Taal

Taalgeschiedenis

Met het Italiaans en het Spaans behoort het Frans tot de Romaanse talen. De taal heeft zich in de vroege middeleeuwen ontwikkeld vanuit de toen gangbare Latijnse streektalen die vermengd waren met Keltische en Frankische woorden. Daarbij werd het dialect rondom Parijs de basis voor de officiële omgangstaal. In de ontwikkeling van de taal on­derscheidt men de periode van het oud Frans (9e tot 14e eeuw), het middel Frans (14e tot begin 17e eeuw) en het moderne Frans (vanaf begin 17e eeuw). In 1635 werd door kardinaal Richelieu de prestigieuze academie Française opgericht om te adviseren over taal, grammatica en literatuur. Veel Franse machthebbers werden er lid van. In veel landen is het lang zo geweest dat men het Frans moest beheersen om serieus genomen te worden bij de maatschappelijke bovenlaag. Tussen de 17e en de 19e eeuw was het in de westerse we­reld en daarbuiten de omgangstaal van hofhoudingen en diplomaten en nog steeds roe­pen begrippen als etiquette, ridderlijkheid en hoffelijkheid associaties op met de Franse cultuur. Ook de soms wel erg formele opstelling van Fransen in een publieke of zakelijke hoedanigheid vindt hier zijn oorsprong. De huidige president Sarkozy stelt zich informeler op (hetgeen hem niet altijd in dank wordt afgenomen), maar die heeft dan ook allochtone wortels. In de privé-sfeer is men vaak losser en jovialer, maar hier hecht men eveneens aan omgangsregels. Wie een restaurant binnen gaat groet de medewerkers met “Bonjour”; goede bekenden zoenen elkaar op beide wangen bij een ontmoeting en meer oppervlakkige kennissen schudden elkaar de hand.

De Franse taal nu en de francofone beweging

Schattingen over het aantal mensen wereldwijd voor wie Frans de moedertaal is lopen uiteen van 72 miljoen naar 160 miljoen. Voor 190 tot 600 miljoen mensen is het Frans een 2e, 3e of aangeleerde taal. De belangrijkste ge­bieden waar het de 1e officiële taal vormt zijn (naast Frankrijk zelf en de overzeese ge­bied­delen) het Belgische Wallonië, delen van Zwitserland en Italië, een aantal Caribische eilan­den (met Haïti en de Dominicaanse republiek als volkrijkste) en Quebec in Canada. Naast Frankrijk erkennen 31 landen het Frans als officiële taal (waaronder Zwitserland, België en Luxemburg in Europa, Canada en Haïti in Amerika en 23 Afrikaanse landen, m.n in West en Centraal Afrika: samen 367 miljoen inwoners in 2005). Buiten dat wordt het Frans veel gesproken en gebruikt in Marokko, Algerije, Tunesië en Libanon (samen 82 miljoen inwoners) en de staat Louisiana in de VS (4,5 miljoen). In de vroegere Zuidoost Aziatische koloniën Laos, Cambodja en Vietnam beheersen nog enkele miljoenen de taal. Voor ruim 55 miljoen mensen in voormalige koloniën in noord en west Afrika en Zuidoost Azië vormt het Frans de 2e taal. Eind 2005 lag het aantal sprekers buiten Frankrijk dat naar eigen oordeel goed Frans sprak op 15% van de Eu27 bevolking (incl. Belgen en Luxemburgers rond 75 miljoen). Daarmee is het de 3e taal in de EU na Engels en Duits. Rond 275 miljoen nu levende wereldburgers hebben ooit Frans geleerd en rond 70 miljoen mensen in 168 landen krijgen jaarlijks Franse les van zo’n 700.000 docenten.

In 2008 telde de in 1995 in opgerichte OIF (Organisation internationale de la Francophonie) 55 lidstaten en 13 waarnemende leden. Ze heeft als doel het Frans internationaal te propageren en een band te scheppen tussen gebieden met een Franse achtergrond. Dit ge­beurt bijv via TV5 (ondermeer met behulp van ondertiteling in de landstaal en in het Frans) en via 2jaarlijkse topconferenties waar­aan regeringsleiders van de lidstaten deelnemen. Bij dit alles wordt er naar gestreefd om de eigen culturele iden­titeit van alle betreffende landen uit de verf te laten komen. De voorloper van de or­ganisatie werd in 1980 op­gericht en het aantal lidstaten groeide sindsdien van 23 naar 55 met daarin 10% van de we­reldbevolking. De Fransen zelf zijn erg chauvinistisch, zeker wat hun taal betreft. Er zijn in het land 2 organisaties die er wereldwijd op toezien dat de taal goed wordt ge­bruikt en niet besmet raakt met buitenlandse (m.n. Engelse) woorden. Ook worden vraag­gesprekken met buitenlanders en buitenlandse films op de Franse tv vrijwel altijd nagesyn­chroniseerd terwijl minder dan 1% van de Fransen analfabeet is (voor een land waarin dit de praktijk is was eind 2005 echter wel een flinke minderheid van 31% voor ondertiteling). Tegelijkertijd kan het Franse staatshoofd toespraken afsluiten met uitlatingen als “leve Frankrijk” en “leve de repu­bliek”. Dergelijke uitspraken worden volstrekt serieus genomen, maar in Nederland zouden equivalenten ervan hooguit leiden tot onderdrukt gegniffel of zorgen over het geeste­lijk welzijn van de monarch.

Streektalen en immigrantentalen

Rond 2000 werden in Frankrijk (incl. overzeese gebiedsdelen) ruim 400 buitenlandse talen en streektalen gesproken. Frankrijk zelf telt 24 talen die binnen het Europese kader in aanmerking komen voor erkenning als streektaal. Relatief weinig Fransen zijn het eens met de stelling dat alle in de Eu gesproken talen gelijk behandeld moeten worden (eind 2005: 62%, Eu25 72%) of dat regio en minderhedentalen meer steun verdienen (59 om 63%, NL laagste EU met 39%). Regio en minderhedentalen genieten een beperkte erkenning (in diverse regio zijn bijv 2talige basisscholen) en geen officiële status. Streektalen als het Zuid Franse Occitaans (naar het woordje “oc” voor ja) of Provençaals (rond 2000 de moedertaal van 1,3% van de bevolking en met 1,7 miljoen sprekers) worden vaak aangeduid met de degenererende term patois (vrij te vertalen als koeterwaals), terwijl er bijv al geschreven tekst in het Provençaals bestond voordat er in het Frans werd geschreven. Ook het Bretons of Gallisch (een Keltische taal; moedertaal van 0.6%) en het nog veel oudere Baskisch bestaan al veel langer dan het huidige Frans. M.n het Baskisch in zuidwest Frankrijk hoort bij de vele kleine talen langs de Franse grenzen die in het verlengde liggen van talen en dialecten in het buurland.

De Duitse dialecten langs de Noordoost grens worden gesproken door 3,2% van de Fransen en langs de zuidoostelijke grens met Spanje zijn ruim 125.000 Catalaans sprekenden. De dialecten van Noord-Frankrijk heten “langues de oÏl” (voor 1,25% moedertaal, 1,4 miljoen sprekers) omdat men het woordje “oi” (vergelijkbaar met het Franse oui) gebruikt voor ja. Daarom valt het officiële Frans er in wezen ook onder. Het Corsicaans (Corsu) telt thans zo’n 100.000 sprekers en hun aantal gaat snel achteruit. Rond 25.000 zien het als hun moedertaal en een deel daarvan is zo fanatiek dat ze een onafhankelijk Corsica nastreven en soms aanslagen plegen. De belangrijkste immigrantentalen zijn Arabisch en Berbers (moedertaal van ruim 1,2 miljoen Fransen), Portugees (600.000), Italiaans (550.000) en Spaans (500.000). Eind 2005 beschouwde 93% van de Fransen het Frans als hun moedertaal. Het deel dat een andere officiële EU taal als moedertaal had (6%) was het grootste binnen de EU15 na dat in Luxemburg. Ook het deel met een niet EU taal als moedertaal (3%) was groot naar EU15 maatstaven. 

Talenkennis in Frankrijk

Relatief veel Fransen zijn voorstander van één taal die iedereen in de Eu spreekt (eind 2005: 76%, hoogste EU25 na Duitsland, Eu 70%), maar de kennis van andere talen dan het Frans (voldoende om een gesprek te kunnen voeren) ligt in Frankrijk onder het EU25 gemiddelde. Bijna de helft van de Fransen gaf eind 2005 aan niet aan dit criterium te kunnen voldoen (49%; EU25 44%). Verder sprak 51% (EU 56%) minstens 1 vreemde taal, 21% (EU 28%) minimaal 2 vreemde talen en 4% (EU 11%) 3 of meer vreemde talen. Men is zich terdege bewust van de situatie, want slechts 27% van de Fransen heeft een hoge pet op van de talenkennis in hun land (bij laagste 5 EU25, EU 44%). De 3 vreemde talen die jet vaakst goed werden beheerst waren Engels (36%), Spaans (13%) en Duits (5%). In 2003 was 54% van de bevolking (EU15 zonder VK en Ierland 58%) naar eigen oordeel enigszins tot uitstekend in staat tot het lezen van Engelse teksten. Drie jaar later kregen middelbare scholieren gemiddeld les in 1,5 vreemde taal (EU 1,4).

Relatief veel Fransen (eind 2005 60%, EU 55%) vinden 6-12 een goede leeftijd om met vreemde taalles te beginnen (0-5: 37 om 39%). Het deel dat op de basisschool al in aanraking met een 1e vreemde taal kwam was dan ook relatief klein (17%; EU 24%) en het deel dat in het vervolgonderwijs voor het eerst buitenlandse taalles kreeg relatief groot (65%, EU 59%). Bijna alle leerlingen in het algemeen vormende secundaire vervolgonderwijs kregen in 2006 Engelse les (EU27 89,5%). Eind 2005 had 18% van de Fransen in de 2 jaar vooraf gewerkt aan verbetering van hun talenkennis over de grens en 20% was van plan om dit in het komende jaar te doen (beide rond EU gemiddelde). Het gedeelte dat het erg nuttig leek voor zelfontplooiing en carrière om vreemde talen te kennen groeide tussen 2001 en 2006 met 8% naar 83% (ook gemiddeld naar EU25 maatstaven). Op de vraag naar 2 voorkeurstalen koos een relatief groot deel (82%, EU 68%) Engels, gevolgd door Spaans (37%, EU 16%) en Duits (20%, EU 22%). Als reden om geen vreemde taal te leren kwam “geen zin” het vaakst uit de bus (40%, hoogste Eu, Eu 30%; andere opties: “geen tijd” en “geen geld”). De meeste Fransen (70%; EU 65%) kennen vreemde talen van school, maar het deel dat dit een effectieve manier vindt om ze te leren is klein naar Eu maatstaven (52 om 57%). De taal leren in de praktijk in het land zelf (22%, EU 16%) kreeg naar verhouding veel aanhang.