bron NIS/BOIC).

Vlamingen

%

Walen

%

Fietsen

39

Zwemmen

26

Zwemmen

21

Voetbal

21

Wandelen

20

Wandelen

20

Fitness

17

Fietsen

19

Voetbal

9

Joggen

16

Joggen

9

Fitness

13

Tennis

8

Turnen

12

Mini en zaalvoetbal

5

Tennis

9

Basketbal

5

Vechtsporten

4

Atletiek

4

Paardensport

4

Wielerwedstrijden, races en crossen van auto’s, motoren, fietsen of hardlopers zijn grote publiekstrekkers. Onder gemotoriseerde coureurs geniet het circuit van Francorchamps internationale bekendheid. Daar wordt jaarlijks ondermeer de grote prijs van België formule 1 verreden. In de Ardennen wordt in het winterseizoen wel aan skiën en snowboarden gedaan en gedurende het warme seizoen aan wildwatervaren en rotsklimmen. Op de meertjes daar zijn dan velen aan het zeilen, surfen en waterskiën.

Kort voor de millenniumwisseling gaf meer dan de helft van de Vlaamse gezinnen geld uit voor passieve sportbeoefening. Het meeste daarvan ging op aan consumpties tij­dens het bijwonen van sportevenementen.

Topsport

De Belg Pierre de Coubertain (1863-1937) was oprichter van het internationaal olympisch comité. De huidige voorzitter van het IOC is de Belg Jacques Rogge. Bij de Olympische spelen van 1920 in Antwerpen werd het mannenvoetbalteam (bijgenaamd de rode duivels) Olympisch kampioen. Bij de spelen van 2008 in Peking werd men 4e. Sinds het ontstaan van de wereldranglijst van de FIFA (de wereldvoetbalorganisatie) in 1993 stond het team gemiddeld 33e onder ruim 200 landen (hoogste positie 16e in januari 2003, laagste 71e in juni 2007, 46e in juli 2008). De bekendste voetbalclub van België R.S.C Anderlecht uit Brussel won in het seizoen 1982/83 de UEFA cup en tussen 1975 en 1978 2 keer de Europacup. De Belgen haalden bij de Olympische spelen t/m 2008 met 144 medailles (38 keer goud) een 29e plek in de medaillerangschikking van de ruim 155 landen die ooit eremetaal wonnen (zomerspelen 28e van ruim 150 landen, winterspelen 31e van ongeveer 50 landen). Bij de zomerspelen van 2008 won hoogspringster Tia Hellebaut) goud en het 100 meter vrouwen estafetteteam te voet won zilver. De meeste medailles werden opgehaald bij het fietsen (24, 6 keer goud) en het boogschieten (20, 11 keer goud, allemaal voor 1972) en verder bij paardensport, atletiek, schermen en judo. De meeste faam hebben Belgen verworven op de racefiets. Eddy Merckx wordt door velen beschouwd als de grootste wielrenner van de 20e eeuw. In zijn topperiode won hij alles waar hij aan deelnam; niet op tactiek maar op pure kracht. Voorbeelden van 20e eeuwse toppers in andere takken van sport zijn Raymond Ceulemans (biljarten), Paul van Himst (voetballer), Jean-Marie Pfaff (keeper), Gaston Roelants en Emiel Puttemans (lange afstandshardlopers) en Jackey Ickx (autocoureur). Tussen 2002 en 2006 behoorden de Bel­gische tennissters Kim Clijsters en Justine Henin tot de absolute wereldtop. Ook bij het WK binnenwater of zeehengelen wint vaak een Belg.

De Belg John Massis (1940-1988) maakte in de 20e eeuw furore als de man met de sterkste tanden ter wereld. Naar vertoond en verluidt kon hij met zijn tanden niet al­leen 2 treinstellen met een gezamenlijk gewicht van 112 ton voorttrekken, maar ook brommers, opstijgende luchtballonnen, helikopters en vliegtuigen tegenhouden. Min­der bekend is dat het hem slecht is vergaan nadat hij enkele tanden brak.