Sport

Voorgeschiedenis en organisatie van de sport

De websites http://goireland.about.com/ (history & culture) en Sport in Europe en het wikipedia artikel Sport in Ireland bieden veel info en links. Op sportgebied speelt de eigen Ierse identiteit een hoofdrol. Van de traditionele sporten (vaak van Keltische komaf) overtreffen hurling en Gaelic football algemeen bekende sporten in toeschouwers. Ierland heeft 1800 jaar lang (van 632 v Chr. tot rond 1170) een eigen variant gekend op de antieke Olympische spelen. De overlevering wil dat deze Tailtische Spelen (Tailteann Games) door de mythische Keltische koning Lugh werden ingesteld ter ere van zijn moeder Tailtiu (het oord Telltown in het noordoostelijke graafschap Mead is naar haar vernoemd). Ze vonden jaarlijks plaats, duurden een maand en verpieterden na de Normandische invasie. Onderdelen vormden o.m. worstelen, touwtrekken en hurling (een vrije en snelle variant op veldhockey vernoemd naar de stick, de hurley). De Ierse worstelstijlen Collar & Elbow wrestling (boord en elleboog worstelen, een soort judo) uit het oosten en Coraiocht uit het westen vallen onder de Keltische erfenis. Vechten past in de Keltische cultuur. Zo wonnen boksers de helft van het Ierse Olympische goud. Hurling bestond al rond 1300 v Chr. Wedstrijden vormden een compleet oorlogsritueel waarbij teams van meer dan 150 krijgers onder bloedstollend gekrijs en gebrul niet alleen de bal speelden, maar ook probeerden te bewerkstelligden dat het hun tegenstanders letterlijk dun door de broek liep. In de 14e en 15e eeuw was het ruige spel een tijdlang verboden. Daarna kwamen er meer regels en sinds 1904 bestaat ook een speciale vrouwenvariant (camogie). In 1924 werden de spelen tijdens de Ierse vrijstaat door de GAA (Gaelic Athletic Association) in ere hersteld, maar opnieuw door politieke omstandigheden (waaronder de intrieste Ierse burgeroorlog) verpieterden ze toen al na 8 jaar.

Nederland is de grootste leverancier van essenhout waaruit Ierse hurley sticks worden gemaakt. Inklinkende zeeklei in de Flevopolder legt de voet van essen bloot die de vorm van de sticks al heeft. In de rotsachtige bodem van Ierland gebeurt dat zelden. In 2007/08 voerde NL 600 ton onderstammetjes met boomvoet uit naar Ierland, goed voor de productie van 80.000 hurleys.

De GAA was in 1884 opgericht door 3 heren van stand om de Keltische sporttraditie in ere te houden. Men was dit edele doel dusdanig toegedaan dat sportbeoefenaren binnen het genootschap zich tussen 1930 en 1971 op straffe van  levenslange schorsing niet met niet Keltische sporten mochten inlaten (zelfs niet als toeschouwer!). Naast hurling en camogie vallen thans Keltisch voetbal (ook voor vrouwen) en handbal (Gaelic football/ handball) en rounders onder het domein van de GAA. Vermoedelijke verwijzingen naar het op rugby lijkende Gaelic football verschijnen voor het eerst in 16e en 17e eeuwse annalen. In de 19e eeuw kende elke parochie een eigen team waarvoor het zelf de regels vaststelde. Daardoor gingen meer serieus ingestelde beoefenaren over op het via de Engelse kolonisator binnen gekomen rugby. Dit bleef niet lang onopgemerkt en in 1884 maakte de GAA eenduidige regels waarop Gaelic football in Ierland volkssport nr. 1 werd (rugby bleef echter ook populair). Gaelic handball en rounders vallen thans onder de kleine sporten. De vroegste meldingen van deze sporten dateren uit de 18e eeuw. Keltisch handbal heeft niks gemeen met gewoon handbal (Ieren noemen dat Olympisch handbal). Men kaatst met de hand een bal tegen een wand (squash zonder racket dus). Rounders is een vorm van honkbal die uit Engeland stamt. De sport is in Ierland m.n. populair bij schoolmeisjes. Ook road bowling (verwant aan het Oost Nederlandse folkloristische klootschieten) valt onder de traditionele Ierse sporten. Hierbij moet een kogel ter grootte van een tennisbal (de bullet) over een 3 tot 5 km lang parcours worden gerold met zo weinig mogelijk worpen. Binnen een team treden met elke werper 2 adviseurs op. De vroegste beschrijvingen dateren uit de 17e eeuw. Tot in de 19e eeuw werd de sport ook beoefend in Scotland, Noord Engeland en Noord Amerika en recentelijk beleefde ze in Noord Amerika een comeback.

Paardensport is in Ierland erg populair, vooral vanwege het wedden. In alle dorpen en steden ziet men speciale wedkantoren. De oudste berichten over strijdwagen rennen op speciale parkoersen in Ierland (curragh, Keltisch voor paardenrenbaan) dateren uit de 3e eeuw. Begin 17e eeuw werd melding gemaakt van fokrenpaarden. Thans is, mede door gunstige belasting faciliteiten, de Ierse volbloed een begrip. Het in 1975 opgerichte Coolmore stud in Tipperary is de grootste volbloedpaarden fokkerij ter wereld. In 1727 kende de curragh vlakte bij Newbridge in het graafschap Kildare ten oosten van Dublin, haar eerste officiële race. Dit is nu de bekendste renbaan voor volbloeds. De 1e hindernisrace vond in 1752 plaats in Cork over een parcours van 7 km. Sinds 1870 is op het Faryhouse parcours in Meath (ten noorden van Kildare) de grootste jaarlijkse steeplechase; de Grand National. Ook op windhonden wordt in Ierland veel gewed. Windhondenrennen zijn vaak betiteld als paardenraces voor de arbeider. De 1e race was in 1927, de piek viel kort na de 2e wereldoorlog en na 1995 volgde een opleving. Als windhonden een jaar of 6 oud zijn gaan ze met pensioen, maar er worden er ook veel afgemaakt. Voorlopers van voetbal en rugby worden voor zover bekend in Ierland sinds de 16e eeuw gespeeld. De regels stonden toen nog niet vast. Wel was een ovale bal gebruikelijk. In 1869 was in Dublin de 1e officiële rugbywedstrijd. Rugby (rugby football) is, net als een aantal andere sporten, georganiseerd voor heel Ierland (incl. Noord-Ierland) en de sport is met ruim 100.000 wedstrijdspelers erg populair. De huidige bond IRFU werd opgericht in 1879 via fusie van 2 voorlopers. Gewoon voetbal heet in Ierland association football of soccer. De oudste voetbalbond in Ierland is de in 1911 opgerichte Ierse voetbalbond IFA. In 1921 begon de Ierse Vrijstaat haar eigen bond, de voetbalbond van Ierland FAI. Sindsdien vertegenwoordigt de IFA Noord-Ierland. Een jaar later volgde de oprichting van het Ierse Olympisch comité OCI (Olympic Council of Ireland). Het dekt net als de rugbybond heel Ierland en Noord-Ierse atleten mogen kiezen of ze voor de Ierse republiek of voor het VK uit willen komen.

Sinds 1997 kent Ierland qua organisatie een ministerie van kunst, sport en toerisme. Het ministerie bepaalt het beleid en stelt zich het vergroten en verbreden van de sportdeelname ten doel (men beseft dat hoog opgeleiden en hogere inkomensgroepen oververtegenwoordigd zijn). In 1999 richtte de overheid de Ierse sportraad ISC op als instantie om de uitvoering handen en voeten te geven. De raad houdt zich bezig met criteria en voorzieningen op het vlak van topsport en draagt zorg voor de financiering, coördinatie en versterking van sport NGO’s die zich met topsport en breedtesport bezig houden. Deze heten in de republiek nationale beheerslichamen (NGB’s). Daaronder vallen een nationaal begeleiding en trainingscentrum, een initiatief om de deelname van vrouwen te vergroten en de Federatie van Ierse sporten als vertegenwoordiger van de sportbonden. In 2010 kwam Sport in Europe op 72 erkende nationale beheerslichamen en de Federatie telde ruim 60 sportbonden. Daarvan waren er 33 aangesloten bij de OCI, waaronder een flink aantal die heel Ierland beslaan.   

Opinie over sport

In 2004 onderschreven de Ieren van 14 opgesomde voordelen van sportbeoefening 5 duidelijk vaker dan gemiddeld in de EU25 en 2 duidelijk minder vaak. Net als in de EU werden bestrijden van te dik worden (88%; EU 91%) en verbetering van de gezondheid (80 om 78%) het vaakst onderschreven. Bij het laatste item was de winst in aanhang t.o.v. een jaar eerder opvallend (+16%, EU15 +2%). Plezier (44%), onder vrienden zijn (38%), zelfrespect verhogen (29%) en nieuwe vaardigheden (23%) en competitiegeest (20%) ontwikkelen kregen onder Ieren meer aanhang dan gemiddeld. Het omgekeerde gold voor fysiek presteren cultiveren (29 om 46%) en doelen bereiken (15 om 20%; bron EB special 213/ vague 62.0). Bij 12 sociale waarden die men via sport kan ontwikkelen scoorden er eveneens 5 (teamgeest 61%, vriendschap 53%, respect voor anderen 36%, sportiviteit 38%, gelijkheid manvrouw 19%) duidelijk boven de EU standaard en 4 bleven duidelijk onder gemiddeld. Deze waren zich aan de regels houden (18% en laagste EU15; EU 31%), wederzijds begrip (10 om 15%), inzet (23 om 36%) en solidariteit (11 om 18%). Het deel dat sport een goed middel leek voor integratie van immigranten (75%) lag iets boven gemiddeld qua grootte, net als de groep die sport zag als middel om discriminatie te bestrijden (66%) of mensen bij beeldschermen vandaan te houden (87%) en de aanhang voor meer gymles op school (83%), meer samenwerking tussen onderwijs en sport (84%) en meer waardering voor sportprofessionalisme (69 om 62%).

Zomer 2006 deden opvallend veel vrouwen aan sport voor hun gezondheid (70% van de beoefenaars; m 45%; gezelligheid m 28, v 14%; competitie m 6, v 3%; prestaties opbouwen m 6, v 2%).

De competitieve op veerkracht en uitdagingen gerichte Ierse cultuur kleurt ook de visie op mogelijke nadelen van sportbeoefening. De stelling dat het voor een jongere die faalt in de sport moeilijk is om zich te herpakken in een andere activiteit kreeg dan ook relatief weinig aanhang (36%, EU 43%). Van een 10tal andere mogelijke nadelen werden overtraining (22%), discriminatie (23%) en seksueel misbruik van kinderen (39 om 29%) relatief vaak onderschreven en geldzucht/ commercie (43 om 55%, wedden op paarden en windhonden is populair) en geweld (29 om 32%; veel Ieren houden van ruige sport) tamelijk weinig. De Ieren zijn m.b.t. sportbeleid tamelijk Europees gericht (meer EU bemoeienis met EU sportgebeuren 52 om 51%, meer samenwerking tussen Europese en landelijke organisaties 68 om 63%; Europese strijd tegen doping 82 om 80%, EU stimulering van de link onderwijs sport 66 om 65%, Europese promotie van ethische en sociale waarden van sport 65 om 59% en opname sport in de EU grondwet 70 om 62%). Wel verloor de Europese gerichtheid t.o.v. een jaar eerder relatief veel terrein.

Breedtesport en bewegen

Het quarterly national household survey van het Ierse CBS CSO over het 3e kwartaal van 2006 had sport als thema. Men kwam op een sportdeelname van bijna 63% van de 15plussers (vrouwen 64%, mannen 61%, 2,1 miljoen in getal). Van hen deed de grote meerderheid (69%) dat buiten georganiseerd verband en 15,5% deed aan competities en wedstrijden mee. Bij deze groep waren Gaelic football (23%), gewoon voetbal (17%) en golf (21%) het meest in trek. In 2008 claimde de bond van Ierse sporten GAA 26.000 clubs met ruim 1 miljoen leden, waarvan 0,7 miljoen in de republiek (1 op de 6 Ieren). In heel Ierland telden de 420 clubs van de Ierse golfbond 250.000 leden en de rugbybond kwam op 101.000. In 2007 vormden vrijwilligers bij clubs voor buitenactiviteiten (m.n. sportclubs) de grootste groep onder degenen die onbetaald actief waren (24% van de 15plussers, EU 13%). Bij de top10 stak wandelen met 840.000 deelnemers met kop en schouders boven de rest uit (39% van de sportievelingen, v 55%, m 23%; 65plus 67%), gevolgd door aerobics/ fitness 13% (v 16%), zwemmen 8% (v 10%), golf 7,6% (m 13%; 55 -65j 14%); voetbal 7,1% (m 14%); Gaelic football 6% (15-25j 16%), fietsen 4%, atletiek en hurling/ camogie (beide 2%) en basketbal (0,8%). De populairste plek om te sporten was buiten in de publieke ruimte (47%, v 59%, niet georganiseerd 65%), gevolgd door sportclubs (24%; incl. golfbanen en sportvelden, m 40%, wedstrijdsporters 78%) en sportcentra (15%, v 17%). Hoog opgeleiden, jongeren en werkenden sporten het vaakst. Qua frequentie p/w scoorde Ierland in 2004 naar EU maatstaf goed (minstens 3 x: 28 om 17%, 1 of 2 x: 25 om 21%). Zomer 2006 sportte (incl. wandelen) 55% 3 x p/w of vaker en 36% 1 of 2 keer. Mannen waren het fanatiekst (erg intensief m 4%, v 1%, intensief 26 om 15%, matig 40 om 47%, licht 19 om 27%, geen 11 om 10%).    

Het aandeel Ieren dat nooit sportte lag in 2004 met 28% flink onder de EU25 normaal (40%, NL 31%, Be 36%) en ook eind 2005 was de groep die liever iets anders deed in de vrije tijd dan zich inspannen relatief klein (37%, Eu 44%). Onder de niet sporters gaf in 2004 en 2005 een iets onder gemiddeld deel tijdgebrek op als oorzaak (31% en 52%). Zomer 2006 werd tijdgebrek vanwege werk het vaakst aangevinkt (28%, m 37%, v 18%), gevolgd door geen zin (18,5%), nooit gedaan (16%), fysiek gebrek (15%), te oud (13,5%) en geen tijd door zorgplichten (9%). Een doorsnee aandeel gaf eind 2005 de omgeving de schuld van deze inertie. Het deel dat vond dat hun leefomgeving veel gelegenheid bood tot fysieke activiteit was aan de kleine klant (67%) en het deel dat vond dat er genoeg sportvoorzieningen waren (72%) of dat hun gemeente fysiek actief zijn te weinig stimuleerde (44%; EB 246/ wave 64.3) aan de grote. Zomer 06 verwachtte onder niet sporters echter 73% dat meer faciliteiten hen niet zou kunnen weerhouden van het kweken van meer zitvlees. Zowel niet sporters als sporters schatten het vaakst in dat meer zwembaden (n.s. 10%, s 21%), wandelpaden (7 en 16%) en fitnesscentra (6 en 13%) actieve deelname bij hen zou aanmoedigen. Bij nadere beschouwing waren in 05 in de week voor de vraagstelling weinig Ieren vaak op andere manieren fysiek flink bezig (werk 18%, EU25 19%; onderweg 16 om 22%; in of rond het huis 23 om 27%, in hun vrije tijd 16 om 15%). Het deel dat zich nooit fysiek inspande was aan de grote kant (nooit duchtig 49%; nooit matig 39%). Zowel bij duchtig als matig was de doorsnee duur van inspanningen naar verhouding kort en ook de frequentie lag onder de Eu normaal. Het volksdeel dat nooit langer dan 10 minuten liep was gemiddeld (14%) en het deel dat zich wel te voet voortbewoog deed dat relatief weinig en kort. De tijd die dagelijks zittend werd doorgebracht was echter ook tamelijk kort en dat zitten gebeurt relatief vaak bij sportevenementen, want in 2007 was het volksdeel dat deze had bezocht (passieve sportdeelname) het grootst binnen de EU (minstens eens 62 om 41%; minstens 5 keer 29 om 15%). Gaelic football trekt het meeste publiek (34% in 2003), gevolgd door hurling 23%, voetbal 16% en hockey 8%.

Sportvoorzieningen en evenementen

De Ierse overheidsuitgaven voor sport en recreatie liepen op van 0,1% van het BBP in 2000 naar 0,3% tussen 06 en 08 (gemiddelde van 22 EU landen). Wel lagen ze in Euro’s in 2008 lager dan in 2007 (€500 miljoen, -€57 miljoen). Ierland herbergt het grootste stadion binnen de EU na Camp Nou van FC Barcelona en het Wembley stadion in Londen. Dit is het in 1913 geopende Croke Parc in Dublin (Croker in de volksmond) met sinds de laatste renovatie (1990- 2004) plaats voor ruim 82.000 toeschouwers. Dit stadion en hoofdkwartier van de GAA werd gebouwd voor traditionele Ierse sporten en kent een bewogen geschiedenis. De jaarlijkse hoogtepunten zijn de All Ireland senior football championship finale om de Sam Maguire cup (Gaelic football, het meest bezochte sportevenement) en het Senior hurling championship om de Liam Mc Carthy cup. Pas sinds 2005 zijn er soms andere sportevenementen en popconcerten. Daarvoor mocht dat niet, want de sporttempel wordt beschouwd als heilige grond. Dat er tussen 2006 en 2010 rugby en voetbal interlands plaats vonden was uit nood geboren en kwam louter doordat het Landsdowne Road stadion in Dublin werd afgebroken. Dit profane centrum van rugby en voetbal interlands en popconcerten werd op 14/5-2010 via opening door Taoiseach (president) Brian Cowen vervangen door het Aviva stadion met 50.000 plaatsen. Hier worden in 2011 bijv. weer wedstrijden gespeeld voor het Six nations Championship, de jaarlijkse rugby competitie tussen de 6 Europese grootmachten. Dit is evenwel niet het 2e stadion van Ierland, want die eer valt te beurt aan het in 1910 geopende Semple Stadium in Thurles in het graafschap Tipperary met 53.500 plaatsen. Sinds 1956 is dit stadion in handen van de GAA en het wordt gebruikt voor hurling. Het Gaelic grounds stadion in Limerick (49.500) is naar grootte het 3e stadion van de GAA.

De Special Olympics 2003 voor geestelijk gehandicapten vormen voor Ierland het grootste internationale sportevenement ooit. Daarvoor werden faciliteiten in en rond de hoofdstad gebruikt zoals het Morton Stadium (atletiek), de multifunctionele RDS arena (paardensport, voetbal, rugby, worstelen, popconcerten), de nationale basketbal arena en het international aquatics centre (zwemmen, waterpolo). Plannen voor de bouw van een Sports Campus Ireland, waar dit onderdeel van zou zijn, verdwenen tijdens de kredietcrisis in de vriezer. De community games, een jaarlijkse sportcompetitie voor kinderen, vormt het grootste evenement buiten die van de GAA. Thans doen er wel 500.000 kinderen aan mee die proberen door te dringen tot landelijke finales in een 22tal hoofddisciplines. Bekende jaarlijkse marathons zijn de marathon en de mini marathon voor vrouwen in Dublin. De belangrijkste voorzieningen/ evenementen bij paardensport zijn de curragh renbaan bij Newbridge met de Irish Derby, het Faryhouse parcours in Meath  met de jaarlijkse Grand National steeplechase en de Easter races, de Galway Race week en de Dublin horse show (springpaarden). Ierland kent qua golf een aantal belangrijke toernooien, waaronder de Irish open. Onder de 300 banen die Ierland rijk is vallen de K club in Kildare (2006 Ryder Cup), de banen in Portmamoc en Ballybunion en de golfclubs Royal County Down en Royal Portrush. Sinds 1953 vindt jaarlijks in mei de achtdaagse Rás Tailteann wielerronde plaats. Deelname van leden van de internationale wielerunie was een tijdlang verboden omdat de organisatoren Noord-Ierland niet wilden erkennen. Daarnaast is er een 3daagse ronde van Ierland. De belangrijkste eendaagse wedstrijd is de Shay Elliott Memorial Race. Sinds 2005 zijn een aantal skateparken aangelegd. De bond van duikinstructeurs PADI kent in Ierland 40 centra.

Het 3 daagse Ierse en Europese kampioenschap land omploegen is het grootste in zijn soort ter wereld. Het vindt ieder jaar op een andere plek of tijd plaats en trok in 2009 wel 180.000 bezoekers. 

Topsport

Qua teamsporten trekken Ierse sporten meer publiek dan de algemeen bekende sporten. Naast de All Ireland competitie (de belangrijkste) kennen ze een nationale competitie. De teams vertegenwoordigen 1 van de 32 graafschappen en de competitie verloopt via de 4 provincies naar landelijk. Bij het Gaelic football is het team van het zuidwestelijke graafschap Kerry het meest succesvol (36 x Iers kampioen t/m 2010). gevolgd door dat van Dublin (22x) en Galway (9x). Oisín McConville behoort tot de spelers met een icoonstatus. Bij hurling vormen Kilkenny (32 x Iers kampioen), Cork (30 x) en Tipperary (25 x) de grote 3. Sinds 1895 kent rugby 2 varianten, Rugby Union en Rugby League. Bij Rugby Union (de populairste vorm) kent de Irish Rugby Football Union IRFU een tak voor ieder van de 4 provincies van het eiland als geheel en een Exiles tak voor Ieren buiten Ierland. Omdat het heel Ierland betreft werd voor interlands een apart volkslied gecomponeerd (Irland’s Call). De competitie kent schoolteams. De provincie teams spelen in de Celtic League tegen teams uit Schotland en Wales en in de Magners League tegen teams uit Italië, Schotland en Wales. Van de 24 teams die spelen om de in 1995 ingestelde Heineken cup (de equivalent van de Champions League bij voetbal) komen er 22 uit de 6 grote Europese rugbylanden (de landen van de Magners League + Engeland en Frankrijk). De 3 teams uit Ierland worden geselecteerd op basis van prestaties in de Magners League. De cup werd 4 keer gewonnen door een Iers team (Munster 2 x met Ronan O’Gara als topspeler, Leinster 1 x in 2009, Ulster 1 x). Voor landenteams is er het zeslandentoernooi (Six Nations Championship of RBS 6 nations naar de sponsor). Het bestaat sinds 2000 en kende vanaf 1883 als voorlopers toernooien met 4 en 5 landen. Het werd in 2009 voor het eerst gewonnen door de Ieren en bij de voorloper sinds 1883 waren ze 15 x (gedeeld) winnaar. Ook Keith Wood (geb. 1972) en Brian O’Driscall (1979) vallen onder de internationaal bekende Ierse rugbyspelers.

Bij het voetbal stond het Ierse mannenelftal tussen 1993 en 2010 tamelijk hoog (gemiddeld 28e onder ruim 200 landen; hoogste positie 6e in december 1992 en augustus 1993; laagste 57e in november 1998; 36e in juli 2010). Ierland staat bekend als een stugge tegenstander. In 1990, 1994 en 2002 drong men door tot de eindronden van het WK. In 1990 bereikte men daarin de kwartfinale en in 1994 en 98 de 2e ronde. In 1997 werd het jeugdelftal 3e bij het WK voor spelers tot 20j. Bij het clubvoetbal konden Ierse clubs in internationale competities t/m 2009 nog geen potten breken. In 2010 stond Ierland in de competitie coëfficiënt van de UEFA, die de prestaties van competities internationaal rangschikt, 30e van 53 Europese landen (NL 8e, BE 14e). De League of Ireland, begon in 1921 met 8 clubs. Thans is ze verdeeld in 2 divisies met 22 clubs, waarvan 10 in de premier division. De 3 clubs die het vaakst landskampioen werden Shamrock Rovers (15x), Shelbourne (13x) en Bohemian (11x) komen uit Dublin. Shelbourne kwam in 2004/05 als 1e club uit de Ierse republiek tot de 3e kwalificatieronde voor de Champions League. Doordat Ierse topspelers vaak in de Engelse of Schotse competities terecht komen hebben m.n. Engelse topclubs vaak ook een Ierse aanhang. Tot de topspelers van nu behoren Robbie Keane (tevens topscorer van het nationale elftal), Damien Duff en John O’ Shea, Kevin Doyle en de broertjes Noël en Stephen Hunt. Roy Keane verwierf tussen 1999 en 2006 internationale bekendheid.      

Honkbal en basketbal zijn als teamsporten in opkomst. Het Ierse honkbalteam won in 2004 in 2004 brons en in 2006 zilver bij het EK. Pat Burke speelt als enige in Ierland geboren Ier in de Amerikaanse NBA. Vanuit de Keltische traditie staan vechtsporten hoog aangeschreven. Zo wonnen de Ieren 12 van hun 23 Olympische medailles bij het boksen (7 x brons, 4 x zilver, 1 x goud; waarvan 11 in de lichtere gewichtsklassen). Bernard Dunne werd in 2008 wereldkampioen (gestopt in 2010) en Michael Carruth won in 1992 in Barcelona Olympisch goud. Showworstelaar Stephen Farelly (artiestennaam Sheamus O’Shaunessy) werd in 2009 en 2010 wereldkampioen. Bij karate en kickboksen vallen Roy Baker (50 prestigieuze titels incl. EK en WK) en zwaargewicht David Tarpey (2 keer WK kickboksen) onder de succesvolle kampioenen uit Ierland. Ook bij sterkste man competities en touwtrekken (teams uit de graafschappen Donogal en Louth) doen Ieren het internationaal erg goed. Seán Kelly (geb. 1956, o.m. 3 x de groene trui in de toer en 10 klassiekers), Stephen Roche (o.m. toerwinnaar en wereldkampioen in 1987) en diens zoon Nicolas zijn internationaal de bekendste Ierse wielrenners. Seamus Eliott (1934-1971) was echter de eerste Ier die het geel droeg in de Tour (in 1963). Hij kende een leven vol dramatiek en tegenslag. Op de dag dat zijn vader overleed pleegde hij zelfmoord. Na zijn overlijden is het belangrijkste eendaagse wielerevenement na het nationaal kampioenschap naar hem vernoemd. De bekendste Ierse golfprofessional is Pádraig Harrington. Ken Doherty werd als enige amateur en beroeps wereldkampioen snookeren. Bij het EK zwemmen korte baan, dat zich in 2003 in  Dublin afspeelde, won Andrew Bree als 1e Ier eremetaal (zilver bij de 200m borstcrawl).      

Voor 1924 konden Ierse atleten slechts aan de moderne Olympische spelen meedoen onder de vlag van het VK. Zo won in 1908 een Iers hockeyteam voor het VK zilver. Sinds 1924 nam de Ierse republiek 25 keer deel aan spelen, waarvan 5 keer aan winterspelen. Daarbij werd op de zomerspelen 23 keer eremetaal gewonnen. Hiermee bereikte men t/m 2010 een 51e plaats onder zo’n 170 landen die ooit eremetaal wonnen. Springruiter Cian O’Connor won in 2004 in Athene goud, maar dat werd hem enkele maanden later ontnomen omdat zijn paard positief getest werd op doping. Het betrof echter legaal voorgeschreven middelen die geen prestatie bevorderend effect hadden. Hij werd 3 maanden geschorst en ook het Ierse landenteam verdween uit de uitslagen. Voor de republiek wonnen 2 deelnemers meervoudig goud. Zwemster Michelle Smith werd in 1996 in Atlanta 3 keer Olympisch kampioene (op de 400m vrij en de 200 en 400m wisselslag) en ze won brons op de 200m vlinderslag. Daarmee haalde ze de hele medailleoogst van Ierland voor dat jaar en voor het zwemmen ooit binnen. In 1995 en 1997 werd ze 4 keer Europees kampioen. Ook aan haar prestaties zat een dopingluchtje. Pat O’Callaghan behaalde in 1928 en 1932 goud bij het kogelslingeren. Met atletiek werd het meeste goud binnengehaald (4 x), want in 1932 won Bob Tisdall de 400m horden en in 1956 Ronnie Delaney de 1500m. In 1984 behaalde John Treacy zilver op de Olympische marathon en Sonia O’Sullivan deed dat in 2000 op de 5000m. De meeste Olympische medailles (12) won men bij het boksen. Zo haalden bij de spelen van 2008 in Beijing boksers Paddy Bames, Kenny Egan en Darren Sutherland brons binnen.