Wetenswaardigheden

Algemeen

Rond 2001 lieten jaarlijks 60.000 buitenlanders zich tot Belg naturaliseren. In 2005 en 2006 bereikte dit aantal een minimum van 31.000 en in 2007 lag het op 36.000.

Begin 2008 telde België 8 steden met meer dan 100.000 inwoners en 25 met meer dan 50.000.

De grootste plaatsen waren Antwerpen (472.000), Gent (237.000) en Charleroi (201.000). Het eigenlijke Brussel had nog slechts 149.000 inwoners, maar het gewest Brussel telde er rond een miljoen.

Brugge is wel betiteld als het Venetië van het noorden. Knokke is de meest mondaine Belgische badplaats.

België en Nederland

In Nederland woonden per 1/1-2007 ruim 112.104 Belgen. De meesten (zo’n 76.050) beho­ren tot de 2e generatie (ie. in Nederland geboren kinderen meestal uit één en soms uit 2 Belgische ouders); hetgeen er op wijst dat hun ouders vaak al lang in ons land wonen.

Een deel van de 113.000 Nederlanders die in 2006 in België woonden zijn rijken die uitweken vanwege het voor hen gunstige belastingklimaat. Ze bewonen vaak kapitale villa’s niet ver over de grens.

Belgenmoppen in Nederland vinden hun oorsprong in moppen van Belgen over “de domme Hollander” (ze werden na 2000 overigens minder populair).

Toen deze Belgische vondst tot het bewustzijn van Hollanders doordrong, zijn laatstgenoemden de rollen gaan omdraaien.

Opmerkelijk veel Nederlandse schrijvers wonen in België terwijl het omgekeerde (Belgische schrijvers in Nederland) opvallend weinig voorkomt.

Schrijvers zijn een gevoelig slag volk en Belgische schrijvers voelen zich niet zo tot Nederland aangetrokken omdat ze de bevolking bot vinden.

De Belgen zelf

Kinderen (ook studerend) blijven in België vaker bij hun ouders wonen dan in Ne­derland. Ze krijgen eerst wel wat zakgeld, maar zodra ze ook maar enigszins een eigen inkomen hebben betalen ze vaak al kostgeld aan hun ouders.

Belgen van gelijke stand kunnen net als Nederlanders onderling flink klagen over zaken die hen niet zinnen (bijv. omdat ze anders zijn dan ze gewend zijn). Ze neigen er dan toe om van een mug een olifant te maken.

De bevolking van de Brusselse agglomeratie is voor 90% Franstalig.

Belgen proberen aan hun principes vaak een pragmatische en oplossingsgerichte draai te geven.

Zo formuleerde de Belgische koning niet zijn bezwaren toen in het land een abortuswet werd aangenomen, maar hij deed op de dag van aanname als gebaar van protest voor één dag formeel troonsafstand.

De namenpagina viel op de website van het NIS (Belgische CBS) in de nazomer van 2008 voortdurend onder de top5 van de meest bekeken pagina’s.

De meest voorkomende familienamen in België zijn Peeters (33.000 keer), Janssens en Maes (ruim 25.000 keer). In het Waals gewest betreft het de namen Dubois en Lambert.

In heel België zijn Marie/Maria. Monique, Martine en Anne de meest voorkomende vrouwennamen. Mannen heten het vaakst Jean, Marc, Michel, Patric of Luc.

Voor borelingen van 2003 t/m 2006 waren Emma, Marie en Laura de meest gegeven meisjesnamen en Noah en Thomas de populairste jongensnamen.

Mohamed was in 2005 gestegen naar de top10. In 2007 stond Mohamed echter rreds 2e in het Brussels gewest onder alle mannennamen. 

Nationalisme, vreemdelingenangst en racisme in Vlaanderen

M.n. veel Vlamingen (rond 25%) betonen zich niet bewust van het bestaan van het verschijn­sel mentale programmering.

Deze Vlamingen lijken er vanuit te gaan dat buitenlanders (vooral indien niet westers) spoorslags Vlaamse normen en waarden kunnen over­nemen en derhalve te kwader trouw zijn wanneer ze dat niet doen.

Een rol hierbij speelt wellicht dat Belgen vaker dan Nederlanders de norm hanteren dat men geen verantwoording hoeft af te leggen aan lager geplaatsten.

De Vlamingen die tot deze groep behoren beschouwen, de strenge antidiscriminatie wetgeving ten spijt, gekleurde buitenlanders bij voorbaat als lager geplaatst.

Racisme in zijn zuiverste vorm komt in Vlaanderen ook voor. In februari/maart 2007 wilden in het overwegend blanke St. Niklaas 3 echtparen hun huwelijk niet laten inzegenen door schepen (wethouder) Wouter van Bellingen omdat hij zwart is.

Federaal premier Guy Verhofstadt van destijds van de Vlaamse VVD (de VLD) betitelde dit incident als eng racistisch.

Daarmee ontketende hij een massale reactie die er in uitmondde dat op 21 maart 2007 maar liefst 626 koppels zich in St. Niklaas door Wouter van Bellingen in de echt lieten verbinden.  

Het Vlaams Belang groeit niet meer. Steeds meer Vlamingen zijn hun racistische imago zat en willen dat laten blijken ook.

Bij de federale verkiezingen van 10 juni 2007 kreeg de partij 220.000 stremmen minder dan bij de Vlaamse verkiezingen van 2004. Het aantal zetels in de federale kamer van volksvertegenwoordigers (de Belgische 2e kamer) zakte van 18 naar 17.

Er was echter sprake van opkomst van andere rechtse partijen (bijv lijst Dedecker).

De NVA (Nieuw Vlaamse Alliantie) is (net als Vlaams Belang) voor een onafhankelijk Vlaanderen. Ze vormt een kartel van de Vlaamse christen-democraten CD&V en maakt met deze partij onderdeel uit van de federale regering.

Anders dan Nederlanders verkiezen Belgen, om politieke tegenstellingen duidelijk te maken, polarisatie boven polderen vanuit het motto wie niet voor ons is, is tegen ons.

Dit schept duidelijkheid, maar het verscherpt ook de tegenstelling. Het Vlaams Belang zou er bijv minder populair, maar meer extremistisch en racistisch door kunnen worden.

Zorgen en toekomstverwachtingen van de Belgen

Eind 2006 vormden onzekerheid over kosten van levensonderhoud (35%, EU25 gemiddelde), werkloosheid (34% om 36%) en de gezondheidszorg (26%, Eu gemiddelde) de top3 van zorgenkindjes onder Belgen.

Meer Belgen dan gemiddeld in de Eu maakten zich zorgen over onderwijs (19 om 6%), economische groei (14 om 7%), integratie van buitenlanders (14 om 8%), milieu (18 om 13%), bereidheid tot helpen (11 om 7%) en globalisering (6 om 4%).

Naar EU maatstaven maakten relatief weinig Belgen zich druk over terrorisme (13 om 25%), misdaad (19 om 26%) en immigratie (11 om 14%).

Eind 2006 waren de Belgen naar EU maatstaven licht pessimistisch over de toekomst. Van hen verwachtte 34% (EU25 35%) dat hun leven beter zou worden (slechter 7 om 10%), 21% (EU 25%), dat hun financiële situatie erop vooruit zou gaan (achteruit 10 om 16%) en 18% (EU 22%) dat hun werksituatie zou verbeteren (slechter 7 om 7%).

M.n pessimisme over de landelijke economie (beter 12%, Eu 20%, slechter 48 om 34%) en werkgelegenheid (groei 12 om 22%, neergang 58 om 33%) was relatief wijdverbreid.

Het volksdeel dat verwachtte dat het leven voor de volgende generatie makkelijker zou was ook klein naar EU maatstaven (13 om 17%). De grootste zorgpunten hier waren pensioenen (32%, EU 30%), kosten levensonderhoud (32% om 26%) en werkloosheid (44 om 40%).

Cultuurvergelijking België Nederland

De Nederlandse cultuursocioloog Hofstede onderzocht ruim 80 landen op de 4 cultuurdimensies machtsafstand, onzekerheidsvermijding, individualisme – collectivisme en masculien-feminien.

Daarbij waren de verschillen tussen België en Nederland evident aanwezig. Deze zijn deels terug te voeren op de roomse achtergrond van België (maatschappelijke invloed van een kerkhiërarchie van mannen) en de protestante achtergrond van Nederland.

In België is de machtsafstand (MA) groot (m.n in Wallonië) en in Nederland klein. Dat betekent dat in NL anti autoritair de norm is terwijl in België positie gezag geeft. Ook wantrouwt men elkaar in België eerder vanwege bedreiging van de eigen positie.

In 2005 onderschreven meer Belgen dan Nederlanders gehoorzaamheid (63 om 50%) en minder Belgen dan Nederlanders onafhankelijkheid (56 om 66%) als opvoedingswaarde.

Docenten hebben in België meer gezag in de klas of groep dan in Nederland. Ze worden er ook in het hoger onderwijs zelden of nooit bij de voornaam genoemd.

Qua waarden waardeerden meer Belgische dan Nederlandse werknemers rond 2000 sturing van boven, loon naar prestatie, snel geld verdienen en er flink tegenaan gaan maar wel vroeg met pensioen kunnen (zie op deze website onder economie).

Meer Nederlanders dan Belgen vonden het be­langrijk dat ze de baas kunnen tutoyeren, een eigen inbreng kunnen herkennen en kunnen bij­dragen aan een goed product.

Werknemers nemen in Nederland meer eigen initiatief en werken zelfstandiger. In België overheerst de norm dat men eerst gedetailleerd opdracht moet krijgen en dat men niets meer of minder moet doen dan deze nauwgezet uitvoeren. 

Veel minder Belgische dan Nederlandse werknemers vonden in 2005 dat ze steun van superieuren kregen wanneer ze er naar vroegen (51 om 71%). Ook hing in Nederland het werktempo minder vaak af van een baas (18% om 33%).

Waarom leidinggevenden iets beslissen blijft In België vaak geheim. Ze staan op hun strepen en hoeven zich niet te verantwoorden naar lager geplaatsten.

Ondergeschikten hebben in België vaak een groot vertrouwen in hogere leidinggevenden en nei­gen ertoe om hen naar de mond te praten en hun fouten te vergoelijken.

In landen met een kleine machtsafstand hangt men het “gelijke monniken, gelijke kappen” principe aan, terwijl in landen met een grote machtsafstand machthebbers loyale ondergeschikten mogen voortrekken.

Politici in het België besteden anders dan in Nederland openlijk veel tijd aan persoonlijke dienstverlening aan bur­gers en laatstgenoemden vragen er ook gewoon om. Ook wordt er in België minder moeilijk gedaan dan in NL over relatiegeschenken.

Tevens zal men in België eerder dan in Nederland via een leugentje om bestwil autoriteiten om de tuin leiden om vrienden te helpen. Cultuursocioloog Trompenaars introduceerde in dit verband de indeling universalisme (NL) t/o particularisme (Be).

Belgen (m.n Vlamingen) scoren erg hoog op onzekerheidsvermijding (OZV) en Nederlanders laag gemiddeld. In België is de angst voor onbekende risico’s groter dan in Nederland.

De angst voor bekende risico’s is bijgevolg kleiner in België. Daaronder vallen naast belastingontduiking (in België de 2e nationale sport na wielrennen) elementen uit een Bourgondische levensstijl (bijv veel lekker eten en drinken).

Belgen hechten sterk aan het vastleggen van regels en verantwoordelijkheden. Men wil sterker dan Nederlanders weten waar men aan toe is en wie waar verantwoordelijk voor is en men delegeert weinig.

Hoge onzekerheidsvermijding gaat gepaard met een drang tot hard werken. Eind 2006 onderschreven veel meer Belgen dan Nederlanders hard werken als opvoedingswaarde naar kinderen toe (59 in 38%).   

Ook vreemdelingenangst wordt wel gekoppeld aan een hoge onzekerheidsvermijding. Het Vlaams blok/ belang heeft al lang een grote aanhang, al zijn rechts populistische partijen sinds 2002 ook in Nederland sterk in opkomst.

In België bleken rond 2004 via de daarvoor in het leven geroepen internationale programma’s relatief weinig Vlaamse studenten bereid om een paar maanden tot een jaar in het buitenland te studeren.

Door de verschillen in MA en OZV stellen Belgen zich door de bank genomen wat meer afwachtend en bescheiden op dan Nederlanders. Nederlanders zijn directer (of grover) en Belgen spelen meer in op de context (verfijnder/ gladder).

Nederland is (net als Scandinavië) sterk feminien en België (m.n Wallonië) neigt meer naar masculien. Dit betekent bijv dat seksegebonden rolverdeling in Nederland actief wordt bestreden en in België meer als gegeven worden geaccepteerd.

Begrippen als competitie en vrije markt mogen in België op wat meer sympathie rekenen en in Nederland termen als zorgsamenleving en het beschermen van wat kwetsbaar is.

Eind 2006 vonden veel meer Nederlanders dan Belgen de afnemende bereidheid om te helpen een punt van zorg (28 om 11%).

De bijstandsuitkeringen zijn in België een stuk lager dan in Nederland en de controle op bijstandsgerechtigden is veel strenger. Wel zijn in België de voorzieningen voor moeders met kinderen relatief gul.

De sekserollen zijn in België duidelijker gescheiden dan in Nederland. Mannen horen er meer assertief en vrouwen meer bescheiden en verzorgend te zijn dan in Nederland.

Uit een in 2004 gedaan onderzoek onder studenten kwam bijv naar voren dat Vlaamse studentes meer dan Nederlandse geïnteresseerd waren in verzorgende beroepen (bron kwartaalschrift economie nr. 4 2004).

In 2005 lag het deel van de vrouwen dat een baan had in de vrouwenberoepen top6 (bediening, administratie, persoonlijke verzorging, huishouding ed.) boven dat in Nederland (42 om 38%) evenals het gedeelte mannen dat werkte in de top6 van mannenvakken (montage, bouwvak, kleine  zelfstandige, techniek ed. 30 om 24%).

Bij tegenstellingen verkiezen Belgen polarisatie (verhelderen van pool en tegenpool om duidelijkheid te creëren) boven het poldermodel van NL (partijen doen gelijk al water in de wijn voor de lieve vrede). Ook hanteren Belgen meer debat dan dialoog.

Een hoge score op individualisme (tegenover collectivisme) is het enige qua cultuurdimensies dat Nederland en België delen.

In beide landen overheerst een schuld en excuus cultuur. Collectivistische landen als Turkije, Marokko, China en Indonesië kennen een schaamte en ontkenningscultuur.

Ook staan zelfbepaling, zelfontplooiing en doelen nastreven voor zichzelf of het eigen kerngezin hoger aangeschreven dan de eigen bestemming laten bepalen door de behoeften van het collectief en familiebehoeften.

De collectivistische opties “de goede mensen kennen” (20%; NL 22%; EU25 26%) en “uit een goede familie komen” (5%, NL 2%: EU 9%) werden eind 2006 door relatief weinig Belgen en Nederlanders gezien als goede manieren om het ver te brengen.

Relatief veel Belgen en Nederlanders kozen de meer individualistische opties geluk hebben (Be 34%, NL 38%, EU 25%) en slim zijn (Be 18%, NL 26%, EU 17%).

Het aandeel dat goed onderwijs als manier zag om verder te komen lag in beide landen rond het EU25 gemiddelde van 62%.

Het gedeelte dat geloof in de Amerikaanse droom van hard werken als manier om het ver te schoppen hoog inschatte was in België flink groter dan in NL (49%, NL 36%, Eu 45%).

Voor bezoekers

Ook in België hebben Nederlanders een geldig paspoort of aidentiteitsbewijs nodig.

Bijna alle hoofdwegen in België zijn s’nachts verlicht. België heeft een goed spoorwegnet. Taxi’s zijn nogal duur.

Het horeca-aanbod (incl. hotels) is in België erg ruim. Reserveren kan toch handig zijn.

In België mag in de publieke ruimte enkel nog gerookt worden in cafés kleiner dan 50 m², frietkotten met maximaal 16 zitplaatsen, afgescheiden rookruimten en afgehuurde zaaltjes van een restaurant waar niet in gegeten wordt.