Taal

Stamboom en geschiedenis van het Lets

Via http://en.wikipedia.org/wiki/Latvian_language zijn info en links te vinden over de Letse taal (latviešu valoda). Het Lets valt samen met het Litouws onder de Baltische tak van de Indo Europese taalfamilie. Beide zijn de enige 2 nog levende Baltische talen met een officiële status. De Baltische talen zijn erg interessant voor taalkundigen omdat ze het meest kenmerken hebben behouden van de indo Europese oertaal. Deze stamt uit de Kaukasus en kent invloeden uit het Indiase Sanskriet (vandaar de term Indo-Europees). Ook in het Lets van nu zijn Sanskriet woorden terug te vinden en de natuurreligie en folklore van Letland, waar nog relatief veel van over is, kent goden en mythen die aan het hindoeïsme herinneren. Het oorspronkelijke Indo Europees kwam na 2000 v Chr. terecht langs de Oostzeekust en scheidde zich rond 1000 v Chr. af van de Slavische talen. Vanaf 800 na Chr. begonnen Lets en Litouws langzaam uit elkaar te groeien en vanaf de 16e eeuw ontwikkelde het Lets zich uit het Letgaals, de streektaal van Letgallen in het oosten van het land (het Letgaals van nu ziet men als een Lets dialect).

Het Lets is de moedertaal van het merendeel van de bevolking, maar het bleef lang vrijwel louter een spreektaal. Nadat het gebied in de 12e en 13e eeuw via de Noordse kruistochten was gekerstend door m.n. Zweden en Duitsers werden Duits en Latijn (als kerktaal) de voertalen onder het geletterde volksdeel en daar vielen de Letten buiten. De eerste teksten die als Lets worden beschouwd zijn een aantal vertaalde versregels die Nikolaus Ramm, een Duitse geestelijk in Riga, rond 1530 aan het papier toevertrouwde. Na het ontstaan van de Lutherse kerk in de 16e eeuw werd Latijn minder belangrijk en kwam Zweeds er als taal bij. Tussen 1620 en begin 18e eeuw hadden de Zweden het vooral langs de kusten voor het zeggen. Toen begon ook de scholing van Letten wat op gang te komen. In 1585 kwam als eerste officiële publicatie in het Lets een roomse catechismus uit, een jaar later gevolgd door een Lutherse evenknie. Daarna volgden meer religieuze teksten uit de Lutherse hoek (mede doordat Riga in 1588 een drukkerij kreeg), waaronder eind 17e eeuwse Bijbelvertalingen. Deze droegen er toe bij dat er enig systeem kwam in de taal. De Zweden werden na 1720 opgevolgd door de Russen die het gezag teruggaven aan de nog steeds aanwezige Duitse landadel. Deze stond intussen wel meer open voor het Lets. Zo leverde Gothard Friedrich Stender in de 18e eeuw een bijdrage aan volksverheffing door het schrijven van grammatica en woordenboeken, populair wetenschappelijk werk en volksliedjes in de taal. Rond de 19e eeuwwisseling verscheen de eerste literatuur en poëzie van Letten zelf. M.n. het zuidoosten van Letland kent ook van voor die tijd al Pools-Litouwse en Russische invloeden. Daar gebruikten roomse en orthodoxe missionarissen de Letse taal om zieltjes te winnen en achterdocht aan te wakkeren tegen de Lutherse kerk. Zo kon Duits voertaal blijven onder het geschoolde volksdeel. Tot in de 19e eeuw is het Lets dan ook sterk vervuild door Duitse invloeden. De Fins-Oegrische invloed (waar het Estisch onder valt) is veel geringer en openbaart zich nog het duidelijkst in de klemtoon op de eerste lettergreep. 

De 19e eeuw stond in het teken van ontwakend nationalisme. De beweging van jonge Letten maakten het Lets populair en verving Duitse leenwoorden. Vanaf 1880 kreeg men de politieke wind tegen door een russificatie campagne van de tsaar, maar na diens dood ontstond weer speelruimte. In 1908 ontwikkelden taalpuristische taalkundigen Kārlis Mīlenbahs (tevens vertaler Lets-Duits) en Jānis Endzelīns het moderne Letse alfabet. Daarmee vervingen ze het gotische door het Romeinse schrift. Ook bedachten ze Lets klinkende varianten voor namen van landen, plaatsen en talen. In de Sovjet periode ging het gebruik van het Lets opnieuw achteruit door russificatie. Het Letse volksdeel zakte van 80% in 1935 naar 52% in 1989 en de nieuwkomers hoefden geen Lets te leren. Russisch werd op alle scholen een verplicht vak en wie hogerop wilde komen moest het kennen. In 1991 stelde men bij het ingaan 2e onafhankelijkheid in dat iedereen Lets moest leren, maar dat op scholen van etnische minderheden 2talig onderwijs mocht worden gegeven met in de onderbouw van de basisschool Lets als 2e taal. Daarna werden de regels geleidelijk aangescherpt. Eind 1999 kwam er een taalwet en sinds 2004 moet in de bovenbouw van middelbare scholen voor minstens 60% les in het Lets worden gegeven (op veel scholen was Russisch de lestaal). Ook houden 2 clubs van de overheid (het Rijkstaalcentrum en de terminologiecommissie van de Letse academie van wetenschappen) zich onledig met het zuiveren van de Letse taal van vreemde (m.n. Engelse en Russische) invloeden. Dit leidde bijv. tot discussie rond de vraag of men de Euro niet op zijn Lets Eira moest gaan noemen. Ook zijn er wedstrijden in het spreken/ schrijven van correct Lets.

Verbreiding van het Lets

Volgens http://www.li.lv/ (onder about latvia en culture) is het Lets voor 1,55 miljoen mensen de moedertaal, waarvan 1,4 miljoen in Letland. De rest (150.000) is een schatting van het deel van de rond 350.000 emigranten wereldwijd die met Lets werden grootgebracht. Van die emigranten wonen de meesten in de VS (100.000), gevolgd door Ierland (45.000), het VK (39.000), Rusland, Canada, Brazilië, Nieuw Zeeland en Australië (19.000). In Letland is het Lets uiteraard de officiële landstaal en daarom is het ook een officiële EU taal. Voor ruim 400.000 inwoners van het land is Lets de 2e taal. Landelijk wordt het aandeel sprekers thans geschat op 80% van de bevolking. Met de emigranten meegerekend die de taal nog kennen komt het aantal wereldwijd boven 2 miljoen.

Kenmerken van het Lets

De beide Baltische talen Lets en Litouws zijn voor veel Europeanen moeilijk te leren doordat ze ouder zijn dan de grootste Indo Europese talen in de EU. Ze kennen meer overeenkomsten met bijv. Sanskriet en Slavische talen dan de Germaanse en Latijnse talen. Onderling zijn ze qua uitwisselbaarheid te vergelijken met Duits en Engels. Meer dan in het Nederlands wordt in het Lets de vorm van een woord aangepast aan de grammaticale functie. Aan geslachten kennen de talen alleen mannelijk en vrouwelijk. Het Letse alfabet telt 33 letters. Onder de letters van het gangbare Latijnse alfabet van 26 letters ontbreken de Q, W, X en Y zodat er 22 over blijven. De andere 11 letters zijn gewone letters met een leesteken dat de uitspraak verandert. Deze worden dus gezien als aparte letters. Op de klinkers a, e, i en u ziet men bijv. vaak een streepje. Dat is om aan te geven dat ze lang zijn. Op de c, de s en de z kan, net als in het Tsjechisch, een horizontaal haakje (hāček) komen om er een sj klank van te maken. De gewone c klinkt bijv. als ts in tsaar en de č als de ch in het Engelse chair. De letters G, K, L en N kunnen als hoofdletter geschreven worden met een cedille (zoals in Curaçao). De Ģ wordt dan bijv. uitgesproken als dje en (alleen bij de g) wordt het haakje een streepje (ģ, verder zijn daar de ķ, de ļ en de ņ). De woord volgorde in zinnen ligt niet erg vast.

Dialecten, minderheden en immigrantentalen

Als belangrijkste dialectgroepen onderscheidt men het Lijflands (Libiskais dialekts) in het noordwesten, de middendialecten (Vidus dialekts) en de Letgaalse dialecten van het oosten (augšzemnieku dialekts). Het Lijflands telt het kleinste aandeel sprekers. Het  komt voor op de noordpunt van kustregio Koerland (tāmnieku/ ventiņu) en aan de overkant van de golf van Riga langs de grens met Estland. In zijn zuiverste vorm is het vrijwel uitgestorven en is het geen Baltische taal, maar lijkt het op Estisch. Van de middendialecten bestaan 3 varianten; die van de rest van Koerland, die van Semgallen ten zuidwesten van Riga en die van Vidzeme van Riga en centraal en noord Letland. Het algemeen beschaafd Lets is afgeleid van de Letgaalse dialecten van het oosten. Lang geleden was het Letgaals een aparte Baltische taal en sommigen zien het nog zo. De roomse invloed op het dialect (150.000 sprekers) is groot. Het schrift was aanvankelijk ontleend aan dat van Polen en niet gotisch. Lijflands en Letgaals worden erkend als inheemse minderhedentalen. Alle andere talen worden wettelijk als vreemd gezien.

Niet inheemse minderheden hebben recht op eigen media en indien ze met meer dan 500 zijn tot op zekere hoogte op onderwijs in de eigen taal. In officiële stukken en bij dito gelegenheden (bijv. rechtszaken) mag echter alleen Lets worden gebezigd. De grootste minderheden of immigrantentaal in Letland is uiteraard het Russisch. Thans bestaat 27,5% van de bevolking uit etnische Russen en dat is het grootste minderheden aandeel binnen alle EU landen. Van de 610.000 etnische Russen die men in 2011 telde woonden er bijna 300.000 in Rīga en zo’n 55.000 in de zuidoostelijke stad Daugavpils. Op grote afstand volgen Witrussen (3,5%), Oekraïners (2,4%), Polen (2,3%) en Litouwers (1,3%). Andere minderhedentalen waarin m.n. in de onderbouw van basisscholen wel les wordt gegeven zijn Romani (de taal van de zigeuners), Tataars, Jiddisch/ Hebreeuws, Estisch en Duits. Engels komt als lestaal voor in hoger onderwijs en op internationale scholen. Het volksdeel uit minderheden dat over enige Letse taalvaardigheid beschikte steeg tussen 1989 en 2008 van 21% naar 93%. In 2008 sprak van de minderheden in Letland, die met ruim 700.000 zijn, naar eigen bevinding 60% vloeiend Lets.

Talenkennis en opinie over talen in Letland

Eind 2005 beschouwde 73% van de Letten Lets, 27% een niet EU taal (95% Russisch) en 1% een andere erkende EU taal (veelal Pools) als moedertaal (bron Eurobarometer 243, wave 64.3). Daarmee was het volkdeel dat een vreemde taal als moedertaal zag het grootst binnen de EU. Het volksdeel dat geen vreemde talen sprak was met 5% erg klein (EU25: 44%) en het deel dat ze wel sprak groot (minstens 1 taal 95 om 56%, minstens 2: 51 om 28%, 3 of meer: 14 om 11%). Als reden om geen vreemde taal te leren kwam “geen tijd” het vaakst uit de bus (33%, EU 22%; andere opties “geen zin” en “geen geld”). De vreemde talen die men het vaakst kende waren Russisch (70%, EU 6%), Engels (39 om 38%) en Lets (23%, veelal Rus). M.n. bij gesprekken op het werk, contact met vrienden en TV kijken/ radio luisteren gebruiken Letten vreemde talen boven gemiddeld vaak, maar bij vakantie en reizen, contact met familie en bij het internetten bleef het gebruik duidelijk onder de EU normaal. Het internet gebruik was eind 2005 nog relatief laag in Letland. Het bijna dagelijkse gebruik van Engels (tekst lezen, spreken) viel op de EU normaal buiten Engelstalige landen (12%, NL 38%, BE 17%). Russisch werd door 37% vrijwel dagelijks gesproken en van de 40% anderstalige Letten gebruikte bijna de helft (vrijwel) dagelijks Lets. In 2009 kreeg ruim 97% van de leerlingen in het secundair vervolgonderwijs Engels (EU 94,5%), bijna 29% Duits (om 26,5%) en 4% Frans (om 26%, Eurostat). Leerlingen in het lager vervolgonderwijs kregen gemiddeld les in 1,7 vreemde taal (EU27 1,4 t). Het deel dat een hoge pet op had van de talenkennis in eigen land (52 om 44%) of dat liever ondertitels dan nasynchronisatie ziet op TV/ bij films (41 om 37%; men is vooral voice-over gewend) was aan de grote kant. Een doorsnee deel (51%) vond dat er in de omgeving genoeg gelegenheid was om talen te leren en velen zouden gebruik willen maken van een talencentrum in de buurt (48 om 36%).

Relatief veel Letten leek het nuttig voor de eigen zelfontplooiing en carrière om vreemde talen te kennen (91%, EU 83%) en een doorsnee deel vond talenkennis erg belangrijk voor de carrière vooruitzichten van kinderen (74%) of vond het aanbod aan vreemde talen in hun onderwijs voldoende divers (58%). Het deel dat te kennen gaf dat men in de onderbouw van de basisschool voor het eerst vreemde taalles kreeg viel onder de EU top (74%, EU 24%) en een doorsnee segment (58%) kwam er pas in het vervolgonderwijs mee in aanraking. Letten stonden redelijk open voor vroeg beginnen met vreemde taalles. Zo vond bij een 1e taal 43% (EU 39%) 0-5 jaar en 52% (EU 55%) 6-12 jaar daar een goede leeftijd voor en voor het leren van een 2e vreemde taal scoorde 0-5 jaar 18% (EU 17%); 6-12 jaar 69% (EU 64%) en 13-19 jaar 4% (EU 11%). Veel Letten (87 om 66%) kenden vreemde talen van school, maar een onder gemiddeld deel (49 om 57%) leek dat een effectieve manier om ze te leren. Individueel les van een docent scoorde het hoogst op de vraag naar hoe men zelf het beste een taal zou kunnen leren gegeven de omstandigheden (22 om 16%, andere keuzes: les op school, taalcursus in groep, land bezoeken waar men de taal spreekt).  

Eind 2005 viel het aandeel Letten dat in de 2 jaar vooraf gewerkt aan verbetering van de eigen talenkennis over de grens (28%, EU 18%) of van plan was dit het komende jaar te doen (39 om 21%) onder de EU top. Op de vraag naar 2 voorkeurstalen voor zichzelf koos 74% Engels (EU 68%) met daarna Russisch (54 om 3%), Duits (17 om 22%), Frans (3 om 25%) en Spaans (1 om 16%). Voor hun kinderen was de volgorde van voorkeuren Engels 94 om 77%, Russisch 42 om 3%, Duits 28 om 28%, Frans 6 om 33% en Spaans 1 om 19%. Qua Europese gezindheid op taalgebied speelt wellicht een rol dat veel Letten beseffen dat hun eigen taal klein en tamelijk buitenissig is. De aanhang voor meer steun aan regio en minderhedentalen (72 om 63%) was boven gemiddeld van grootte. Hetzelfde gold voor het volksdeel dat onderschreef dat iedereen in de EU minstens 1 taal (92 om 84%) of 2 talen (64 om 50%) van over de grens moet kennen of dat er één vaste voertaal moet zijn bij EU instellingen (59 om 55%). Gelijke behandeling van alle talen in de EU (68 om 72%), één taal die iedereen in de Eu spreekt (63 om 70%) of meer politieke prioriteit voor taalonderwijs (48 om 67%) scoorden onder gemiddeld.