Staatsvorm

De huidige Bulgaarse grondwet dateert van 12 juli 1991. Bulgarije is een parlementaire re­publiek met een rechtstreeks gekozen president als staatshoofd. De presidentsverkiezingen zijn om de 5 jaar en een president mag één keer op herhaling. Het staatshoofd heeft naast ceremoniële ook uitvoerende taken. Hij is opperbevelhebber van het leger, stelt de datum van verkiezingen vast, nomineert een premier, geeft opdracht om een regering te vormen en heeft een stem in diplomatieke benoemingen. Ook kan hij wetgeving tijdelijk tegenhouden. De regering moet goedgekeurd worden door een gewone meerderheid van het parlement en een grondwetswijziging door een driekwart meerderheid. Het Bulgaarse éénkamerparlement heet Borodno Sobranie en het telt 240 zetels. Het wordt om de 4 jaar rechtstreeks gekozen via een stelsel van evenredige vertegenwoordiging. Men kent daarbij een kiesdrempel van 4%. De bestuurders van de 28 provincies worden gekozen door de centrale regering en ge­meenteraden en burgemeesters komen in het pluche via rechtstreekse volksverkiezingen. De centrale overheid beheert de financiën van kleinere bestuurseenheden. De Bulgaarse rege­ring en president zetelen in 2 van de 3 gebouwen van het Largo in Sofia, het voormalige par­tijhuis van de Bulgaarse communisten. Het standbeeld van Lenin bij het gebouw is intussen gesloopt en in 2000 vervangen door een standbeeld van de heilige Sofia.

Volgens de Bulgaarse grondwet mag iedereen zijn eigen cultuur ontwikkelen in lijn met zijn etnische zelfidentificatie, maar er is geen definitie van het begrip “minderheid”. Ook was het verboden om een politieke partij op te richten op basis van etniciteit. Dit laatste is in 2005 door het Europese hooggerechtshof gecorrigeerd. Daarop verhoogde de Bulgaarse regering de registratiedrempel voor een partij naar 5000 leden, ongeveer het aantal Bulgaren dat bij de volkstelling van 2001 Macedonisch invulde bij hun etniciteit. De DPS, waar de Turken op stemmen, zit in de regering, maar het Bulgaarse hooggerechtshof heeft de OMO Ilenden-Pirin partij van de Macedoniërs verboden omdat ze op etnische basis georganiseerd zou zijn. Kennelijk zijn in Bulgarije niet alle etnische minderheden even gelijk. Zowel Serviërs als Grieken en Bulgaren claimen dat Macedonië eigenlijk een onderdeel van hun natie is.