Toerisme

Economisch belang

Het WTTC (World Travel and Tourist Council) verwacht dat het toerisme in België in 2008 in engere zin 2,6% van het BBP (€9 miljard, +1,6%; EU 3,6% BBP, +1,7%) en 2,8% van de werkgelegenheid (159.000 banen; +0,9%; EU 3,9%, +0,7%) oplevert en met de uitstraling over de rest van de economie meegerekend 8,9% van het BBP (€30,8 miljard; +1,8%; EU 10,2% BBP, +1,6%) en 9,2% van de banen (405.000 banen; +1%, EU 10,8%, +0,4%). Verder zullen 2,5% van de overheidsuitgaven (€2,5 miljard; +3,1%; EU 3,2%, +0,7%) en 6,8% van de kapitaalsinvesteringen (€5,1 miljard; +1,4%; EU 8,9%, +2,1%) erin terechtkomen. Individuen zullen 12% van hun budget uitgeven aan toerisme en reisverkeer (€21,7 miljard, +1,53%; EU 10,4%, +2,4%) en de uitgaven voor en in verband met zakenreizen werden begroot op € 4 miljard (1,2% zakelijke bestedingen; +2,6%; EU 1,6%; +1,9%). De verwachte bestedingen van buitenlandse toeristen in België aan goederen en diensten bedroegen €9,2 miljard (3% van de waarde van de totale export, +4%; EU 6% exportwaarde, +0,9%). De waarde van dingen die ze kopen om mee terug te nemen of van zaken die België aan het buitenland uitbesteedt voor toerisme (overige export) werd begroot op €17,6 miljard (5,6% exportwaarde; +2,3%; EU 5,7%, +3,4%). Daarmee zou naar verwachting het buitenland België €27 miljard aan toeristisch inkomen opleveren. De verwachte groeicijfers t/m 2018 liggen, op kapitaalsinvesteringen en overige export na, boven de gemiddelde EU verwachtingen. 

Binnenlands en uitgaand toerisme

Het aantal korte vakantietrips door Belgen (minder dan 4 overnachtingen, merendeels weekenden) varieerde volgens het NIS tussen 1998 en 2007 van 3,6 tot 5,1 miljoen p/j. In 2007 waren het er 4,2 miljoen (+12,5% t.o.v 2006). Vanaf 1998 nam het aandeel weekendjes in eigen land af van 62% naar 51% in 2006 en 2007 (2,2 miljoen in 2007). Het aandeel korte vakanties in het buitenland nam navenant toe; tot ruim 2 miljoen in 2007. In dat jaar was daarbij in 80% van de gevallen de bestemming een buurland. Frankrijk was het meest in trek (979.000 trips; +44% t.o.v 1998), gevolgd door Duitsland, (343.000 tochtjes, +72% t.o.v 1998; DL en NL wisselen elkaar regelmatig af op de 2e plek), Nederland (331.000; +11% t.o.v 1998; -23% t.o.v 2004) en het VK (95.000; -40% t.o.v 1998, met in 2002 een dip gevolgd door een gedeeltelijk herstel).

Het aantal langere vakanties liep uiteen van 6,9 miljoen in 1998 naar 9,4 miljoen in het topjaar 2005. In 2007 lag het op 8,5 miljoen (+10% t.o.v 2006). Ook hier daalde het binnenlands aandeel; van 23% in 1998 naar 19% in 2006 en 2007 (rond 1,6 miljoen vakanties in beide jaren). Bij de ruim 6,8 miljoen buitenlandse vakanties in 2007 (81% van alle lange vakanties) stak Frankrijk als bestemming met kop en schouders overal bovenuit (30% alle lange vakanties, 38% buitenlandse lange vakanties). In 1998 lag het Franse aandeel nog op 24% van alle lange vakanties en op 31% van de lange buitenlandse vakanties. Spanje vormde hier steeds de 2e bestemming voor serieuze verandering van lucht. In 2003 bereikte het land als zodanig een piek (ruim 1 miljoen), maar in 2007 werden nog 763.000 lange vakanties in Spanje doorgebracht (-18% t.o.v 2006, 18% lange buitenland vakanties). De populariteit van de 3e bestemming Italië (8% met 530.000 vakanties; -3%) wisselde sterk. Hetzelfde geldt voor de 4e bestemming Oostenrijk (5%; +25%). Met 347.000 keer 1 of meer Belgen op vakantie was 2007 voor dit land echter een topjaar evenals voor Duitsland (344.000 vakanties van Belgen; 5%; +39%). Voor Turkije was 2005 het topjaar. Toen was het met 406.000 keer nog de 4e buitenlandse bestemming na Italië. Daarna trad een jojo dan wel 8baan effect op (2006: 239.000; -40%; 2007: 300.000; +25%). Voor Nederland was 2005 ook een piekjaar (bijna 300.000 keer) maar in 2007 was het nog 209.000 keer vakantiedoel (3%, -2%). Na Nederland volgden in 2007 Griekenland (3%) en Zwitserland (2,5%) als bestemming.     

Buiten de vakantiewoningen en appartementen langs de kust lag het aantal toeristische accommodaties tussen 1998 en 2007 landelijk rond 3500 (3521 in 2007: +1%). Het aantal overnachtingplaatsen daarvan bereikte in 2004 een piek van 443.000, maar in 2007 lag het op 374.000 (+1,7% t.o.v 2006). In deze periode werden ieder jaar rond 29 miljoen overnachtingen geboekt, met in het topjaar 2007 bijna 29,9 miljoen (+1,6%,  Belgen +1,8%; buitenlanders +1,4%) bij 12,1 miljoen aankomsten. Van de aankomsten kwam 42% op naam van Belgen en van de overnachtingen 40,5%; doorsnee aandelen tijdens dit decennium. Qua logiesvorm groeide de bijdrage van hotels en gastenkamers in alle overnachtingen (die van buitenlanders incluis) gestaag van 44% in 1998 naar 50,5% in 2007 (16,2 miljoen, +5,4% in 2007). Het aandeel van campings wisselde met het weer en lag in 2007 op bijna 10% (-7%). De bijdrage van vakantieparken zakte van 24% in 1998 naar 16% in 2007 (-4,7% t.o.v 2006). In 2004 steeg de bijdrage van groepslogies (jeugdkampen./herbergen etc) ineens met 4% t.o.v een jaar eerder naar 24% en men wist deze positie t/m 2007 vast te houden (+1,9% in 2007). Gemiddeld ging tussen 1999 en 2007 een vakantie van Belgen gepaard met 8 overnachtingen. Het grote aandeel korte vakanties in eigen land (2,2 miljoen t.o.v 1,6 miljoen lange in 2007) haalt het gemiddelde aantal per vakantie naar beneden. Tussen 2002 en 2007 daalde het gestaag van 5,2 naar 4,9. Het gemiddelde voor Duitsland (4,4 nachten bij bijna precies evenveel korte als lange vakanties) duidt er op dat de lange vakanties daar doorgebracht maar hoogstzelden erg lang kunnen zijn. Ook bij het VK drukken de korte vakanties een zwaar stempel (5,4 nachten in 2007). Bij Frankrijk lag dat anders (gemiddeld 8 à 9 overnachtingen) en bij Luxemburg wisselt het aantal per jaar (van 2,6 in 2000 naar 7,4 in 2003; 2007: 5,3). Bij andere landen varieert het met de afstand, bijv tussen 13 en 21 nachten voor Noord-Amerika van 1999 t/m 2007. De auto was in 2002 met 61% het meest gebruikte vervoersmiddel, gevolgd door vliegtuig (26%), bus (7%) of trein (5%). De populairste intercontinentale bestemming was toen Afrika (rond 6%).

Inkomend verblijftoerisme

Het aantal geregistreerde aankomsten in België van buitenlandse verblijfstoeristen (toeristen die overnachtingen boeken) steeg tussen 1998 en 2007 gestaag van 6,3 naar ruim 7 miljoen en het jaarlijkse aantal door hen geboekte toeristische overnachtingen varieerde doorgaans tussen 15,5 en 16,2 miljoen. In het topjaar 2007 boekten 7,04 miljoen buitenlanders (+0.7%; Vlaanderen 51%, Brussel 23%, Wallonië 16%) 16,3 miljoen overnachtingen (54% in Vlaanderen, 19% in Wallonië, 17% in Brussel). De grootste bijdrage kwam van Nederlanders (26% buitenlandse aankomsten, +1,1%; 31% dito overnachtingen, -0,8%), gevolgd door de Britten (a 15%, -1,6%; o 14%, +1,1%), Fransen (a 15%, -4%; o 12,5%: -3%) en Duitsers (a 11%, +2,8%: o 12%; +1,2%). Deze groepen uit de buurlanden werden op afstand gevolgd door Amerikanen (a 4%; +1,7%; o 4%; +3,7%), Spanjaarden (4%, +10%; o 3,5%, +12%), Italianen (3%, +1; 3%, +3%), Japanners (1, 5%; 1%, -0,5%) en Chinezen (1,2%, -8%: 0,8%; -4%). Over de periode van 10 jaar vertoont de bijdrage van Nederlanders, Fransen, Italianen en vooral Spanjaarden een stijgende tendens. Na 2003 daalde die van de Britten en Amerikanen. Voor Chinezen en Japanners vormde 2004 een piekjaar. De meeste buitenlandse verblijfstoeristen doen België aan voor 2 tot 4 dagen.

Trekpleisters

De grote toeristische trekpleisters in België zijn de kust (70% Belgische toeristen, 10% Duitsers in 2000), de steden (vooral Brussel, Brugge, Gent en Antwerpen) en de Ardennen (60% Belgen, 32% Nederlanders in 2000). Tussen 1998 en 2007 groeide het aantal verblijfstoeristen dat men in België mocht verwelkomen van 10,3 naar 12,1 miljoen (zowel Belgen als buitenlanders). Het landelijke aandeel van het Vlaams gewest zakte licht. In 2007 lag het op ruim 56% (6,8 miljoen; +1,8% t.o.v 2006). Binnen dat gewest zijn West-Vlaanderen (23% landelijk geheel in 2007; +1,6%) en Antwerpen (12%; +4,3%) de grote trekpleisters. Ook de bijdrage van het Waals gewest zakte wat (21% in 2007; 2,6 miljoen, +1,6%). De trekpleisters hier zijn de provincies Limburg (9% landelijk geheel; +3,3%), Luik (7%; +1,2%) en Luxemburg (6,5%; +1,8%). Uiteraard ging het aandeel van het Brussels gewest iets omhoog (23% in 2007 met 2,7 miljoen; +5,7%). Brussel is een belangrijk doel van internationaal zakenverkeer omdat ondermeer de hoofdkwartieren van de NAVO en de Eu er zijn gevestigd.